CPTSS en de dood

CPTSS en de dood

Om het lijden van (mijn) CPTSS dragelijker te maken wil ik mij, daar waar het kan, zoveel mogelijk vasthouden aan positieve dingen in het leven. Het is een manier om te overleven want ik ben bang dat de weegschaal anders te veel gaat doorslaan naar de zwarte kant van het leven. Mijn angst is dat de weegschaal hierdoor in tweeën breekt.

Mijn website geeft een open, eerlijke en realistische kijk op CPTSS dus kan ik er niet omheen om te melden dat er mensen overlijden aan CPTSS. Een gitzwart thema waar we ons liever niet mee bezig willen houden. Toch wil ik er nu bij stil staan omdat ik het belangrijk vind dat mensen die de strijd tegen CPTSS hebben verloren, niet vergeten zullen worden en dat hun dood op één of andere manier niet voor niets is geweest.

Er zijn genoeg mensen met CPTSS die in hun dagelijks leven ervaren dat ze niet goed genoeg gezien en gehoord worden, zowel binnen de GGZ als in hun eigen sociale kring (familie en vrienden).  De dood wordt steeds vaker gezien als de enige (nog laatste) optie om letterlijk uit het lijden verlost te worden. Ik heb al zoveel mensen die ik ken verloren aan suïcide of aan euthanasie, al hebben deze mensen zich tijdens het leven ál compleet verloren gevoeld.

Op deze website geef ik overleden mensen een aards podium waar ze voor altijd (als het aan mij ligt) mogen schitteren, zoals ze nu in de hemel doen. Vanuit aanwezigheid naar afwezigheid en weer terug naar aanwezigheid. Ik maak voor jullie een diepe en respectvolle buiging.

Overleden aan CPTSS: Gerard

Gerard heeft een brief geschreven en hij wilde graag dat deze brief na zijn overlijden werd gepubliceerd.

Een brief vanuit de hemel.

Eindelijk thuis.

Ze zeggen dat de dood stilte is. Een einde. Maar dat is niet waar. Toen ik mijn laatste adem uitblies, was het alsof ik voor het eerst écht ademde.

Ik was 62. Oud genoeg om gebroken te zijn, jong genoeg om te beseffen dat ik nooit meer heel zou worden op aarde. Mijn geest was een huis vol ingestorte kamers, achter deuren die ik jaren dicht had proberen te houden. Het misbruik, systematisch, heimelijk, genadeloos had iets in mij vernietigd wat onzichtbaar was voor anderen, maar dat ik elke dag voelde: vertrouwen.

Ik heb geprobeerd te leven. Echt. Niet alleen ademhalen, maar ook willen zijn. Er waren momenten van hoop. Een ochtendzon op mijn huid. Een lief gebaar van iemand die het niet wist. Soms zelfs een glimp van liefde. Maar het bleef fragiel. Tijdelijk. Alsof ik gebouwd was op drijfzand.

Ze zeggen: “Je moet blijven vechten”. Alsof overleven een heldendaad is. Maar weet je wat ook moedig is? Toegeven dat je niet meer kunt. Dat je leven een veldslag is die je nooit gekozen hebt. Dat de schade op een dag groter is dan wat er nog van je over is.

Ik koos voor euthanasie. Niet uit zwakte. Uit waarheid. Omdat er ook eer zit in het loslaten. Omdat sterven voor mij, niet het einde was, maar het terugkeren.

En toen… was ik hier.

Ik weet niet of je het hemel kunt noemen. Het is geen plek met poorten of engelenkoren. Het is een Aanwezigheid. Een thuiskomen in iets dat me al mijn hele leven kende. Hij was daar. Niet als een rechter op een troon, maar als een Vader. Niet de vader zoals ik die kende-niet de naam die zo bezoedeld werd door wat men mij aandeed. Nee. Deze Vader had niets te maken met macht. Alleen met liefde.

Hij keek.

Hij zag.

En in die blik werd ik voor het eerst volledig herkend. Niet alleen mijn daden of keuzes, maar mijn strijd. De momenten dat ik overeind bleef terwijl alles in mij wilde instorten. De keren dat ik lachte terwijl ik brak.

“Waarom liet U het gebeuren?” vroeg ik. Niet als aanklacht, maar als het fluisteren van een kind dat de pijn niet langer begrijpt.

Hij zweeg. Niet omdat Hij geen antwoord had, maar omdat sommige waarheden geen woorden dragen.

Toen zei Hij zacht: “Als ik jouw pijn had willen stoppen, had ik jouw wil moeten breken. En de wil van hen die jou kwaad deden. Dan had ik van deze wereld een poppenkast gemaakt. Liefde is geen macht. Het is ruimte geven, zelfs als die ruimte misbruikt wordt. Zelfs als Mijn hart daaronder lijdt.

Ik begreep het niet meteen. Een deel van mij wilde schreeuwen: “Maar ik was een kind!”.

En Hij knikte. “En dat kind heb ik nooit verlaten”.

Toen zag ik het. Niet als een film, maar als een doorvoelde herinnering. Elk moment dat ik in duisternis zat, was Hij daar. Niet als ingrijpende kracht, maar als adem in mijn borst. Als die gedachte die me net op het randje hield. Als dat ene zinnetje van een wildvreemde. Als het feit dat ik, ondanks alles, bleef leven tot ik zelf kon kiezen.

“Ik was niet afwezig, zei Hij. Ik was gebonden door liefde en liefde dringt zich niet op. Ze blijft. Ze wacht. Ze lijdt mee”.

Hij huilde. Niet van spijt maar van rouw. Zijn tranen waren als vuur: niet vernietigend, maar zuiverend. Hij huilde voor mij. Met mij. Niet alleen om wat mij aangedaan was, maar ook om het onrecht van een wereld die vrijheid kreeg, maar geen wijsheid. Geen zorg. Geen recht.

En toch… Hij haatte mijn daders niet. Dat verraste me.

“Hoe kunt U?” vroeg ik.

“Ze zijn blind geboren in hun hart, zei Hij. Net als velen. Sommigen kiezen ervoor om te zien, anderen sluiten zich af. Ik laat iedereen de keuze. Maar hun daden, ze zijn niet goedgepraat. Nooit. De hemel is geen vergeten, maar een onthulling van alles. En ik ben rechtvaardig, maar nooit zonder genade”.

Het was geen goedpraten. Geen excuus. Het was een mysterie dat ik in mijn aardse bestaan nooit had kunnen bevatten. Maar hier voelde ik de waarheid ervan zonder dat het mijn pijn ontkende. In Zijn nabijheid bestond geen ontkenning. Alleen erkenning. En heling.

Langzaam begon ik mezelf terug te vinden. Niet zoals ik was op aarde, maar zoals ik had kunnen zijn. Zoals ik bedoeld was. Zonder de angst. Zonder de vervorming. Ik begon opnieuw te ademen. Niet met longen, maar met ziel.

Ik ben thuis.

Ik ben niet genegeerd.

Ik ben niet gebroken achtergelaten.

En als ik nu naar jou kijk, jij die nog worstelt, dan wil ik fluisteren:

Je pijn is écht. Je vragen zijn heilig. Maar je bent nooit alleen geweest. Zelfs niet in je donkerste nacht. De hemel oordeelt niet over je overlevingsmechanismen. Alleen over de waarheid. En waarheid is: jij bent het waard geweest. Altijd al.

En als jij ooit komt, wanneer jij het kunt, dan sta ik daar. In het Licht. Met open armen.

Dochter van Gerard

Het is moeilijk om woorden te vinden voor het leven van mijn vader. Moeilijk, omdat er zoveel was dat nooit uitgesproken kon worden. Moeilijk, omdat liefde en pijn bij hem zo innig met elkaar verweven waren. En moeilijk, omdat ik hem nu moet missen, terwijl ik hem op zoveel manieren al veel eerder had moeten missen.

Mijn vader had een verleden dat te groot was voor één mens om te dragen. Wat hem is aangedaan, is onvoorstelbaar en onvergeeflijk. Het liet sporen na in alles: in zijn lijf, in zijn geest, in zijn relaties. Hij hield van ons, daar twijfel ik nooit aan. Maar hij vocht elke dag met de demonen die zijn kindertijd hem had nagelaten.

Hij heeft gevochten, jarenlang. Met moed, met kracht, met doorzettingsvermogen. En ook met eenzaamheid. De GGZ probeerde hem te helpen, maar kon hem vaak niet echt bereiken. Niet omdat hij “niet wilde” maar omdat het systeem waarin hij terecht kwam geen bedding bood voor zo’n diepe, oude pijn.

Samen met mijn zusje keken wij van dichtbij toe hoe hij bleef proberen, bleef hopen. En hoe hij langzaam die hoop verloor. Zijn besluit om te gaan kwam niet uit opgeven, maar uit wijsheid. Uit een diep weten dat het voor hem genoeg was geweest.

Papa werd 62 jaar. Hij koos zijn levenseinde zelf. Na een leven vol innerlijke strijd, gekozen stilte en onzichtbare wonden, besloot hij dat het genoeg was geweest. Hij wilde rust. Niet de tijdelijke rust van een nieuwe behandeling of een andere diagnose, maar een diepere rust, die van eindelijk loslaten, eindelijk thuiskomen. Papa is nu, zoals hij zelf geloofde, bij zijn hemelse Vader. Een vader van liefde, niet van geweld.

Zijn aardse vader kende geen liefde. Vanaf zijn derde levensjaar werd papa seksueel misbruikt. Niet eenmalig. Niet incidenteel. Maar structureel, jarenlang, systematisch. Door zijn vader en door een vriend van zijn vader. Tot zijn vijftiende duurde het: twaalf jaar van overleven in stilte, met een kinderziel die telkens opnieuw werd geschonden. Hij had geen veilige plek. Geen beschermende volwassene. Geen uitweg.

Op zijn vijftiende liep Papa weg. Fysiek wist hij te ontsnappen, maar de wonden reisden met hem mee. Wat hij had meegemaakt was te groot, te complex om te dragen, laat staan vertellen. Hij deed wat velen doen na trauma: hij ging dóór. Hij trouwde. Kreeg twee kinderen. Hij hield van hen, diep en oprecht. Zijn gezin werd zijn houvast, zijn bewijs dat liefde nog mogelijk was. Maar liefde alleen geneest geen trauma. Het verleden bleef voelbaar, sluimerend aanwezig in alles. In zijn lijf. In zijn nachten. In zijn relaties. In zijn vermogen om te vertrouwen, te ontspannen, te leven zonder angst.

Op zijn 29e zocht Papa hulp in de GGZ. Daar bleef hij decennialang. Meer dan dertig jaar. Hij werd gediagnosticeerd met complexe PTSS (CPTSS), een aandoening die pas laat officieel werd erkend, en nog steeds zelden echt wordt begrepen. Zijn lijden was niet spectaculair, niet makkelijk te vangen in protocollen. Het was taai, gelaagd, verweven met zijn hele bestaan.

De GGZ deed wat ze kon en wat ze niet kon. Papa kreeg therapieën, opnames, medicijnen, gesprekken. Maar wat hij nodig had, was niet alleen behandeling. Wat hij nodig had was erkenning. Een menselijke ontmoeting. Een veilige relatie over de tijd heen. Iemand die het volhield met hem, zoals hij het al die jaren had volgehouden met zichzelf. Die diepgaande, afgestemde zorg vond hij nauwelijks. Niet omdat de mensen niet deugden, maar omdat het systeem tekortschiet voor mensen zoals Papa. Mensen wiens trauma het fundament van hun bestaan heeft aangetast. Mensen die niet even “beter” worden na tien sessies. Mensen voor wie herstel een levenslange reis is en niet een afvinklijst.

Papa verloor langzaam zijn hoop. Niet op het leven zelf, maar op de heling binnen dit systeem. Uiteindelijk koos hij voor het enige dat hij nog als bevrijding ervoer: zijn eigen einde. Het was geen roep om aandacht. Het was een stil afscheid van een wereld die hem niet begreep.

Toch laat Papa iets groots na: een getuigenis. Een levensverhaal dat verteld móet worden. Omdat zijn lijden niet uniek was maar wel te vaak onzichtbaar blijft. Omdat er zovelen zijn zoals hij: mensen met complexe trauma’s, met diepe littekens en een intense hunkering naar erkenning, naar veiligheid, naar écht contact.

Papa is meer dan zijn trauma. Meer dan zijn dossier. Meer dan zijn dood. Hij was vader. Geliefde. Strijder. Overlever. En uiteindelijk: zelfbepaler.

Zijn leven vraagt iets van ons. Van de GGZ. Van de samenleving. Van ieder mens die luistert en durft te blijven staan bij wat pijn werkelijk is. Mogen we de moed hebben om stil te staan bij zijn verhaal en het om te zetten in verandering.

Ik ben verdrietig. Natuurlijk. Ik ben ook boos op wat hem is aangedaan, op hoe weinig bescherming hij heeft gehad, op hoeveel hij heeft moeten dragen. Maar boven alles ben ik trots. Op zijn openheid in de laatste jaren. Op zijn verlangen naar waarheid. Op zijn liefde voor ons, ook als die soms geblokkeerd raakte door alles wat hem was overkomen.

Met dit verhaal wil ik mijn vader eren. Niet alleen om wie hij was, maar ook om wat hij ons nalaat: een stem. Een getuigenis. Een oproep om beter te kijken, dieper te luisteren, eerlijker te zijn over wat trauma werkelijk is.

Papa, ik hoop dat je nu rust hebt gevonden. Dat je eindelijk mag zijn wie je altijd al was, een liefdevolle ziel, vrij van angst. Voor jou. En voor iedereen die nog leeft met stil verdriet.

A letter from heaven

Overleden aan suïcide: Laura

Stille strijd – voor Laura
door Vicky Bergman

Toen ik drie jaar oud was, speelde ik vaak met een meisje uit de straat: Laura.
We waren buurmeisjes. We speelden onschuldig, kind zijn zoals het hoort.
Tot die ene dag alles veranderde.

Haar moeder riep ons: “Wie het eerst hier is, krijgt een snoepje.”
Ik was er als eerste. Ik kreeg het snoepje.
Laura werd alvast naar beneden gebracht.
Ik kreeg een jurkje aan.

Wat daarna gebeurde, was verwarrend.
Er waren volwassenen. Er stond een camera.
We moesten dingen doen die geen enkel kind zou moeten meemaken.
Er was niemand die ons beschermde.

Na die dag is Laura uit huis geplaatst.
Ze werd overgebracht naar een kindertehuis.
Ik heb haar daarna nooit meer echt teruggezien.
Wat er met haar is gebeurd, heeft diepe sporen nagelaten.
Ze is er niet meer.

Laura is helaas in de prostitutie beland, ze kon niet ontsnappen aan het misbruik en heeft een overdossis genomen….ze is niet meer…..maar in mijn hart leeft ze voort.

Mijn eigen leven ging door — maar met littekens, angst en stilte.
Ik belandde opnieuw in onveilige situaties, werd niet gehoord, niet beschermd.
Uiteindelijk kwam ik zelfs in de prostitutie terecht.
Ik kende niks anders dan misbruik en onveiligheid.
Op een dag kon ik niet meer.
Ik heb geprobeerd een eind aan mijn leven te maken.
Maar ik leef nog.

En nu gebruik ik mijn stem.
Voor haar.
Voor Laura.
Voor alle kinderen die niet konden ontsnappen.
Voor wie geen taal had voor wat er gebeurde.
Voor wie nog steeds in stilte leeft.

Mijn strijd is lang onzichtbaar geweest.
Maar ik kies ervoor om te spreken.
Omdat geen enkel kind vergeten mag worden.
Omdat elk kind ertoe doet.

Voor Laura.
Voor wie er niet meer is.
Voor wie nooit gehoord werd.
Voor wie ik nooit zal vergeten.

Jou strijd is mijn strijd geworden en samen strijden we verder.

In mijn hart leef je voort,

Ik hou van jou en weet je bent niet alleen.

Laura… jij zal nooit meer 17 jaar worden.

Jij kon het verwerken, werd niet gehoord.
Van kleins af aan zijn we samen misbruikt en maakte ze foto’s en films…
jij ging naar een jeugdinstelling.
Je werd niet gehoord en gezien.
Jouw moeder en vader verkochten jou voor geld en ze maakte verschrikkelijke foto’s en films van jou en mij toen we 3 waren…

Jij bent er niet meer.

Ik ben er nog wel en ik zal een stem blijven voor overlevers
maar diep in mijn hart ook voor jou.
Ik zal de strijd nooit opgeven.
Denk aan je lieve Laura
rust zacht.
Vicky Bergman

Voor Laura door Vicky

Je liep met mij,
kleine voeten, licht en stil.
Jij keek omhoog,
alsof de hemel wist wat wij voelden.

We speelden prinses,
jij was de mooiste.
Maar de sprookjes
werden donker te vroeg.

Ze namen je mee
naar een wereld zonder armen
die je vasthielden uit liefde.
Zonder woorden die zeiden:
“Jij mag gewoon kind zijn.”

Ik bleef achter
met vragen die geen antwoorden kregen.
Met stilte
die schreeuwde in mijn hoofd.

En toch,
ik hoor je soms nog lachen.
In dromen dans je,
vrij van alles wat was.

Ik leef nu
voor jou en mij.
Voor de kinderen die nooit
een stem kregen.
Voor de meisjes
die nooit groot mochten worden.

Je bent niet vergeten.
In elk woord dat ik spreek,
in elke traan die valt,
ben jij bij mij.

Laura,
jij deed ertoe.
Jij doet ertoe.
Voor altijd.

Liefs Vicky