De verhalen die hier worden geplaatst zijn niet altijd van mensen die CPTSS hebben maar ook van mensen die het erg zwaar hebben, of zwaar hebben gehad. Ik denk dat door de openheid van anderen wij heel veel kunnen herkennen van elkaar.  En hierdoor steun kunnen vinden, want welke stoornis je ook hebt ontwikkelt, volgens mij zijn er altijd wel overeenkomsten te vinden.

Dit is het verhaal van Gabriela. Een vrouw van 28 jaar met PTSS (vermoedelijk CPTSS)

Gabriela Swinkels

Als klein meisje ben ik veel geslagen door mijn ouders. Mijn moeder was huisvrouw en deed buitenshuis geen werk. Mijn vader sleutelde veel aan auto’s en was vaak van huis. Buiten zijn werk aan auto’s zat hij veel in kroegen of bij vrienden. Mijn vader is alcoholist en drinkt dagelijks veel bier. Toen ik klein was, is verteld dat ik niet gepland was. Toen ik geboren was, was ik ziek. Ik had een knik in mijn darm ofzo iets. Ik moest met spoed geopereerd worden. Na mijn operatie had ik een rood hoofdje of haren gekregen. Misschien door wat de dokteren me toen gaven om beter te worden. Ik heb vaak te horen gekregen als klein kind, dat ik een vies lelijk kind was. Dat vonden mijn ouders. Toen ik een jaar 5 a 6 was, begonnen mijn ouders losse handen te krijgen. Het maakte niks uit wat ik deed, en ik kreeg alle hoeken van het huis te zien.
Bijvoorbeeld: als ik stiekem aan mijn moeders make-up had gezeten of stiekem een snoepje pakte of deed stotteren, kon ik onverwachts een platte hand recht in mijn gezicht verwachten. Ook als ik jeuk had in mijn gezicht, soms zei mijn moeder dan: ‘Blijf uit je gezicht” en ik hoefde niet tegen te sputteren want anders kreeg ik gegarandeerd een knal in mijn gezicht. Maar soms zei ze niks en had ik jeuk en kreeg ik onverwachts een knal in mijn gezicht, en zei ze daarna: “Blijf uit je gezicht”. Ik mocht vrijwel nooit op het bankstel zitten in de woonkamer en zat ik, als ik mee tv mocht kijken, op de grond. Tussen 19 en 19.30 uur was mijn bedtijd altijd.

Ik heb nog een tijdje een luier gedragen. Het werd tijd dat de luier af moest. Mijn ouders wilde mij weg doen op dat moment omdat ik de luier nog droeg. Even later heb ik een emmer mee naar boven gekregen om te plassen. Maar uiteindelijk wilde mijn (moeder voornamelijk)/ouders dat ook niet meer, en werd mij de emmer ontnomen en moest ik het maar ophouden. Ik kwam ‘s nachts dan wel eens van mijn kamer om naar de wc te gaan. Stiekem pakte ik ook wat te eten omdat ik dan honger had of zin in eten. Dat was niet persé snoep, brood, vlees, kaas, of crackers. Volgens mij na een tijd, heeft mijn moeder dat in de gaten gehad. Op een gegeven moment mocht ik niet meer mijn kamer afkomen. Ik vroeg dan:” En als ik dan moet plassen?”. Dan zei mijn moeder:” Dan hou je het maar op”. Maar dat ging niet. Dus kwam ik dan toch mijn kamer af om naar de wc te gaan. Mijn moeder hoorde dat, en zei dan tegen mij soms;” Kreng ga slapen” of ze zei hatelijk Gabriela ga slapen” Ik zei dan:” Mamma ik moet plassen”. Maar ik moest maken dat ik naar mijn kamer ging. Ik ging toen uit het raam plassen. Mijn oudere broer, (Twee jaar ouder), heeft mij eens gedrapeerd/betrapt met plassen uit het raam. Dat heeft hij tegen onze moeder gezegd, meen ik. Mijn vader heeft toen, meen ik, van mijn moeder de ramen moeten dicht spijkeren. Mijn moeder maakte even later mij kamerdeur ook dicht met een touwtje zodat ik er niet vanaf kon komen. Ik ging opzoek naar de volgende oplossing: potjes, bekers mee naar boven nemen zodat ik toch kon plassen. Maar even later had mijn moeder dat ook in de gaten, en haalde ze het telkens van mijn kamer en kreeg ik slaag. Toch smokkelde ik telkens potjes/bekers mee naar boven, maar kon ik het nergens kwijt als ik geplast had omdat mijn ramen dicht waren gespijkerd en mijn moeder mij altijd streng in de gaten hield. Ik heb het toen een lange tijd zelf moeten opdrinken. Daar wisten zij waarschijnlijk niks van af. Als ik het in bed deed kreeg ik slaag. Tot dat ik een spijker los had gekregen van het raam en die er zo weer in kon steken zodat ze niet zagen dat ik mijn raam toch open kreeg. Vanaf toen gooide ik het potje of beker leeg uit het raam. Het heeft mij veel energie gekost om het stiekem te moeten blijven doen. Telkens kamer controle door mijn moeder. Ik had geen spullen op mijn kamer behalve een lege oude bruine kast en een leeg oud bruin laden kastje en lege rechte witte douche kast, en mijn bed. Ik mocht geen spullen van mijn moeder op de kamer. Omdat ik dan deed spelen, en dat mocht ik niet als ik op mijn kamer was of moest zijn.

Op een gegeven moment ging ik heel veel stotteren. Ik probeerde het niet te doen, maar telkens als ik stotterde, werd ik gewaarschuwd of kreeg ik slaag. Als ik naar school moest, werden mijn boterhammen gemaakt door mijn moeder en kreeg een beker drinken mee. Ik had daar niet genoeg aan waardoor ik op school stiekem bij andere kinderen eten ging stelen uit de tas. Er was geen reden om mij te weinig mee te geven naar school. Er was thuis altijd voldoende voorraad

Mijn broer kreeg wel altijd wat hij nodig had. Als ik mijn best niet had gedaan op school en ik kwam dan thuis, dan kreeg ik eerst slaag van mijn moeder en als mijn vader thuiskwam ook nog eens van hem. Voornamelijk in mijn gezicht wilde ze raken/slaan waardoor ik mijn armen optrok om me te weren. Dat mocht ik niet doen en ze bleven dan door gaan met mij te slaan waar ze maar raken konden en uitschelden tot dat ik stopte met mijn armen op te trekken om me te weren. Ik moest stoppen met huilen. Bleef ik huilen bleef ik ook slaag houden. Mijn moeder heeft eens met mij een afspraak gemaakt. Als ik mijn best niet zou doen of zou praten op school wat thuis gebeurt, en ik kwam dan thuis, dat ik honderd klappen met de pollepel zou krijgen. Die slaag heb ik vaak gehad waardoor mijn billen bont en blauw waren. Maar dat was ook de bedoeling van mijn moeder. Ik kon soms niet echt meer zitten van de pijn.

Ik heb veel scholen gehad. Wat daar de reden precies van was, weet ik niet. Mijn ouders zeiden altijd dat ik de schuld was en geen een school mij wou hebben. Ik kon ook vrij uitgelaten zijn op school omdat ik blij was van huis te zijn en andere mensen mij niet sloegen. Ik pakte mijn geluk even maar had ook vaker dat ik in tranen uitbarstte als ik zag dat mijn schoenen kapot waren. Als ik dan thuis zou komen, had ik een groot probleem. Ik maakte ze niet extra kapot. Als ik thuis was, kwam ik vrijwel nooit buiten om te spelen met andere kinderen. Dat heb ik wel eens een paar keer gemogen. Maar uiteindelijk, volgens mij, wilde de kinderen niet eens met mij omgaan. Ik was anders dan die kinderen. Ik mocht niet wat zij wel mochten: naar de winkel of speel plaats of zwemmen.

Ik zag er altijd ook niet zo netjes uit als die andere kinderen. Zei mochten wel met mooie kleren lopen of een beetje make-up op hebben of de haren los. Ze mochten ook al een telefoontje op zak hebben, en dan kwam ik aan met een speelgoedtelefoontje. Ik schaamde me vaker en dan had ik open schoenen aan waar ik me altijd voor schaamde, want dan waren mijn voeten vies en anderen zagen dat. Ik mocht ze dan niet even wassen. Alleen wanneer mijn moeder het zei. De kinderen wisten dat ik niet veel mocht en mijn moeder zei altijd:” Kan ze niet bijvoorbeeld naar de winkel”. Dan zei mijn moeder” Kan ze niet. Ze gedraagt zich niet of let niet op”. Als andere minderen buiten waren en mijn moeder zat buiten voor de deur, dan zei ze wel eens:” Sta maar eens op van die luie reet of luie dikke reet en ga maar naar buiten”. Maar ik mocht niet van de oprit af. Ik zei” wat moet ik dan doen”. Soms zei ze:” Bekijk het je of pak het springtouw maar. Ik pakte het springtouw of blikkenlopers en ging maar wat doen, maar ik schaamde me rot voor de andere kinderen die plezier maakten en ik moest op de oprit blijven. Mijn moeder dwong me dan wel eens om te springen met het springtouw als ze zag dat ik mij schaamde. Uiteindelijk na een tijdje riep ze me naar binnen en zat ik altijd standaard aan de keukentafel te kleuren of met een boek te lezen. Ik speelde graag met de blokken. Dat mocht ik alleen op de grond maar ik mocht er niet vaak mee spelen. Mijn moeder bepaalde alles wat ik moest doen. Soms zat ik gewoon wel eens voor me uit te staren en niks te doen. Ik wist het soms niet meer. Ik kan me nog goed herinneren dat mijn moeder me vaker de keel heeft dichtgeknepen. Ik zat dan in de keuken. Waarom ze dat deed weet ik niet meer. Ik moest hoesten omdat ze hem zo strak had dicht geknepen. Ik kon het hoesten niet laten, en kon er niks aan doen. Mijn moeder waarschuwde mij dat ik moest stoppen met hoesten. Ik probeerde het dan ook niet meer te doen omdat ik wist dat ze weer terug zou komen en me weer gegarandeerd zou slaan. Zo heeft ze mij ook wel eens geslagen in de keuken en op de vensterbank stonden cactussen. Daar ben ik toen tegen aangekomen en had ik van die kleine stekels in mijn vel prikken. Ze heeft mij ook wel eens aan mijn haren getrokken door de woning. Wat daar de reden van was weet ik ook niet meer. Zou best kunnen dat ik aan haar make-up, deodorant of parfum had gezeten. Als ik naar de wc moest, dan moest ik dat altijd eerst vragen. Dus dan zei ik:” Mamma mag effen naar de wc”. Soms zei ze:” Nee je houdt het maar op. Je bent net geweest en soms zei ze:” Ga maar weer naar je kantoor vieze pissert”. Maar op een gegeven moment zei ze vaker hatelijk, als ik vroeg om naar de wc te mogen:” Je hoeft niet alles te zeggen wat je gaat doen”. Maar als ik het niet vroeg, dan zei ze:” Wat ga je doen?” En dan zei ik:” Naar de wc”. En soms zei ze:” Nee:”. Dat ik niet naar de wc mocht en dat ik het maar moest ophouden omdat ik pas was geweest zei ze dan.

In het begin van mijn verhaal schreef ik dat mijn vader een alcoholist was/is. Daar hadden mijn ouders veel ruzies om. Mijn vader kwam vaker dronken thuis en mijn moeder begon dan te schelden/schreeuwen. Even later was dat soms zo erg uit de hand gelopen, dat ik mij nog kan herinneren, dat mijn vader voor mij met een mes naar mijn moeder stond. Mijn broer heeft het mes toen, meen ik, afgepakt. Ik heb vaak een aantal keren in Blijf-van-mijn-lijf-huizen gezeten met mijn moeder en broer. Het klinkt gek. Maar als mijn ouders ruzie hadden, deed mijn moeder soms ineens weer normaal tegen mij en liever. Mijn moeder ging altijd weer terug naar mijn vader en ze kwamen telkens weer bij elkaar. Maar nog geen paar weken later zaten we weer op de vlucht bij kennissen of blijf” van mijn lijf” huizen of op de camping. Mijn moeder heeft mij wel eens achter gelaten bij mijn vader. Ik verrekte van de angst, voor mijn vader, eigenlijk voor beide ouders. Waarom mijn moeder mij toen heeft achtergelaten, weet ik niet. Ik kreeg vaker wel eens te horen dat ik de schuld was dat mijn ouders ruzie hadden. Mijn vader heeft mij toen flink doorgelaten/geslagen toen mijn moeder mij had achtergelaten. Ik had daar meen ik een blauw gezicht aan overgehouden. Ik weet niet meer echt wat hij toen gedaan had. Maar volgens mij had hij een stoel naar mij gegooid, en me bij de keel gepakt, en omhooggetild. Dat heeft hij wel eens gedaan. Even later is mijn moeder me komen halen. Mijn moeder zag dat mijn gezicht blauw was, uit wanhoop wist ik niet wat ik moest doen of zeggen, want mijn moeder ging op eens aangifte daar van doen. Ik had daar meen ik over gelogen, en gezegd dat mijn vader mij met een vuist had geslagen. Een mannelijke agent is de volgende dag, toen meen ik, ook aan huis gekomen mijn vader was er ook bij. Hij ontkende natuurlijk bij politie dat hij dat had gedaan. Volgens mij kon de agent en mijn vader goed met mekaar opschieten, en is uit eindelijk gezegd dat ik dat zelf had gedaan, met een nacht klokje, wat ik eens gekregen had. Waar toevallig de batterijen van leeg waren. Maar mijn moeder en broer dachten dat het kapot was.

Bovenaan mijn verhaal schreef ik, dat mijn bedtijd altijd 19 tot 19.30 uur was. Het maakte niet uit of het zomer of winter, vakantie, of feestdagen was. Ik had geen spullen op mijn kamer. Maar ik vermaakte me met de kleinste dingen. Mijn broer mocht altijd lang opblijven. Meestal was hij nog buiten aan het spelen als ik naar bed moest. Soms kwam hij dan thuis als ik in bed lag. Maar soms was hij ook thuis als ik naar bed moest. Mijn ouders waren onder in de woonkamer zichzelf aan het vermaken. Mijn broer maakte snel mijn schuifdeur open, ik had geen gewone deur. Hij zag dat ik aan het spelen was. Meestal was dat of in mijn eigen praten, zingen of dansen. Ik smeekte mijn broer op dat moment, “alsjeblieft” zeg niks tegen mijn (moeder voornamelijk)/ouders.

Mijn broer zou niks zeggen als hij mij mocht beffen. Uit angst voor mijn ouders heb ik het toegelaten. Het werd erger en vaker dat mijn broer naar mijn kamer kwam, ook volgens mij dat hij graag wilde dat ik bij hem op de kamer een spelletje kwam spelen. Dit is ook vaker gebeurd, en kan ik mij nog herinneren dat we eens tv of een spelletje aan het spelen waren. Ik weet niet hoe het gelopen is. Wel dat hij mij pijn heeft gedaan vanachter. Ik heb dit nooit durven zeggen, zelfs niet op dat moment, en ik met pijn op de wc ging zitten. Na een lange tijd, de eerste dag van mijn opnamen. Heb ik het tegen mijn moeder gezegd. Ze gelooft het niet. Besteedt er geen aandacht aan.

Tot mijn 13de ging er geen dag voorbij dat ik geen slaag kreeg. Ik was volgens mij al vroeg gelovig, en wilde heel graag mijn communie doen en een mooie jurk aan hebben. Helaas wilde mijn moeder dat niet, zij wilde voor mij een pakje kopen. Volgens mij was haar reden altijd, dat ik niet met de benen bij mekaar kon zitten volgens haar. 

Mijn oma heeft toen een tweedehandse jurk van de rommelmarkt meen ik mij gegeven. Ik was er blij mee, en had ik toch mijn zin en een jurk. Mijn moeder was niet blij. Hoe mijn vader daartegenover stond weet ik niet. Meestal deed mijn vader wat mijn moeder zei. Hij was volgens mij anders bang, om stress te krijgen. De jurk was mij te groot en toch met een beetje hulp van oma, meen ik, is de jurk weggebracht om op maat te maken en schoon te maken. Helaas moest ik wel open schoenen aan doen van mijn moeder. Ik schaamde me altijd voor mijn voeten.

De dag van mijn communie was niet heel veel. Ik had in de kerk gehoord als je 123 God zal roepen, en hem om hulp vraagt. Hij je wellicht komt helpen. Na mijn communie heb ik het te vaak geroepen. Eenmaal ‘s avonds op mijn communie was mijn gewone bedtijd. Volgens mij waren bezoekers boos op mijn moeder/ouders omdat ik naar bed moest. Ik meen dat toen ook een aantal mensen zijn weggegaan toen ik naar boven moest.

Na een tijd zat ik ook niet meer op school. Maar op een dagcentrum. Daar was ik verliefd geworden, op een oudere man van ongeveer 27/28 jaar. Ik werd altijd op oudere mannen verliefd. Maar ik wilde verder niks, behalve aandacht, praten of knuffelen. Mijn moeder zei altijd: “Ze wil seks met oudere mannen, en zwanger worden.” Inderdaad zal ik vroeger vaker bedoeld hebben, dat ik kinderen wilde, en misschien doordat ik een klein kind was, het niet zo handig uit mijn mond kwam. Mijn moeder was gebeld en op de hoogte gebracht dat ik de foto had gestolen van die man waar ik verliefd op was geworden. Dat was een foto van mensen, die werkten op die dag. Zo konden de kinderen zien wie er in dienst was die dag. Eenmaal thuis, weet ik niet of ik toen slaag heb gekregen. Mijn moeder schelde mij wel uit. Meestal waren haar woorden naar mij; vieze nuttige tooi of vieze del. Mijn vader moest nog thuiskomen van zijn werk. Dat was altijd rond etenstijd. Ik wist zeker dat als hij thuis zou komen ik een heel groot probleem had. Meestal was dat rond etenstijd. Mijn vader smeet dan wel eens zijn bord naar mij toe en zei:” Vind je leuk hé? Altijd stress onder het eten. Vreet het maar op. Ik heb een hele dag gewerkt, vind je leuk hè, als ik kapotga van de honger?” Volgens mij had ik gedaan alsof ik ongesteld was, voordat mijn vader thuiskwam. Ik mocht nooit mijn maandverband in de prullenbak weggooien. Dat vond mijn moeder vies. Mijn moeder mocht dat wel. Dat moest ik buiten in de container weggooien. Ik heb de containers voor de poort weggehaald, en ben gaan rennen. De politie vond mij vrij snel omdat ik bij mensen had aangebeld. Ik heb niks tegen de politie gezegd. Dat was thuis de strenge regel. Een woord werd genoemd, en ik maak je af. Als er gepraat zou worden op school, politie, oma of even later dagcentrum. Ik meen dat politie mij terug heeft gebracht naar huis. Dit was ook de allereerste keer dat ik weggelopen ben. Wat thuis is gebeurd toen, dat weet ik niet meer. Het duurde niet heel lang, en ik had me klaargemaakt om weer weg te lopen. Dat heb ik toen gedaan ongeveer 12 uur ‘s nachts, uit het raam waar ik de spijker van los kreeg. Ik heb toen een afscheidsbrief geschreven. Ik weet niet meer wat ik daarop heb geschreven. De dag daarna heeft de politie mij gevonden bij het dagcentrum in Hoensbroek. Toen heb ik meen ik tegen politie gezegd dat ik slaag krijg. Ze hebben me meegenomen, even laten slapen, en toen ik wakker werd hoefde ik niet meer naar huis. Ik voelde mij geweldig. Het was een avontuurtje en vanaf die tijd begonnen mijn opnamen. Een hel.

Mijn ouders kregen het gezag over mij voor een gedeelte kwijt. Ik was 13 a 14 jaar. Maar alsnog deden ze er alles aan om mij het leven zuur te maken. Bijvoorbeeld: Dat mijn moeder ging praten met de groepsleiding, dat mijn oma mij geen kleren meer mocht geven, en even later zelfs oma niet meer bij mij op bezoek mocht komen. Dit omdat de grote mensen ruzie met mekaar hadden. Mijn moeder deed er alles aan om mij zo veel mogelijk verdriet te bezorgen.
Toen ik 18 jaar was. Ben ik van de instelling vertrokken zonder iets te regelen, of iets. Gewoon op een dag dat het niet goed ging daar. Ik had niks, of niemand. Ik ben toen ongeveer 3 a 4 weken bij mijn broer gaan wonen, in een caravan, bij een boer in de loods. Mijn broer had geen woonplek. Dat was voor mij ook een hel. Mijn broer heeft lossen handen. Zijn vriendin kreeg heel veel slaag. Ze was op dat moment zwanger geworden van haar eerste kindje, meen ik. Ik weet hoe ze dacht, dat is beschamend. Ze was blij dat ik er was. Dan kreeg zei de slaag niet, maar ik. Na een paar weken heb ik via Marktplaats een kamer gevonden, in Geleen om te wonen. Het was duur voor mijn inkomen. Maar toch heb ik het gedaan. Na betaling van de kamer hield ik niks over. Ik had een uitkering van rond de 400 Euro. Mijn huur was 440 meen ik. Ik weet ook niet hoe ik aan het geld kwam. Ik vermoed dat ik pas 18 jaar was geworden, en net mijn uitkering rond was. Daar zit een tijd tussen. Maar ik denk dat ik dat met terugwerkende kracht heb teruggekregen. Vandaar dat ik alles kon betalen. Ik had niks meer om te eten, en was verslaafd geworden aan weed vanuit de instelling. Ik belde mijn vader op, om te vragen of ik een soepje mocht warm maken. In de tijd van de instelling deed mijn vader heel lief tegen mij. Hij was erg verslaafd aan drank en vermoedelijk denk ik meer te hebben gezien. Ik hielp waar ik kon. Maar doordat hij mij zoveel sloeg vroeger. Ik was zo bang voor mijn vader. Dat ik er zelf voor koos niet meer thuis te willen wonen. Niet meer. Nooit meer. Hij gaf mij bijna alles wat ik wilde. Even later kwam dit door, dat ik leiding altijd om mij heen had.

Hij was ineens heel erg veranderd. Ik ben toen naar mijn oma meen ik gegaan, en vanuit mijn oma naar mijn vader. Ik wilde niet bij mijn vader blijven. Hij begon weer grove woorden naar mij uit te spreken, en mij bang te maken. 

Mijn ouders hebben mij vroeger altijd verboden om met mijn oma en opa om te gaan, van mijn vaders kant. Mijn vader is geen lieve man. Wat tussen de volwassenen vroeger is gebeurd, weet ik niet. Daar werd ik in meegetrokken maar dat was kleineren met kinderen. Verder snapte ik soms de helft niet. Ik was zo bang voor mijn vader. Met mijn moeder had ik al een aantal jaar geen contact meer, ik heb het contact verbroken. Ook wilde mijn vader niet dat ik met haar omging. Hij zei tegen iedereen dat ik dat wel mocht. Maar als ik het deed had ik ruzie met hem. Dit alles kon ik niet meer aan. Ik was alleen. Ik had geen vrienden of vriendinnen want ik kwam van een instelling.

Ik ben uit wanhoop advertenties gaan volgen op teletekstpagina’s. Ik ben opeens bij een pagina gekomen waarboven meen ik stond; serieuze contactadvertenties. Ik meen dat ik zelf op een jongen toen heb gereageerd. Die jongen kwam uit Hoek van Holland en had een eigen transportbedrijf met zijn vader en broertje. Ik ben met die jongen in contact gekomen, en we hebben liggen sms’en naar mekaar. Na ongeveer een week of twee weken is hij samen met een vriend naar Limburg gekomen. Hij was lief en netjes, en we vonden mekaar meteen leuk. We zijn contact blijven houden, en hij vroeg opeens of ik eens mee wilde volgens mij. We hebben toen een afspraak gemaakt dat hij mij met de vrachtwagen zou komen halen. Máár met de afspraak dat hij mij de dag daarna terug zou brengen. Ik had stiekem een konijntje op mijn kamer, en dat mocht ik niet van mijn huurbaas. Eenmaal de dag daarna kregen we strijd in de vrachtwagen. Ik wilde graag een jointje roken, maar die jongen was daartegen. Ik mocht wel een gewone sigaret roken. Maar ik vroeg mij af wanneer hij mij terug ging brengen. Ik werd al snel bang, en kreeg het gevoel hij mij niet terug wilde brengen. Terwijl het volgens mij een normale jongen was die zijn leven goed op orde had. Hij was volgens mij rond de 22 jaar. Ik had hem veel verteld van bovenstaande. Die jongen wilde met zijn moeder gaan praten. Ik weet niet meer alles precies. Maar volgens mij wilde hij met zijn moeder praten om mijn konijntje daar te zetten. Ik kreeg het gevoel dat die jongen de baas over mij wilde spelen. Ik was bang, ook omdat ik hem niet goed kende. Ik meen dat ik een paar keer heb gevraagd of hij de vrachtwagen stil wilde zetten, dit gebeurde niet. Ik weet zeker wat ik dacht op dat moment. 
Ik dacht als hij de vrachtwagen niet stilzet, dan zal ik eruit moeten springen. Dit zei mijn angstgevoel. Ik kon niet nadenken door mijn angst. Ik kan mij licht herinneren dat ik de deur pakte, en vanaf dan weet ik niks meer. Door een grote fout was mijn leven bijna voorbij door een val uit de rijdende vrachtwagen op de autosnelweg met 80. Mijn leven was niet veel, maar dit was de zwaarste klap in mijn leven. Ik had nog lever dat mijn moeder me de keel dichtkneep. Zoveel pijn en verdriet heeft dit ongeluk mij bezorgd. Want die klap was nog, na al die jaren, niet genoeg. Na een paar weken kunstmatige coma zag ik mijn vader. Het allereerste wat in mij opkomt wat hij naast mijn bed zei:” Och schat, je moet maar zo denken, papa heeft een zwaarder ongeluk als jou gehad”. Ik had mijn nek gebroken, en liep 5 maanden met een helo-vest.

Ook dat was nog lang niet alles. Ik smeekte God om mij te helpen. Ik wilde heel graag uit het ziekenhuis, en naar mijn oma. Maar mijn opa is een Italiaan en moest om de zoveel tijd naar Italië met oma. Die vlucht was al geannuleerd. Toen ik vervroegd zelf graag naar huis en naar oma wilde, moest mijn oma toch naar Italië met opa. Ik smeekte oma om bij mij te blijven. Maar oma zei dat dat niet ging. Ik was in een klap alles kwijt. Mijn kamer had mijn vader opgegeven toen ik in coma lag, en mijn spullen bij hem neer gezet. Hij heeft volgens mij heel vaak tegen mij gezegd dat ik bij hem moest komen wonen met mijn nek gebroken. Als ik genezen was kon ik weer gaan. Oma smeken had geen zin meer. Ik zette alles op alles om niet bij mijn vader te hoeven wonen. Ik ben kamers afgegaan, en op het laatst een camping. Samen met oma gaan kijken, en alles betaald, totdat oma terug uit Italië was. De campingbaas vertrouwde het niet, en heeft de politie gebeld. Ik had een klein huisje gehuurd. Maar door het hekwerk om mijn hoofd paste ik maar net de deur van het huisje in. De politie is bij mij gekomen, samen sigaretje gerookt, en ik wilde graag met hun praten. Maar ik wist niet hoe, en ik durfde niet. Ik werd toch nooit geloofd. Waar ik zat met de politie, was ook de plek waar mijn moeder, broer en ik hadden gezeten op de vlucht voor mijn vader. Alles deed mij zo veel pijn. Ik was 19 jaar en ik had niks, helemaal niemand. Ik belde mijn broer, en hij is mij toen komen halen. De politie heeft ervoor gezorgd dat ik mijn geld terugkreeg van de camping. Dat had mijn broer snel in de gaten. Ook had ik mijn bankpas waar een bedrag opstond van de tijd dat ik in het ziekenhuis had gelegen. Toen ik eenmaal bij mijn broer aankwam woonde daar ook een onverzorgde man. Die man was een buurman van mijn vader. Volgens mij had die man wel drugs gebruikt. Hij was heel smal, en zielig en wilde altijd opscheppen met zijn armen dat hij breed was. Mijn vader vond het leuk om hem daar mee belachelijk te maken, en mijn vader stroopte zijn mouwen op. Mijn vader haalde ook wel eens whisky in huis. Maar mijn vader stookte mij op om azijn of zonnebloemolie erbij te doen. Die vieze man hoefde volgens hem zijn whisky niet op te drinken. Maar hij nodigde hem wel, volgens mij, zelf uit. 

Toen die man bij mijn broer was, en ik ook, nadat hij mij van de camping is komen halen, zat mijn broer gelijk achter mijn geld aan. Ik wilde mijn geld niet afgeven. Is was jong, maar slim genoeg om mijn zaakjes op orde te houden, ondanks veel tegenslagen. Ik wilde mijn geld niet geven, maar ik moest. Ik heb toen al het een het ander gezien. De man die bij mijn broer inwoonde kende ik even later niet meer terug, het gezicht van die man was helemaal verminkt door mijn broers slaan. Ook had mijn vader een schietpistooltje van de kermis met balletjes, de man kreeg heel veel pijn. Ik heb die man nooit kunnen helpen. Het was geen schone man. De man is even later overleden. Mijn broer, schoonzus, en mijn vader zijn opgepakt. Dat had mijn schoonzus mij verteld. Mijn vader vertelde tegen mij dat die man van mijn broer zijn eigen urine of ontlasting moest eten/drinken. Ik ben toen weggelopen bij mijn broer. Vanaf toen had ik eigenlijk echt helemaal niks meer. Het enige wat ik kon doen om niet met mijn gebroken nek op straat te slapen, was mijn vader bellen. Spijt, veel spijt. Was ik maar naar de politie gegaan. Maar ik wist heel zeker dat de politie hem weer ging geloven. Hij zorgde overal goed voor, en daarom was ik zo erg bang. Ik moest bij mijn vader wonen. Ik had niks anders. Bij mijn vader heb ik veel stress gehad. Hij was veel met zichzelf bezig. Hij kwam eens thuis heel raar, en zei:” Brr, ik zie gaten” en haalde een jointje tevoorschijn. Vanaf toen ben ik weer begonnen met weed roken. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, was ik niet meer verslaafd eraan. Ik mocht geen groen kruis van mijn vader, dan konden ze alles zien liggen binnen. Na 5 maanden mocht mijn Helo-vest af. Ik was genezen, en wilde heel graag weer mijn eigen pad kiezen. Dat wilde mijn vader niet, en hier kregen we veel ruzies over. Uiteindelijk ben ik toch aan een kamer gekomen in Heerlen. Daar kreeg ik telkens eten van mijn vader en soms ook weed. 

Ik leerde een jongen kennen die een jaar jonger als mij was. Dit was de eerste keer dat ik verliefd werd, ook op een jongere jongen en dat daar een relatie uit kwam. Die jongen had niet veel, hij woonde bij vrienden. Hij had een paar kleren, een radio-installatie en een laptop. Ik vond hem leuk, en liet hem al snel bij mij wonen. Ook al snel wilde ik naar iets groters kijken voor ons, en dat gingen we ook doen. In die tijd ben ik uit het niets helemaal doorgedraaid. Ik huilde alleen nog maar en wilde niks meer eten of drinken. Gewoon opeens vertrouwde ik niks, of niemand meer. Zelfs mijn vriend niet. Eenmaal in de nieuwe iets grotere woning is het ook helemaal bergafwaarts met mij gegaan. Ik wilde hem zo graag, maar ik kon niemand meer vertrouwen. Ik dacht dat mensen mij wilden drogeren, zo voelde het. 

Op een dag ben ik naar de dranken handel gegaan, en heb daar waar mijn vriend bij was, een fles whisky gekocht. Ik heb een paar slokken genomen van de fles en ik weet helemaal niks meer. Alleen wat mijn vriend mij even later vertelde toen ik wakker ben geworden. Het is allemaal heel raar gelopen, en waarom mijn vriend in die tijd niet heeft ingegrepen, weet ik niet precies. Wel weet ik dat die jongen heel bang voor mijn vader was net als mij. Volgens die vriend deed ik heel raar en heeft hij mij nog op de wc gezet. Hij heeft mij met mijn broek open op de bank gelegd. Mijn vader is even later gekomen, en mijn vriend moest mijn woning verlaten van mijn vader. Mijn vader had tegen hem gezegd dat hij mij mee zou nemen naar zijn huis. Maar ik lag op de bank te slapen, zei mijn vriend even later tegen mij. Ook heeft hij buiten staan wachten maar mijn vader, kwam niet met mij naar buiten vertelde mijn vriend tegen mij. Ik werd s ‘avonds wakker met een pyjamabroek aan. Overal in mijn woning stond het licht aan. Ik wist niet wat er was gebeurd, en ook wist ik niet dat mijn vader bij mij was geweest. Omdat ik mijn vriend nergens zag ben ik naar buiten gerend en heb ik bij de buren aangebeld om te vragen of ik daar even mocht bellen. Mijn vriend hing de telefoon op en mijn vader is langsgekomen. Lachend voor mijn woning. Het allereerste wat ik zei en bleef zeggen tegen mijn vader: “pappa bezeik mij alsjeblieft niet, en doe mij geen pijn”. Hij lachte mij uit en zei tegen mij dat ik in de auto moest gaan zitten, en mee naar zijn huis moest. In de auto zei hij: “Ga je dadelijk maar douchen, je hebt door je eigen pus en kots gerold.” Eenmaal daar heb ik mij moeten douchen van mijn vader. Ik was niet vies, maar voelde mij even later heel vies. Eenmaal na het douchen werd ik wakker van iets en ik weet niet waarvan. Twee slokken whisky kan er niet voor gezorgd hebben dat ik helemaal niks meer weet. Ik had maar een broek aan, en een bij mijn vader liggen. Ik vroeg aan een vrouw die mij mijn vader woont: “Hoe kan het dat ik een andere broek aan heb. Ik had toch een spijkerbroek aan?” Hier reageerde mijn vader heel erg geschrokken op, en zei dat zal je zelf wel gedaan hebben. De vrouw waar ik het tegen zei keek met geschrokken ogen.

Een aantal jaar later ben ik er voor het eerst met slachtofferhulp over gaan praten. Ook mijn schoonzus heb ik het verteld. Waarop mijn schoonzus zei: “Je vader heeft tegen mij gezegd, dat hij jou een andere broek heeft aangedaan, en tegen mij zei hij, dat ik dat zelf wel zou hebben gedaan.” Mijn moeder zegt ook misbruikt te zijn in haar huwelijk door mijn vader. Mijn moeder wil mij niet bijstaan bij de politie, over wat zei weet van mijn vader.

Ik heb hier veel pijn van. Het gevoel dat je eigen vader aan je heeft gezeten, op plaatsen waar hij niet hoort te komen. doet mij zo veel pijn. Ik probeerde met de politie te praten, maar al heel snel werd gezegd dat er geen bewijzen waren. Maar het pijnlijkste van alles is, er is niemand op de wereld waar je er mee over kan praten, en die ieder woord geloofd dat je zegt. Zonder te zeggen dat ik hulp moest zoeken. Ik zorg al jaren alleen voor dat ik overeind blijf staan. Helemaal alleen. Zelfs met Kerst en verjaardagen. Soms kies ik er ook een beetje zelf voor. 28 jaar heb ik geen vertrouwen gekend. 

Ik ben zwaar aan de drugs en alcohol gegaan. Toen ik het gevoel kreeg dat er iets niet klopte. Ik wil heel graag weten wat mijn vader heeft gedaan. Tot mijn 23ste, en ben toen overal mee gestopt. Alleen nog een sigaretje roken. Ik was trots op mezelf, na al die jaren. Het was mij helemaal zelf gelukt zonder therapie of afkickcentrum. Ik voelde mij de King. Ik ging mij zelf belonen met mooie sieraden te kopen, en opeens zat ik mooi in het goud. Trots. Maar niet voor lang. 

De woning waar ik in woonde, was een appartementencomplex. Na een tijd, zat het hele appartementencomplex vol met zwaar verslaafde mensen. Ik was weer aan het doordraaien. Maar wat ik niet wist. Ik had via de woningbouw blijkbaar gereageerd op een eengezinswoning. Ik kreeg een mailtje, en binnen een paar weken zat ik in mijn nieuwe eengezinswoning. Waar ik nu nog steeds woon. Ook hier heb ik veel klappen gekregen. Er was rust gekomen. Geen tijd en geen zin meer om aan mijn vorige woonplek te denken. Makkelijker gezegd dan gedaan. Het lukt voor een groot gedeelte. Maar nu komt mijn verleden weer naar boven. Hoe ouder ik word, hoe meer het mij sloopt. 

Ik wrong me in veel bochten. Maar helaas ik ben de jongste van het gezin, en 18 jaar geweest. Al mijn bewijzen zijn vernietigd bij kinderbescherming of jeugdzorg. Nu moet ik maar alles op alles zetten om te hopen dat er iemand is die mij gaat geloven, en die mij met liefde wil helpen. Nu loop ik al een jaar met een voorlopige diagnose PTSS. Maar helaas weten mijn ouders nog niet van ophouden, en vertelt mijn moeder overal dat ik borderline en autisme heb. Ik schaam mij zo erg. Mijn moeder wilde volgens mij niet benoemen dat ik PTSS heb. Dan is er een grote kans dat zei er op wordt aangekeken, en op wat er niet allemaal gebeurd is.

Ondanks dat ik stiekem veel verdriet aan vroeger heb. Ik wilde mij zelf niet de grond in zien zakken. Ik heb nooit een school mogen afmaken. Ik ben aan een opleiding begonnen, en alles werd mij te veel.

School was niet aardig, en geen ervaring met zulke leerlingen als mij. Of wel. Maar daar is een school snel klaar mee. Nu mag ik een jaar thuisblijven. Dan moet ik terug naar school, 10 maanden moet ik wachten op EMDR. 

Waar ik nu ben, en sta. Is de helft wat mijn ouders van mij hebben gemaakt. Maar daar is niks meer aan te doen, en moet je mee leren leven. Ik leef elke dag in angst, pijn en verdriet, en blijf tot op de dag van vandaag met twee vragen zitten: Waarom mijn ouders mij zo veel pijn hebben gedaan? En wat mijn vader heeft gedaan toen in mijn woning?

Tweede deel: OPNAMEN

Toen ik 13 a 14 jaar was ben ik weg gelopen van huis, uit mijn raam. Rond 12 uur ‘s nachts. Mijn ramen waren dichtgespijkerd, maar op een gegeven moment had ik een spijker losgekregen die ik er zo weer in kon steken zo dat mijn (voornamelijk moeder) ouders het niet zagen dat ik toch mijn raam op kreeg. De dag daarna ben ik door de politie gevonden bij het dagcentrum van Hoensbroek. Ik kan mij nog herinneren hoe ik mij klaar heb gemaakt om voor de tweede keer van huis weg te lopen. Echt tot in de puntjes weet ik het niet meer. 

Ik had meen ik een kleine schooltas. Daar heb ik wat in verzameld, meen ik; klein handdoekje, een washandje, een horloge, en verder weet ik het niet meer.
Toen ik via het raam ben weggelopen moest ik eerst het dak af van de garage. Ik heb volgens mij eerst het tasje laten vallen of ik hield die bij mij, dat weet ik niet meer. Ik heb me, meen ik, laten hangen en laten vallen, en ben gaan rennen. 

Het huis van mijn ouders waar ik woonde lag in Brunssum. Ik ben van Brunssum naar Hoensbroek toen gelopen. Ik heb dit gedaan om volgens mij naar het dagcentrum te lopen, en de volgende dag aandacht te vinden daar. Het was niet zo’n grote afstand om te lopen, dus heb ik een lange tijd rondgelopen op straat. Ik heb volgens mij ook ergens in een trappenhuis, in een flat geslapen of gezeten.

Tijdens het schrijven komt zoiets naar boven. Maar dat weet ik niet meer. Wat ik wel bijna zeker weet is dat ik in het centrum van Hoensbroek toen haarverf heb gestolen. Ik zag ergens meen ik zo’n fonteintje staan. Ik wilde mijn haren verven. Stiekem wist ik; ze gaan mij toch vinden. Maar dan heb ik wel eens mijn haren geverfd gehad, en als smoes verzon ik gewoon dat ik niet herkend wilde worden. Ik meen dat ik veel heb willen uitspoken (kinderspel) maar niet met het gevoel om stout te willen zijn. Meer snoep, is makkelijker te stelen bij een Kruidvat/Etos dan bij de supermarkt een slaatje (bijvoorbeeld). Bij de supermarkt moet je de kassa voorbij. Bij de Kruidvat/Etos hoeft dat niet. Ik wilde wat eten, en lekker eten. Even later ging het dagcentrum open. Volgens mij heb ik een beetje als een gek kind aandacht liggen trekken. Ik was tenslotte verliefd op die oudere man. Dat speelde ook mee. Wat ik heb gedaan weet ik niet. Volgens mij ben ik niet stout geweest. Maar hebben ze wel de politie gebeld.  Ik kan mij nog licht agenten herinneren terwijl ik, meen ik op de grond zat voor het dagcentrum. Volgens mij is even later mijn moeder daar ook bijgekomen. Ik was geen kind dat graag stal. Dat kwam snel ter sprake, en mijn moeder deed heel lief opeens tegen mij. Ik weet niet meer wat ze zei, maar ze was opeens niet boos op mij, en de haarverf zou ze naar de winkel terugbrengen. Hier was de politie wel bij. 

Nadat ik, meen ik, verteld heb tegen de politie dat ik slaag kreeg, hebben ze mij meegenomen. Ik heb even geslapen, en toen ik wakker werd, kwam gelijk een agent. Hoe verder weet ik niet meer. Volgens mij hebben ze mij naar Heerlen gebracht. Ik vermoed Mondriaan. Daar kan ik mij nog goed herinneren dat ik aan een grote tafel ging zitten. Er zaten heel wat mensen aan die tafel volgens mij. Opeens vroeg iemand aan mij wat ik graag wilde. Daar blijven of naar huis. Mijn moeder zat naast mij. Er zaten genoeg mensen zodat ik kon zeggen dat ik daar wilde blijven. Mijn moeder begon meteen te huilen, en zei: “Nee Gabriela, kom alsjeblieft terug naar huis. Het gaat veranderen”. Ik zei daarop: “Nee Mamma, ik kan het niet meer aan”. Ik ben toen gelijk uit het gesprek gehaald, en mocht mee doen met de groep. Ik kreeg van alles. Zoals shampoo, en van de kinderen in de groep mocht ik ook spullen lenen, zoals opmaakspullen. Het was toch even feest. Mijn kamer was de separeercel maar de camera werd bedekt en de deur mocht open blijven. Toch vond ik het fijner als de deur dicht ging en vermaakte ik mij prima met muziek in mijn oren. Dit is ook de separeercel geweest waar ik mijn moeder voor het eerst heb gezegd wat mijn broer bij mij heeft gedaan in zijn slaapkamer. 

Thuis mocht ik maar een keer in de week douche, en twee keer in de week mijn haren. Toen ik nog thuis woonde was ik erg bang voor water als klein kind. Mijn (voornamelijk moeder) ouders deden mij veel pijn onder de douche. Ik mocht mij zelf niet douchen van mijn moeder, en deed mij soms met het washandje pijn tussen mijn benen, of kneep in mijn armen. Mij duwen of aan mijn haren trekken heeft ze ook vaak gedaan. Nadat ik gezegd had dat ik ongesteld was geworden, moest ik mij zelf douchen. Mijn eerste keer menstruatie, maar dat was niet zo. Mijn moeder was toen vies van mij, en zei: “Was jij die vieze kut nu zelf maar, vies wijf”. Mijn moeder moest altijd kijken hoe ik stond te douchen. Deed ik het niet goed, dan schelde mijn moeder mij uit. Dan zei ze bijvoorbeeld: “Hoef je niet eerst je gezicht te wassen, en daarna die vieze kut.”

Eenmaal bij de instelling, volgens mij Mondriaan. Binnen nog geen 5 minuten had ik contacten van mijn leeftijd. Maar ik kwam er ook heel snel achter dat de kinderen anders waren dan ik. Opeens kwam er een meisje van mijn leeftijd binnen. Of het in die tijd is geweest of in een andere tijd, dat weet ik niet meer. Volgens mij bij deze instelling, ze zat in een rolstoel en had geen benen meer. Tot de dag van vandaag kan ik niet vergeten hoe het meisje tegen mij zei, hoe ze op het spoor is gaan liggen, en een trein over haar benen reed. Het meisje zei het zonder enig gevoel, en liet zelfs haar foto’s zien van toen zei wel nog benen had. Een geweldig mooi meisje volgens mij. Maar door de rolstoel was ze volgens mij ook dikker geworden. Nu snap ik waarom het meisje het zonder gevoel zei, en haar foto met benen liet ziet. Ze ging kapot van binnen. Het meisje had geen makkelijk leven, en begon zich overal te snijden. Huilend keek het meisje mij vaker aan. Ik wilde zo graag helpen. Maar ik kon niet. Het meisje deed zichzelf pijn, veel pijn. Overal snijden bijvoorbeeld, armen, nek, gezicht. Het was erg om te zien. Soms moest zij de separeercel in. Waarvoor dat dan was weet ik niet. Soms zag ik de binnenkant van de separeercel en waren de muren vol gespuugd met bloed. Dat heb ik, meen ik ook wel eens te horen gekregen van groepsgenoten, dat zij dat konden. Ik weet niet hoe alles precies meer gelopen is.

Toen ik uit het gesprek ben gehaald, is mijn moeder blijven zitten. Wat er verder besproken is dat weet ik niet. De dag daarna of de dag daarop werd ik met de ambulance naar Vught gebracht. Opeens had ik een IBS. Tot op de dag van vandaag weet ik niet waarom ik toen die IBS heb gekregen. Het hield voor mij in, dat ik gesloten werd geplaatst, en niet meer buiten kwam. De hele rit met de ambulance en naar mijn opname in Vught was ik een heel gelukkig maar onzeker kind. Mijn moeder reed volgens mij achter de ambulance aan. Dat vond ik storend. Ik was liever met vreemde mensen alleen. Die deden mij geen pijn. 

Eenmaal in Vught zat ik gesloten, en alsnog was ik blij als mijn moeder wegging, en als mijn vader of broer erbij waren ook meteen weggingen. Ik was gelukkig, en ging naar mijn kamer. Mijn mooiste kleren aantrekken, opmaken, haren krullen. Ik mocht opeens alles. Ik trok me niet zo veel aan van de andere kinderen. Die waren in mijn stille gedachten gek. De een deed snijden, en de andere lag met het hoofd heen en weer te draaien. Soms als ik mij echt verveelde. Maar de kinderen in Vught waren tegen mij. Ik wist van mijzelf dat ik de mooiste was. Daar zorgde ik wel voor op mijn kamer voor de spiegel. Eigenlijk niet lief. Maar ja. Dit kwam ook omdat ik alle aandacht kreeg van de jongens die daar woonden, en de meiden keken mij jaloers aan. Ik hoorde er niet bij, en was bang aan het worden. Arrogant, maar trok me de keutel vervolgens toch maar in.

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik eens naar de slaapkamerdeur ging van een meisje dat mij niet moest. Volgens mij gingen zij zwemmen, volgens mij kon ik niet mee omdat ik een IBS had. 

Ik heb aan het meisje gevraagd of zei iets had voor te snijden in mijn arm, of iets scherps. Hoe ik het vroeg, weet ik niet meer. Pas toen ik het zei gaf ze mij vervolgens aandacht en deed volgens mij normaal. Ik meen dat zij mij toen ook iets scherps heeft gegeven. Ik ben naar mijn kamer gegaan, en heb mij daar meen ik, voor de allereerste keer in mijn arm oppervlakkig gekrast. Ik hoorde er opeens bij, en de meiden waren niet meer tegen mij. Dit is van kwaad tot erger gegaan. Ik ben in verschillende instanties in mijn arm gaan snijden. Dit om erbij te horen, aandacht. Van knippen met een schaar in mijn arm tot snijden met een stanleymes, scheermesjes. Even later was mijn hele onderarm door mij zelf helemaal verminkt. Mijn ouders vonden het eigenlijk vrij normaal worden. Telkens als ik het had gedaan. Dan moest ik naar bed ziekenhuis. Daar zaten mijn ouders soms. Ik werd verzorgd, en dan weer terug naar de instelling, en ouders waren of al naar huis gegaan of gingen dan naar huis. Als mijn moeder op bezoek kwam had ze eens te horen gekregen. Dat ik volgens mij een volle was heb verwassen in de wasmachine. Dat mocht ik allemaal zelf doen. Maar ik kon het niet. Toen heeft mijn moeder gezegd dat zei mijn kleren zal wassen, en ik het niet meer mocht doen. Mijn moeder kon er zo weer voor zorgen om te bepalen wat ik aan moest doen. Ook zag ze vaker dat ik mij had opgemaakt of krullen in mijn haren had gedaan. Hier scheldde ze mij op de kamer alleen stiekem voor uit, en dat ik de make-up van mijn gezicht moest halen en mijn haren normaal moest doen. Ik leek op een hoer. Ze waren normaal, alleen mooier, en niet saai in een staart altijd strak naar achter. Even later ging ze dit ook bespreekbaar maken met de groepsleiding, dat ze het niet goed vond dat ik me opmaakte. Maar volgens mij vonden de groepsleiding het zelf wel overdreven van mijn moeder. Maar dat gaan ze niet tegen een kind zeggen. Want als ik toch mij opmaakte, zei de groepsleiding soms helemaal niks. Zelfs op een andere instelling waar ik ben geplaatst was een groepsleiding die zelf ook van optutten hield, en aangaf dat ik gerust een beetje op mocht hebben. Hier zijn dus ook veel gesprekken over geweest. De leiding stonden gelukkig achter mij op dat moment. Even later werd er niet meer over gesproken, en maakte ik mij gewoon leuk op. 

Mijn verhaal kan soms van het een naar het ander springen, ik ben geen boekenschrijver. Tijdens het schrijven weet ik nog meer als dan ik dacht. Maar blijven ook op de raarste plekken stukken weg. Dat stoort mij heel erg. Omdat ik geen persoon ben die graag liegt. Maar dan wel juist het gevoel krijg dat mensen denken dat ik lieg. Ik wil mensen op deze manier smeken om mij te geloven. Waarom? Dat weet ik niet. Ik lig in de knoop, en wacht op de juiste vertrouwende liefdevolle hulp. Omdat ik mij ook mens voel, en ieder ding voel. Bijvoorbeeld: Mensen dingen willen zien of doen met mij, die ik totaal niet wil. Dit voel ik als veel pijn en angst. Vroeger toen ik jonger was. Besefte ik niks van dit hele gebeuren, maar het was er wel. 

Ik wil het eigenlijk niet in mijn verhaal schrijven. Omdat ik mij diep schaam. Ik ga er ook niet veel over schrijven. Vaker heb ik in de instellingen huisdiertjes gehad. Veel diertjes zijn door mij overleden. Ik weet niet waarom ik het deed. Vervolgens had ik er spijt van. Hier wist niemand wat van. Volgens mij hadden ze een vermoeden. Ik vond het ook fijn iets bij mij te hebben. Maar ik kon ook niet met kleine geluiden van de beestjes op mijn kamer zitten. Het maakte mij gek, en als ze dood waren. Had ik veel spijt. 

Na Modriaan ben ik met de ambulance naar Vught vervoerd. In Vught heb ik niet lang gewoond. Na deze opnamen ben ik meen ik naar Urmond geplaats. Volgens mij met mijn IBS. Hier had ik een leeftijd van ongeveer 14 jaar. Deze instelling zag er anders uit als dat ik in een korte tijd gezien en gewend was. Het was een mooi terrein met gewone huisjes. Beetje vakantiegevoel. Toen kwam ik in een besloten groep. Ik weet goed wie er in dienst was, een vrouwelijke groepsleiding kan ik nog herinneren. Ik werd welkom ontvangen. Alles heel lief. Alleen de kinderen dat was wennen.

Er zaten veel met een aandoening. Hier moest ik dan of om lachen, of diegene aanstaren, wat diegene gek aan het doen was. Dit deed ik onbewust. Ik heb een aantal jaar in dezelfde besloten groep gewoond. Dat was voor mij geen probleem. Als ik naar buiten voor te roken wilde kon dat achter om. Ik kon daar even later ook vrijheden verdienen om naar de winkel bijvoorbeeld te gaan. Of een blokje om te lopen. 

Ik heb na mijn ibs een RM gekregen. Dit was voor mij helemaal geen probleem. Zolang ik eenIBS of een RM had hoefde ik niet meer terug naar mijn ouders. Ik weet dan ook nog dat ik zelf een paar keer aan de rechter heb aangegeven ik graag de RM wil behouden. Mijn ouders waren boos op mij zodra ze met mij alleen op de kamer waren. 

Ik kan mij nog goed herinneren toen ik opgenomen werd in Urmond. Er zat een jongen van mijn leeftijd. Ik zag eens hoe hij zijn mouwen op stroopte bij groepsleiding buiten aan een tafel, en gekrabbeld wilde worden. Ik kan nog goed de draaiende ogen herinneren van die jongen. Hij was zo aan het genieten. Ik wilde dat ook, en probeerde het uit om mijn mouw op te stropen en mijn arm bij groepsleiding erbij neer te leggen. Ze begon mijn arm ook te kriebelen. Dit voelde raar. Die jongen draaide met zijn ogen, en durfde vragen bijvoorbeeld of ze de onderarm van de arm ook even wilde kriebelen. Tijdens het schrijven kan ik er nog om lachen. Ik vind het grappig en stoer om dat te durven vragen. Ik schaamde me voor alles. Terwijl ik het soms leuk vond om tegen leiding aan te liggen. Maar schaamde me ook. 

Ik wilde vroeger denk ik geen knuffel van mijn ouders of wel, dat weet ik niet meer. Ze gaven het mij nooit. Mijn broer werd wel vaker op de rug door onze moeder gekriebeld.

De jongen in Urmond. Hij was een hele leuke lieve jongen met een goed hart. Ik kan mij nog herinneren dat ik niet mocht roken van mijn moeder. Hier zijn veel gesprekken over geweest. Uiteindelijk waren er afspraken overgemaakt. Ik kan mij nog herinneren dat die jongen en ik ook een afspraakje hadden gemaakt stiekem. Dat hij mij een of twee sigaretjes zou geven iedere week stiekem. Het was een schat van een jongen. Zo kan ik hem herinneren. Ik was niet verliefd op hem. 

Maar op een dag, ik weet niet hoe het gelopen is. Zag ik de jongen niet meer. Ik weet niet meer om welke reden precies. Wel kan ik mij herinneren dat ik in Urmond in de groep ben geroepen, en daar te horen kreeg dat die jongen gestorven was aan zijn ziekte. Ik weet niet wat hij had gedaan. Ik heb te horen gekregen dat hij een zak over zijn hoofd heeft getrokken of zich heeft opgehangen. Volgens mij mocht ik niet naar zijn begrafenis/crematie. Wat de reden was weet ik niet. Zou best kunnen zijn dat we niet met de hele instelling erheen konden, en dus maar een paar mee konden. Helaas was ik het niet. Want ben hem nog niet vergeten.

Toen ik in Urmond woonde was mijn allereerste plek de besloten groep. Ik heb een aantal jaar daar gewoond. Na een aantal jaar kreeg ik te horen dat ik de zelfstandigheidsgroep in moest. Dit wilde ik niet. Ik was gewend aan de besloten groep. Ik kon altijd vragen wanneer de deur open moest. Vaker stond de deur ook gewoon open. Ik moest, en had niks te zeggen. Ik wilde graag in mijn eigen groep blijven. Omdat ik wist dat in de zelfstandigheidsgroep jongeren zaten die weed rookten. Ik wist van mezelf dat ik mij ging laten meeslepen in dat gedrag. Hier ben ik toen ook begonnen met weed roken de eerste keer.

In deze tijd had ik meen ik, een paar jaar geen contact met mijn moeder. Maar wel veel met mijn vader. In mijn verhaal toen ik 18 jaar was, en vanuit mijn broer op Marktplaats een kamer had gevonden om te wonen gaf ik al aan dat mijn vader eerst heel lief tegen mij deed. Maar het eigenlijk kwam doordat ik altijd leiding om mij heen had. 

Mijn vader gaf mij alles. Het ging hem heel slecht na de scheiding van mijn ouders. Helaas moet ik tot op de dag van vandaag daar de schuld van meedragen, en vaak te horen heb gekregen dat ik de schuld heb.

Dit verhaal is eerlijk, en geen woord of letter aan gelogen. Misschien wel woordenboek foutjes/spelfouten. Maar dat komt ook omdat ik dit hele verhaal op mijn telefoon heb getypt. Ik zou het verhaal kunnen vernietigen, en het weer zo over kunnen schrijven. Maar dat wil ik niet. Dit heeft mij meer verdriet als werk of tijd gekost. 

Eerlijk gezegd vond ik dat ik er te lang op heb gewacht dat mijn ouders eens gingen scheiden. Ik wilde alleen zelf geen slaag meer of mij uitgescholden krijgen of bang zijn, en als mijn ouders ruzie hadden deed mijn moeder ineens weer liever tegen mij, mijn vader ook. Mijn vader kocht dan wel eens een pakje sigaretten of een slof, of bloemen, en ik of mijn broer moesten het dan geven.

Toen mijn ouders echt uit mekaar waren. Is er een vrouw bij mijn vader komen wonen. Ik vond zelf die vrouw er niet smakelijk verzorgt uit zien. Ook was er iets aan de hand met die vrouw. Ik weet niet wat. Maar ik heb eens mee gemaakt dat ze eens opgenomen was. Ik ben bij die instelling geweest. Het kwam mij bekend voor van vroeger. Ik weet het niet echt meer of ik de juiste instelling weet waar ze in zat. Wel weet ik dat ik haar niet meer terug kende. Ze was in mijn stille gedachten gek, en zei tegen mij dat ze zeven kinderen in haar buik had, en dat mijn moeder of iets haar dood zou schieten of haar al dood had geschoten. Alles wat ze zei tegen mij was niet normaal. Ze gaf mij stiekem een briefje, en had daar iets heel raars op geschreven. Iets met moord politie. Ze was zichzelf helemaal niet meer. Mijn vader sloeg/slaat haar veel. Zelfs toen ik mijn nek gebroken had. Ik kan mij nog herinneren dat ik toen eens voor die vrouw ben gaan staan om de klap voor haar op te vangen. Dit was volgens mij mijn hersteltijd met mijn Helo-vest om. Ook kan ik mij herinneren dat ik bijna de kooi van de papagaai in viel door bijna een klap van mijn vader die bedoeld was voor mij. Deze klap was niet raak, en de val kwam bijna doordat ik mij wilde weg draaien/afweren. De vrouw bij mijn vader had/heeft een zwaar leven.

Ik heb vaak erbij gezeten als die vrouw uitgescholden werd door mijn vader. Bijvoorbeeld: als het eten niet goed was of als haar make-up niet goed zat of haren. Ze werd uitgescholden voor van alles. Zeekoe, mol, varken. De vrouw heeft zelf, meen ik drie kinderen. Volgens mij drie meisjes. Een meisje is op jonge leeftijd gestorven. Het meisje was zwaar gehandicapt. Ik heb het meisje heel kortlevend gezien, en even later in haar kist zien liggen. Mijn vader bepaalde alles. De vrouw mocht niet veel zeggen over de bloemen, en even later urn.

Dit stukje breekt mij zo. Omdat die vrouw onverzorgd en in mijn stille gedachten ook een beetje gek was. Ik leerde de vrouw de haren doen, en make-up op doen. Mijn vader was altijd boos. Omdat ze het zelf eerst niet kon. Ik heb deze vrouw met al mijn liefde willen helpen. Maar ze heeft het niet toegelaten. Na een paar jaar was de urn van het meisje nog niet uitgestrooid, en stond in de kast helemaal achteraan. De kast stond op de kamer waar ik sliep in mijn hersteltijd. Ik wist het niet. Totdat ik het eens met die vrouw er over had. Ik vond het geweldig als mijn vader weg was, en ik gezellig op de bank zo kon kletsen, maar veel dingen mocht ze mij niet zeggen. Zoals waar zij elke avond heen werd gebracht met een tas waar ik stiekem in had gekeken. Hier zaten seks-speelgoedjes in.

Ik had dezelfde tas als haar dus deed alsof het mijn tas was volgens mij. Mijn broer en schoonzus zeiden even later dat ze net als mij een vermoeden hadden dat ze de hoer moest spelen voor mijn vader. Ik meen dat mijn schoonzus eens tegen mij heeft gezegd dat zei naar Sittard werd gebracht. Mijn vader vertelde altijd dat ze bij de dierenwinkel ging werken, en dat ze met zware zakken voer aan het slepen was. Aangezien ze het ‘s avonds werd weggebracht vond ik het een raar verhaal. Even later heeft mijn vader het in de gaten gekregen dat wij dachten dat ze wellicht de hoer moest spelen voor mijn vader. Hier gedroeg mijn vader zich heel raar op.

Zoals ik al in mijn verhaal schreef. Kan mijn verhaal van het een naar het ander gaan. Er ontbreken nog veel dingen. Maar weet ik zelf niet hoe ik het tot een duidelijk verhaal kan schrijven.

Gabriela Swinkels

Het verhaal van een ex-agent met CPTSS

Han van Someren met zijn hond Gustar

Ik ben als politieagent na een melding naar een brand in een flat gegaan. Ik heb geprobeerd om twee kinderen uit de flatwoning te redden, doch door de enorme hitte lukte het mij niet om in de woning te komen. Ik heb de vader die nog voor de woning zat daar weggehaald en beneden gebracht naar de ambulance. De twee kinderen die nog in de woning waren zijn overleden. Twee jaar na de brand kreeg ik steeds weer beelden van de brand. Ik kon op een gegeven moment niet meer lopen en praten. Enige tijd later is PTSS bij mij geconstateerd. Ik ben een jaar behandeld door een psycholoog. Na dat jaar stortte ik helemaal in elkaar. Ben toen in behandeling gegaan bij Centrum 45 in Oegstgeest.  Na een jaar behandeling bleek dat ik geen politieagent meer kon zijn. Na een paar andere functies te hebben bekleed ben ik geheel afgekeurd. Mijn kortetermijngeheugen is helemaal weg en ik kan mij niet meer concentreren. Hierdoor kan ik bijna niet meer lezen. Ik schrik erg snel en heb een kort lontje. Ik heb nu sinds twee jaar een buddyhond. Hij heet Gustar. Hij helpt mij weer naar buiten te gaan en weer normaal te kunnen functioneren. Zonder Gustar kon ik alleen ergens heen met mijn echtgenote. Nu kan dat met Gustar en heeft mijn echtgenote weer wat meer vrij.
Han van Someren.

Centrum Oegstgeest 45 is het landelijk centrum voor specialistische diagnostiek en behandeling van mensen met complexe psychotraumaklachten. 

Het verhaal van een oud-militair met CPTSS

DE NIEUWE MISSIE!

Ik hoor een harde doffe knal, ik loop harder, maar het lijkt alsof mijn benen niet meer naar mij willen luisteren. Ik voel iets nats aan de linkerkant van mijn nek. Mijn handen grijpen naar de natte plek en ik zie mijn bloed, ik zak door mijn benen en… wordt wakker!

Voor mij is dit een normaal beeld geworden. Het is het beeld waar ik heel vaak mee wakker wordt. ’s Morgens en vaak ook ‘s nachts. Mijn echtgenote praat me dan terug de echte wereld in en langzaam laat ik de roetlucht van de Bosnische stad achter mij en keer ik rillend terug. Soms gaat het minder langzaam en word ik schoppend en gillend wakker!
De nachtmerries zijn niet altijd hetzelfde, maar zijn wel nagenoeg allemaal terug te herleiden naar mijn missietijd in 1997, toen ik als beroepsmarechaussee op vredesmissie ging naar het Bosnisch Servische stadje Prijedor! Toen ik er heen ging, wist bijna niemand waar het lag. Toen ik terugkwam, wist de hele wereld die het nieuws volgde over de Bosnische oorlog waar Prijedor lag. De vredesmissie veranderde al snel in een oorlogsmissie, compleet met aanslagen, beschietingen enz.

Mijn naam is Steef van Hoeijen. Die missie was in 1997, maar pas in 2013 werd er officieel de ziekte PTSS gediagnostiseerd. 16 jaar later! 16 jaar waarin ik dierbare mensen verdriet heb gedaan door het veranderde gedrag die de PTSS mij als karaktertrek cadeau gaf. Een kort lontje waardoor ik vooral verbaal, mensen compleet kon afbreken. Een roekeloosheid, omdat het leven me niet meer interesseerde en de dood nog minder, ik verloor me buitensporig in seks en alcohol en hoopte dat het allemaal snel zou leidden tot een einde van dit troosteloze leven vol monsters in mijn hoofd. Een einde dat ik zelfs bewust opzocht toen ik me wilde verdrinken in mijn geliefde Westerschelde. Depressies volgden en mijn leven was een hel geworden.
Uiteindelijk liet mijn echtgenote mij de keus, hulp zoeken of bij mij weggaan! Ik koos voor de eerste optie. De eerste stap naar het keerpunt.

Met militaire discipline stopte ik met roken, met militaire discipline paste ik mijn alcoholgebruik aan. Een lange, soms barre, tocht langs zorginstellingen, psychiaters, psychologen enz. volgde. Na wat losse bezoeken aan artsen, psychologen en wat langere bezoeken aan de MGGZ, Militair Geneeskundige Gezondheidszorg ging ik uiteindelijk onderuit. Ik kwam opnieuw bij de MGGZ. Voordat mijn vertrouwensarts ingreep en stond op een onderzoek naar PTSS, had ik al diverse etiketten opgeplakt gekregen, want het mocht alles heten, behalve PTSS.

De Emdr bij de Militair Geneeskundige Gezondheidszorg sloeg niet aan. Voor een groot deel ook omdat het niet goed was toegepast. En uiteraard medicatie. Want die gespannen snaar moest met antidepressiva natuurlijk wel onderdrukt worden. Toen ze er na een half jaar experimenteren achter kwamen dat de behandeling niet hielp verwezen ze me door naar Centrum 45, het specialistische centrum voor behandeling van complexe oorlogstraumatiek. Bij de MGGZ werd mij vermeld dat zij niets meer konden doen, omdat ik een complexe vorm van PTSS had, door meervoudige oorlogstrauma’s.

In de kliniek van Centrum 45 heb ik bijna een vol jaar intern gewoond. Ik leefde in een groep met andere veteranen en had mijn eigen kamer. Overdag volgden we volgens het rooster o.a. therapieën, sport en mindfulness. In mijn vrije tijd trok ik op met de andere veteranen, de politie en vrijheidsstrijders uit de andere groep en met de vluchtelingen die er zaten. En probeerde ik net als in tijdens mijn missie een brug te slaan tussen de verschillende groepen. 

k heb er waardevolle vriendschappen aan over gehouden.  Ik heb er ook best veel dingen geleerd. Echter ook hier sloeg de behandeling met Emdr bij mij niet aan. En uiteindelijk was het eindresultaat na een jaar, dat er niets meer aan te doen was. Uitbehandeld en ik moet er verder mee leren leven! Daar konden ze me in navolging van het jaar mee helpen met wekelijkse sessies. 

In die tijd kwam ik in aanraking met het hulphonden traject. Ik had er over gelezen en gehoord van anderen. Ik koos na beraad met een vertrouwenspersoon om voor dat traject te gaan. Ik werd na een strenge screening op de wachtlijst gezet bij Stichting Hulphond. Toen ik eindelijk aan de beurt was, was het traject streng maar rechtvaardig. Er wordt terecht gekeken of je goed voor de hond kan zorgen en of je niet agressief ben of dat je dat onder controle hebt. Je wordt diverse malen gewikt en gewogen, ook door een psycholoog. En tot op de laatste dag is niets zeker. Uiteindelijk werd ik gematched met labrador Obli. Het bleek zoals ze daar zeggen, een droommatch! Obli is nu drieënhalf jaar bij ons en hij was het wonder dat ik nodig had. Hij heeft mijn leven totaal veranderd.

Van de eenzame kluizenaar, die ik was, die zich opsloot op de zolder met de deur op slot, die niet meer naar feestjes ging, ben ik verworden naar de man op wie ik vroeger leek. Ik maak weer deel uit van de wereld. Ik ga naar restaurants, café’s , bibliotheken, theaters, supermarkten (op rustige tijdstippen) enz. Hierdoor ben ik ver gekomen in mijn acceptatieproces. Ik tel mijn zegeningen en richt me vooral op wat ik wel kan. Ik ga zelfs naar concerten en popfestivals, al ga ik dan niet de menigte in, maar regel ik een plaats op het rolstoelpodium.

Ik val inmiddels ook weer onder een zorginstelling. De beste die ik ooit heb gehad. Ze zijn minder gericht op medicatie en meer op socialisatie. Medicatie is soms nodig, maar mits goed afgestemd, hoeft dat niet een zak vol te zijn. Omgang met lotgenoten is veel belangrijker. Zo ga ik elke week naar het kunstatelier om mijn hobby kunst maken uit te oefenen. Daar schrijf, schilder en fotografeer ik, maak beelden en werk met gemengde technieken. Ik ga elke week kajakken met een groep en vertrek binnenkort met ze voor een week naar Noorwegen.

Naast al die activiteiten beheer ik een lotgenotengroep op Facebook, PTSS/PTSD-lotgenoten. Een openbare groep, omdat ik van mening ben, dat we ons niet moeten verschuilen. Iets wat ik te vaak zie in de besloten groepen op Facebook. Juist in dat isoleren zit een groot gevaar weet ik uit ervaring.  Wij behoren tot deze wereld. De wereld mag weten dat we bestaan. Daarom wil ik zoveel mogelijk bekendheid geven aan PTSS, CPTTS en alle daaraan verwante ziektebeelden. Net als Gabrielle.
Noem het gerust maar mijn nieuwe missie!

Het verhaal van Chantal – Leven met PTSS

Ik ben Chantal, ik ben 22 en heb vanaf mijn 15e de diagnose PTSS bovenop andere diagnoses zoals depressie en borderline en een eetstoornis. Het is begonnen bij het pesten. Het buitengesloten worden en niemand die je begrijpt. Ouders die helaas boos werden als ik huilend thuis kwam met de mededeling dat ik maar van me af moet slaan. Ik wist altijd al wel dat ik anders was, maar nooit waarom. Later, na groepstherapie kwamen de diagnoses autisme en ADD. Ik wist dus eindelijk waarom ik anders was maar dat nam de pijn van het verleden niet weg. Heel wat zelfmoord pogingen later en ook heel wat opnames later gaat het nog steeds niet goed. Ik probeer maar niks lijkt te lukken, alles heeft een zwarte schaduw. Na mijn meest recente zelfmoord poging mocht ik, logisch, de eerste 3 dagen m’n medicatie niet nemen. Een antipsychoticum. Met nog de angst voor misselijkheid erbij kwam ik even weer achter de werking van m’n medicatie. Ik had continu paniek en wisselde van niks voelen naar letterlijk alles voelen. Huilbuien en paniek als orde van de dag en dat op ruim gezien 3 uur slaap in 2 nachten. Door de medicatie heb ik dus minder paniek. Maar de tijd zonder was een hel. Het is een behoorlijk heftig stuk maar dat is ptss ook. De flashbacks lijken echt en zo voel ik me gevangen in m’n lichaam, het verleden en m’n hoofd. Ik hoop dat mensen gaan begrijpen hoe het is om ptss te hebben en meer begrip te tonen. Het is niet zomaar even paniek en terug denken aan het verleden maar het is er letterlijk in gevangen worden als een nachtmerrie waar je niet uit wakker word. Het is niet zomaar even een burn out, waar mensen het nog wel eens mee lijken te verwarren. Therapie na therapie, en niks lijkt te helpen maar doorgaan is belangrijk. Ooit hoop ik dat ik weer een normaal leven kan lijden. En dit zelfs buiten m’n zenuw aandoening om. Wat m’n wens om niet meer te leven wel versterkt. Maar we moeten weer door zeggen ze, de wereld draait door, maar sommige mensen draaien even niet mee. Probeer hulp te zoeken als je je niet goed voelt en probeer de liefde van de mensen om je heen toe te laten. Dan word het leven hoop ik een stukje makkelijker en huppel ik door het leven in plaats van te kruipen en stil te staan.

Het verhaal van Patty, een vrouw met CPTSS

Als kind voelde ik mezelf altijd anders dan andere. Waarom wist ik niet. Toen ik vier jaar oud was, verhuisden wij van Brabant naar Zeeland, mijn vader had daar werk. Mijn broertje was toen ongeveer twee jaar. Mijn vader had een alcohol probleem. Op een avond, ik was vier jaar, ben ik getuige geweest dat mijn vader mijn moeder mishandelde. Dit is in de doofpot gestopt. Een aantal jaren daarna verhuisden we terug naar Brabant omdat mijn broertje speciaal onderwijs had. Ik zat toen halverwege de vierde klas. Kwam op een basisschool terecht waar ik nog sterker het gevoel kreeg dat ik anders was dan mijn leeftijdsgenoten. Ik gaf aan bij mijn ouders dat ik niet op de juiste plek zat maar ik werd niet gehoord. Ze wuifde het weg, mijn broer was belangrijk. Hij had op jonge leeftijd vaak in het ziekenhuis gelegen. Een groeiachterstand en hij had speciaal onderwijs nodig.
Tja , je bent een kind dus gehoorzaam je maar. Mijn leerprestaties kelderde achteruit en ik begon een achterstand op te bouwen. Was vaak afgeleid, klas was ook veel groter en drukker. Van een dorp naar een stad. Ik ben naar LHNO gegaan, tja het boeide me niets die theorie vakken. Mijn interesse lagen vooral in naaldvakken, tekenen en handvaardigheid.
Toen ik zestien jaar was kreeg ik een vriendje, maar mijn vader kreeg dat te horen. Hij kwam mij van school halen net op het moment dat ik even stond te praten met mijn vriendje. Mijn vader flipte helemaal en stompte mij naar huis. Armen bont en blauw. In de middag had ik gym en kon ik gelukkig een smoes verzinnen. Om niet mee te hoeven doen. Want mijn armen waren blauw en beurs gestompt door hem. Ik parkeerde alles diep weg, verstopt in mijn lichaam.
Toen ik 21 jaar was kreeg ik een vriend. Hij kwam mij halen om samen een leuk dagje te hebben. Nou… mijn vader werd woest, sloeg en trapte mij. Ik kon mezelf verdedigen door mijn voet er tussen te zetten, die ik verzwikte en ben weggegaan. Ondanks dat heb ik een leuke dag met mijn vriend gehad. Toen ik in de avond thuis kwam zat mijn vader op mij te wachten. En ik kreeg de volle laag. Ik moest kappen met die jongen! Aangezien ik wat ouder was, verzette ik me daartegen.

De situatie liep uit de hand tussen mijn vader en moeder want mijn moeder verdedigde mij. Ja… en natuurlijk had ik alles gedaan. Mijn ouders zijn gaan scheiden, door mij natuurlijk. Ik kreeg alles over mij heen van mijn vader! Ik ben toen uit huis gegaan en samen gaan wonen. Langzaam draaide alles weer bij. Hij accepteerde mijn relatie. Na ruim vijf jaar ging mijn relatie stuk. Ik ging voorlopig bij mijn moeder wonen. Op een dag zat ik met mijn moeder aan de eettafel en ik vroeg: mam mag ik iets vragen? Ja, natuurlijk zei ze. Ik zie dat litteken bij jouw wenkbrauw en dat herinnert mij aan vroeger toen pa jouw sloeg. Haar antwoord was: Weet jij dat allemaal nog? Ja mam, ik weet alles nog maar dacht dat het dromen waren. Vandaar dat ik het nu zeg. Mam…ik had alles weggestopt.
Nu weet ik alles nog. Hoe ik onder de douche met hem stond. Ik was zes jaar. Dat ik zijn geslachtsdeel moest wassen. Hij deed het eerst voor en daarna moest ik het doen. Mijn moeder hoorde het en heeft mij toen uit de badkamer gehaald. Alles kwam eruit. Verder heb ik altijd mijn mond gehouden.
Rond mijn dertigste ben ik terecht gekomen bij GGZ in verband met depressie. Ik heb nooit open gestaan over mijn verleden. Ik leefde met up and downs. Even ging het goed en dan zat ik weer bij het GGZ. Toen ik 36 jaar was kwam ik een man tegen, raakte zwanger en we trouwden. Voorafgaand aan deze relatie had ik al diverse relaties gehad, wat telkens weer uitdraaide op een teleurstelling. Ik vroeg me steeds af, wie ben ik ? Wat is er met mij aan de hand? Ik had altijd het gevoel dat ik niet thuishoorde op deze aardbol. Ik was anders dan NORMALE mensen. Als ik ergens aan begon dan haakte ik snel af. Dit met relaties, werk , school, cursus etc etc.
In 2012 na het ziektebed en overlijden van mijn ouders, ben ik weer bij het GGZ terecht gekomen. Maar dat was voor even. Eind 2013 heb ik besloten om te gaan scheiden, ik was niet gelukkig. Begin 2014 had ik een leuk huisje en kwam in de bijstand terecht. Ik had weer iemand leren kennen maar wilde geen relatie meer. Wel de lusten maar niet de lasten. Hij en ik waren water en vuur! Tot ik dingen ging zien bij hem, en dingen hoorden die niet door de beugel konden.
Tja…en opeens was ik de pineut. Hij heeft mij alle hoeken van de kamer laten zien. Een mes op mijn keel gehad en slaag. Bedreigd en verkracht. Mijn angst was zo groot dat het voelbaar was bij mijn zoontje van acht jaar met ADHD/ ADD. Inmiddels was ik verslaafd aan roken en drank, dan voelde ik niets. Was verdoofd. Maar opeens zag ik in….waar ben ik mee bezig? En zocht hulp bij het GGZ. Met de vraag: wat is er met mij aan de hand? Wie ben ik? Ik wil geen alcoholist zijn. Ik wil leven voor mijn kind. Als ik geen kind zou hebben, zou ik er allang niet zijn geweest!

Ik heb diverse testen en onderzoeken ondergaan nadat ik clean was van de drank. Daar kwam uit dat ik PTSS, BORDERLINE en een ANGSTSTOORNIS had. Nou…ik stond daar zelf niet achter. Ik kreeg gesprekken met een psychologe , en ik vond dat ik mijn geheimen moest gaan delen, anders kwam ik nooit verder. Ik ben alles gaan vertellen van A tot Z. Nou…dat veranderde de zaak! Ik kreeg de diagnose CPTSS. Kreeg EMDR. Bijzonder want ben nu alle filmbeelden kwijt maar de littekens blijven. De behandeling was zwaar en vermoeiend. In diezelfde periode liep ik voor onderzoeken aan mijn rug in het ziekenhuis. Ik bleek artrose te hebben onder andere door spanning, stress en erfelijkheid. Goddomme …daar loop ik ook al jaren mee. Zoveel pijn aan nekwervels, onderrug, vingers, polsen en heupen. Ik moest veel bewegen. Ja…hoe dan?

Ik sloot me op. Maar in overleg met het GGZ heb ik een hond aangeschaft. Inmiddels ook een lieve man leren kennen maar dat liep stuk. Omdat hij meer voor familie en vrienden tijd had. Hij zat daar dagelijks. Toen ik met deze relatie stopte werd ik weer bedreigd, door hem en zijn maat! Goh…ik zoek ze wel uit. Melding gedaan bij de politie. Was weer heel angstig. Ik ga nu mijn energie weer stoppen in mezelf.

Langzaam kreeg ik alles op een rijtje, had een lieverd van een hond. Mijn zoon waar we heel veel problemen mee hadden, had na tien instanties eindelijk de juiste hulp. En ik had hulp dus liep alles. Maar helaas werd alles weer onderschat. Inmiddels leerde ik iemand kennen op een honden speelplaats, zij had een honden uitlaatservice en we hadden gelijk een klik. Ik hielp haar vaak mee en was er vaak als zij er ook was. Ze vertelde dat ze graag een hondencentrum wilde beginnen. De bedoeling was om honden een dagopvang te bieden, honden te trainen als deze slecht gedrag vertoonden. Wauw…dat vond ik interessant. Ze vroeg of ik met haar mee kwam maar ze kon me voorlopig niet in dienst nemen. Ik koppelde dit terug naar mijn psycholoog en psychiater en ook zij vonden dit een mooie kans om dit te gaan doen op therapiebasis. Dus ik naar mijn klantmanager van de bijstand.

Vorig jaar november 2017 heb ik mijn hart laten spreken en alles heel eerlijk verteld. Tja…dan moet je gekeurd worden bij het UWV, om in een doelgroep voor mensen ,met beperkingen te mogen komen. Oke…prima. Ik heb CPTSS, ADHD/ADD, HSP, PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS, ANGSSTOORNIS, ARTROSE IN NEK , ONDERRUG, HANDEN EN POLSEN. DUS KOM MAAR OP MET DIE KEURING! Na heel veel info van specialisten bij elkaar te hebben gezocht, kopieën van gemaakt, had ik een duidelijk dossier opgebouwd. Toen kwam de oproep van arbeidsarts en arbeidsdeskundige. Ik was helemaal in paniek maar ik moest dit doen. Gesprek met de arts verliep soepel. Maar de arbeidsdeskundige was mij vergeten en ik zou voor 20 maart alles binnen moeten hebben. Paniek, stress, dus ben ik gaan bellen. Hij was mij vergeten maar zou alles in orde maken. Eind mei kreeg ik het rapport. Nou…nou..nou…die man had er een potje van gemaakt. Ik moest van hem binnen een jaar de reguliere arbeidsmarkt op! Terwijl we duidelijk aangevraagd hadden om vrijwilligerswerk te mogen doen.

Tot vandaag de dag loop ik nog met stress en spanningen rond want niemand heeft duidelijke antwoorden op mijn vragen. Ik ben een jaar verder en weet nog helemaal niets! Ja ik mag een paar uurtjes vrijwilligerswerk doen maar er staat niets op papier. Tussentijds leerde ik een man kennen, die bleek mij helemaal te claimen. Hij vond dat mijn zoon en de hond op de eerste plaats moesten komen. Ja…duhhhh…logisch toch. Ik betrapte hem op leugens en heb met hem gebroken. Hij heeft mij maanden lastig gevallen. Heb een ander nummer en email adres aangemaakt. Bij de politie een melding gedaan. Ik was weer terug bij af!
Tot vandaag de dag weet ik nog niets wat betreft het vrijwilligerswerk. Veel spanningen en stress. Mijn zoon heeft een terugval en daar heb ik ook weer veel spanningen van. Gisteren was ik met mijn baas op het veld met de honden en zijn we beiden getuigen van een spoorongeval. Ik was helemaal hysterisch. Ik ben kapot.
Ik vraag mezelf af of ik ooit nog eens rust in mijn leven krijg.

Een verhaal van een jonge man met PTSS

Hij is een geboren Groninger. Houdt van motoren, vissen en muziek. Hij kan nu vaststellen dat hij redelijk gelukkig is maar dat is ooit wel anders geweest. Wat hem vooral gelukkig maakt is dat hij nu mijn zijn angsten en problemen kan omgaan. Hij heeft dat 20 jaar lang niet gekund! Dit is zijn verhaal.

Mijn jeugd was allesbehalve fijn. Ik was ongelukkig. Over de leuke dingen hing altijd een zwarte wolk en dat kwam door mijn vader. Mijn moeder en ik werden mishandeld door hem. Zowel geestelijk als lichamelijk. Ongeveer twee jaar geleden is dat pas gestopt. De geestelijke mishandeling bestond uit : kleineren ( mij waardeloos laten voelen) , verbaal agressief en soms fysiek geweld. Mijn moeder is zelfs in het ziekenhuis belandt en moest operaties ondergaan als gevolg van het fysiek geweld. In die periode was ik 10/ 12 jaar. Hier ligt dus mijn basis voor het ontwikkelen van PTSS.

Rond mijn 12e jaar begon ik met drinken en blowen. Was ook seksueel actief. Er is geen sprake geweest van hulp. Ik was bang voor de gevolgen als het bekend werd . Voor mezelf maar ook voor mijn moeder. Mijn gedrag was best extreem te noemen. Op school trok ik op met gelijk gezindten maar we praatte er niet over omdat we juist wilden vergeten.

Rond mijn 13e ,14e jaar ging ik vaak naar houseparty’s waar ze hard core muziek draaiden. Mijn ouders hadden toch niet echt aandacht voor mij omdat ze altijd met elkaar in conflict waren. Kon dus mijn gang gaan al hield ik het wel redelijk in toom. Rond mijn 15e jaar was het hek van de dam omdat mijn ouders uit elkaar gingen. Ik maakte eigenlijk “misbruik”van de situatie. Ook toen kwam er nog steeds geen hulp. Niet voor mij en ook niet voor mijn moeder.

Ik deed het eerst best wel goed op school maar nadat mijn ouders uit elkaar gingen, zakte ik van het hoogste niveau naar het laagste. Ik deed VMBO. Ik haalde mijn diploma met lage cijfers. De docenten hebben nooit aan mij gevraagd hoe het met mij ging. Op de lagere school ook niet. Na VMBO deed ik een vervolgopleiding MBO. Ik was toen 16 jaar. Ook deze opleiding heb ik afgemaakt maar wel 1x blijven zitten. Tijdens deze opleiding waren er twee leraren die aan mij hebben gevraagd hoe het met mij ging. Waarvan 1 leraar wel het vermoeden had dat er iets mis was. Ik had regelmatig gesprekken met hem en praatte over mezelf. Dat luchtte op maar er werd verder niets mee gedaan.

Ik was nog steeds niet gelukkig en onderdrukte mijn gevoelens met middelen zoals cocaïne, speed, wiet en drank. Eigenlijk heb ik alles wel gebruikt behalve heroïne. Ik ben daar al mee begonnen rond mijn 15e jaar. Ik had er over gelezen dat deze middelen je beter laten voelen. En door het bezoeken van feesten kwam ik makkelijk daarmee in aanraking. Ik wilde het graag uitproberen. Na eerste keer gebruiken ging ik los. Vanaf mijn 15e jaar tot mijn 24e was het een grote marathon van gebruik. Dingen die gebeurden om mij heen kwamen hierdoor minder bij me naar binnen.

Na mijn MBO opleiding ben ik gaan werken. Ik was inmiddels 18 jaar. Tussendoor een opleiding beveilinging van een jaar gedaan. Ben ook uit huis gegaan. Samenwonen met mijn toenmalige vriendin. Ik kreeg werk in de bouw. Ook in die periode was ik nog steeds aan de harddrugs. Elk weekend was het feesten. Mijn vriendin gebruikte ook harddrugs. Daar was onze relatie op gebaseerd. Dit duurde door tot mijn 23e jaar. Mijn vriendin wilde dit leven niet meer en juist tijdens deze relatie kwam ik mezelf erg tegen. Dat uitte zich in agressie. Mijn gevoelens van boosheid kwamen door de harddrugs heen. Dat is het moment geweest dat ik hulp ben gaan zoeken. Kwam terecht bij een particuliere psycholoog. Haar conclusie was uiteindelijk dat ik ADHD had.

Mijn agressie overigens uitte zich niet in fysiek geweld. Ik deed dit door te gaan schreeuwen. Een muur van geluid. Ik kon mensen systematisch kapot maken met woorden. Mijn vriendin kon daar niet meer tegen en ik ben weggegaan.

Ik heb ongeveer 15 gesprekken gehad met de psycholoog. Eigenlijk heb ik het niet over vroeger gehad en waarom ik dat niet heb gedaan? Geen idee. Geen trek denk ik, om die beerput open te trekken. Ik herkende wel bepaalde aspecten van ADHD. Ik kreeg na 6 gesprekken al dit etiket met de benodigde medicatie. Nog steeds gebruikte ik harddrugs en dat combineerde slecht met de medicatie. Ik had totaal geen besef meer wat ik deed. Ook last van black-outs. Ondertussen had ik geen gesprekken meer met deze psycholoog. Ook werd ik veel emotioneler en daar kon ik niet goed mee omgaan. Ben met de medicatie gestopt.

Gewoon weer op oude voet verder. Na enige tijd weer een nieuwe vriendin, zij heeft 2 jaar in een afkick kliniek gezeten. Zij is voor mij de aanleiding geweest om mijn drugs gebruik af te remmen voor 95 % . De gedachten die steeds door mijn hoofd gingen waren dat het allemaal wel meeviel wat er met mij was gebeurd. Als ik mezelf vergeleek met anderen dan was ik maar een aansteller! Misschien overdrijf ik alles wat er is gebeurd. Het is me een jaar lang gelukt om bijna geen drugs te gebruiken. Geleidelijk aan viel ik weer terug. Niet zo erg als het was maar toch….

Al die tijd had ik wel redelijk goed contact met mijn moeder. Zij heeft echt haar best voor mij gedaan met de middelen die ze had. Zij was ook slachtoffer van mijn vader. Contact met mijn vader was minimaal. Ongeveer 2x keer per jaar. ( van mijn 18e tot mijn 23e ) . Mijn vriendin stimuleerde het contact tussen mij en mijn vader en dat leek in de eerste instantie ook goed te gaan. Toen ik 27 jaar was ging het contact slecht. Mijn vader werd weer agressief en gebruikte fysiek geweld. Dit was voor mij een soort van ommekeer. Alles van vroeger kwam boven drijven. Ik kreeg herbelevingen. Werd bang voor mensen. Kon niet tegen geluiden, dat triggerde mij. ( PTSS klachten)

In stilte liep ik hiermee rond en heb dat twee jaar lang volgehouden. Niemand wist ervan. Op een ochtend werd ik wakker en zakte letterlijk in elkaar. Emotioneel knapte ik. Heb een week lang alleen maar gehuild. In mijn hoofd constant gedachten dat ik dood wilde. In stilte heb ik een paar keer een poging tot suïcide gedaan. Ik werd depressief. Op aandringen van mijn vriendin ben ik naar de huisarts gegaan. Het volgende traject heb ik doorlopen:

  • Praktijk ondersteunende GGZ bij de huisarts. Ik vond het een klootzak van een kerel. Hij snapte niets van mij. Hij dacht dat het allemaal wel meeviel. Omdat ik tegen de 30 jaar was , dacht hij aan een identiteit crisis. Ik kreeg medicatie om rustig te worden. ( onder andere Oxazepam). Gesprek van 1 uurtje in de week. Voelde me niet serieus genomen. Ben boos geworden op deze man. Na veel gedoe toch intake bij Lentis. Voor mijn gevoel werd ik gek in de kop!
  • Intake ADB ( Acute Deeltijd Behandeling) . Doel was vooral rustig te worden want ik had totaal geen rust meer door alle emoties die mij overspoelden. De structuur binnen de ADB was voor mij erg helpend. De steun van anderen in de groep was fijn. Ik leed erg onder mijn angstaanvallen. Durfde niet eens meer boodschappen te doen. Slapen. In bed liggen en mezelf afzonderen. Heerlijk vond ik het om binnen de ADB te hebben over: Wat gaan we doen? Voor mij een rustpunt. Ik ben vanaf mijn 13e jaar tot aan mijn 27e aan een stuk door gegaan. Nu kon ik rust pakken en rust krijgen. De duur van het ADB traject was drie maanden. Ook de individuele begeleiding was prettig. Ze kreeg van alles te horen over mijn leven en nam alle tijd voor mij. Nam mij ook serieus. Heb echt alles verteld. Was eraan toe.
  • PSYQ traumabehandeling. Door een administratief foutje duurde het even voor ik daar terecht kon. Die tijd werd opgevuld door iemand waar ik 1x per week een gesprek mee had en soms als het nodig was iets vaker. Dat contact was wel oke. Daarna kreeg ik EMDR van een psycholoog. Daar kreeg ik de diagnose: PTSS. Ik dacht nog: dat kan toch helemaal niet. Komt alleen maar voor bij militairen. Ik heb me toen verdiept in PTSS en alles viel op zijn plek. Naast EMDR heb ik ook schematherapie gehad. Deze psycholoog was behoorlijk hard en direct maar dat had ik juist nodig.

Ik merk nu dat openheid voor mij heel bevrijdend werkt. En als ik geen goede hulp had gehad, of het was niet aangeslagen, dan zou ik nooit de Complexe vorm hebben gekregen. Omdat ik dan een einde aan mijn leven zou hebben gemaakt. Mijn advies naar anderen is dus: Praat er zoveel mogelijk over met anderen. Tegenwoordig leven de mensen weer introvert. Men verschuilt zich achter de SmartPhone. Mensen zijn bang. Het is juist gezonder om open en transparant te zijn.

Als jij… Gabrielle, toen voor de klas had gestaan met jouw verhaal, dan had mij dat geholpen. Herkenning is erkenning! Dan had ik misschien die stap wel durven te zetten om erover te gaan praten.

Tot slot: toen ik in het traject stapte van ADB, heb ik mijn relatie verbroken. Omdat ik voor de volle 100% aan mezelf wilde werken. Een partner moet volledig achter je staan en je steunen. Misschien is het egoïstisch om het zo te doen maar mij heeft het geholpen. Door wat ik heb meegemaakt heb ik veel meer begrip gekregen voor anderen mensen met problemen.
Anoniem

Levensverhaal van Dominique Meijer van “Stichting Voor Ons”

Het zwijgen voorbij…
Met een zware achterstand kwam ik op de wereld; een moeder die bekend stond als heroïne-hoer in de Getto van Rotterdam, een vader die op dat moment in voor-arrest zat en een familie die de zorg over mij als baby niet op zich wilden nemen. Als “verslaafde” baby heb ik de eerste paar maanden samen met mijn moeder gezworven, daarna wat maanden bij mijn biologische oma en daarna geplaatst in een kindertehuis, ik was toen nog geen 1 jaar oud.

In het kindertehuis werd ik maanden regelmatig onderzocht door de dokter en werd er geconstateerd dat ik een gezonde baby was maar niet geschikt was voor een groep met veel kinderen. Hierdoor werd er besloten dat ik in een pleeggezin geplaatst moest worden voor individuele zorg. Na een paar korte kennismakingsbezoekjes met aspirant “pleegouders” resulteerde dit in plaatsing in dat pleeggezin wat al bestond uit; pleegvader, pleegmoeder, 3 biologische kinderen, 1 pleegdochter. Na mijn plaatsing binnen dit pleeggezin is het gezin nog verder uitgebreid met 2 jongere pleegbroertjes. Het gezin telde uiteindelijk in totaal 7 kinderen; 3 “eigen”kinderen en 4 pleegkinderen die allemaal van andere ouders waren.

Twee weken na plaatsing werden er al verklevingen ontdekt in mijn vagina; ik was toen net 1,5 jaar oud. Deze constatering werd toen al weggewuifd met de woorden dat ik een pleegkind was, dat het te wijten was aan het kindertehuis waar ik vandaan kwam terwijl ik toen al slachtoffer was van seksueel misbruik. Ik heb een opvoeding gekregen vol discipline, veel moeten, veel niet zeuren maar doorgaan, als je huilt geef ik je wat om te huilen, veel huishoudelijke taken op hele jonge leeftijd, een merkbaar verschil tussen “eigen” kinderen en pleegkinderen, totaal geen vrijheid, veel klappen, schoppen, stompen, haren trekken, hoge cijfers halen, altijd luisteren en gehoorzamen, bang maken, totale controle en dit afwisselend met vele soorten vormen van seksueel misbruik door pleegvader en vanaf mijn 6de levensjaar ook door biologische zoon van pleegvader.

Veel dreigen en de psychologische spelletjes en manipuleren en indoctrineren in de zin dat je nooit iets was, want zelfs eigen ouders wilden ons als baby niet. Het nooit iets kunnen of zullen zijn want we stammen af van zulke ouders en alle gedragingen zitten in de genen. Dit in combinatie met de schijnheilige zogenaamde motiverende preken zodra andere volwassenen of iemand van een jeugdinstantie zoals Pleegzorg, Jeugdzorg of Humanitas aanwezig was. En uiteraard was het vreemde gedrag dat ik als kind vertoonde altijd te wijten aan diverse “psychologische” en “wetenschappelijk”onderbouwde termen die te maken hadden met dat ik een pleegkind was. Affectieve verwaarlozing, Geen-bodem-syndroom, hechtingsproblematiek, borderline, verslavingsproblematiek, schizofrenie; termen die ervoor zorgde dat ik niet geloofd werd zodra ik als kleuter vertelde over wat ik moest doen bij mijn pleegvader en pleegbroer of dat de blauwe plekken kwamen door mn pleegvader of pleegmoeder.

Als kind, hoe mondig ik ook was en vaak ik ook mensen in mijn omgeving vertelde wat ik meemaakte, ik werd niet gehoord, niet geloofd, niet begrepen en dus op geen enkel vlak geholpen waardoor ik ervan overtuigd raakte dat het “normaal”was wat ik meemaakte, ik was tenslotte niet de enige, mijn oudere pleegzus maakte het ook mee en we moesten zelfs bij elkaar toekijken. Praten zorgde vanaf jong kind al voor hardere straffen en bangmakerij dat we zwerver zouden worden.Ik heb als kind zijnde mezelf aangeleerd hoe ik moet  handelen om de minste pijn te voelen en kon op deze manier “overleven” zo min mogelijk tegenstribbelen zorgde ook voor minder straf waardoor ik me gedroeg als een erg lief, gehoorzaam kind dat veel lachte, goede cijfers haalde en deed wat er van haar verwacht werd. Tot ik 15 jaar was…

Ik bleek zwanger te zijn…. Toen mijn pleegmoeder dit ontdekte heb ik wekenlang straf gehad van pleegmoeder en pleegvader, ook pleegbroer sloeg of schopte me zonder aanleiding. Na 2 weken op een doordeweekse dag brachten mn pleegouders mij naar een abortuskliniek en heb ik een abortus moeten laten ondergaan terwijl mijn pleegvader toekeek en mijn pleegmoeder naast me zat en me contsant bleef uitschelden voor hoer en del. Hierna knapte er iets in me, ik was al niets waard en zou ook nooit iets worden, ik werd door pleegouders en hierdoor ook door de jeugdinstanties neergezet als schizofreen, boderliner en verslaafde. Niemand begreep me, niemand kon me bereiken, niemand kon me raken en niemand kon me breken.

Na de abortus ging er een knop om en ontstond er een soort van poging-tot-eigen-vernietiging, als iemand mij dan zou moeten vernietigen dan wilde ik dat zelf, een soort eigen-controle groeide. Ik heb veel foute dingen gedaan en ben jaren in een overlevingsmodus gegaan waarin alle soorten drugsverslaving een rode draad was in mijn leven en het verleden zich bleef herhalen door relaties met mannen die pedofiel bleken te zijn of die op andere manieren met name seksueel misbruik wilde maken van mij. Door een pact met me eigen en een sterke overtuiging dat er meer tussen hemel en aarde is heb ik een stukje zelfstandigheid vast kunnen houden en heb ik tussen de verkeerde beslissingen en de zelfmoordpogingen ook diverse malen mijn “lichtpuntje” gevolgd en geprobeerd het beste te halen uit mijn leven maar alles wat ik in mijn jeugd had meegemaakt zorgde wel voor geestelijke en lichamelijke kortsluiting.

Vanaf 16 jaar ging ik samenwonen met een man die later pedofiel bleek te zijn, deze man heeft op diverse fronten misbruik van me gemaakt; geestelijk, lichamelijk, financieel en seksueel, met 18 jaar moest ik vertrekken en bleef ik doorgaan op standje overleven…..

Met 19 jaar kreeg ik een burn-out en raakte ik in een psychose, de zoveelste poging tot afkicken faalde en ik zocht hulp bij de GGZ. Onderling spraken de psychologen, psychiaters en therspeuten af niet te diep te graven in mijn verleden omdat mijn jeugd te belastend zou zijn. Zo kreeg ik medicatie voorgeschreven om emoties te onderdrukken en te kunnen slapen en moest ik elke week op gesprek met een therapeute. Door de medicatie en de burn-out was ik rustiger en had ik geen last meer van een psychose maar de onderliggende problemen werden niet opgepakt, het onderwerp; jeugd, kwam zo min mogelijk ter spraken. Zo goed en kwaadschiks probeerde ik mijn leven weer op te pakken maar het afkicken van drugs bleef een uitdaging en ik ging mijn verleden zoveel mogelijk uit de weg, bleef doen alsof het wel meeviel en zocht zelfs soms contact met het pleeggezin en soms wilde ik er niets mee te maken hebben omdat het teveel pijn deed of omdat pleegvader alle pogingen aanpakte om mij op welke manier dan ook te betasten en verder, dit deed hij ook nog steeds bij mijn oudere pleegzus.

Ik was een emotionele stuiterbal, een welles en nietes, een zoeker die elke keer dacht het gevonden te hebben en toch de weg kwijt was. Dus nog steeds een makkelijke prooi….
Waardoor je mij niet hoeft te vragen wat heb je meegemaakt, je kan beter vragen wat heb je niet meegemaakt…

Tot ik met 23 jaar iemand leerde kennen die mij vertelde en leerde dat wat ik mee heb gemaakt heel bizar is, dat het alles behalve normaal is en dat ik er over mag praten. Dat ik er eigenlijk over moet praten omdat ik mij op geen enkele manier hoef te schamen of schuldig moet voelen om wat mij is aangedaan. Ik heb geleerd dat het een taboe is en dat dit taboe doorbroken MOET worden. Ik heb geleerd dat haat en wraak pure vergif is, dat boosheid niet werkt en dat je op hoort te komen voor je eigen stukje rechtvaardigheid. Deze man heeft mij een stukje vertrouwen leren opbouwen en heeft mij versterkt en ondersteunt simpelweg door er te zijn en door te praten. Hij heeft me ook ondersteunt in de wegen vol muren met onbegrip en corruptie om de waarheid en een stukje recht en erkenning te krijgen betreft hetgeen ik heb meegemaakt en we zullen hier mee door blijven gaan.

Nu weer jaren verder blijkt allang dat ik niet de enige ben, er zijn heel veel meer mensen die hele bizarre dingen hebben meegemaakt in hun jeugd. Ik blijk niet “vreemd” of “alleen” te zijn. De dingen die men “psychische stoornis” noemen zijn eigenlijk schades, schades die zijn ontstaan omdat je als kind slechte dingen hebt meegemaakt. En door over deze schades te praten met anderen kan het makkelijker worden om hiermee om te gaan. Je bent niet alleen, er zijn er veel meer….. en eigenlijk zijn we allemaal op onze eigen manier zoekende naar antwoorden, naar begrip, naar herkenning, naar een stukje rust, een stukje ondersteuning, een stukje versterking en blijkt dat we samen heel sterk kunnen zijn.
Dominique Meijer,
Voorzitter van “Stichting voor ONS”

Levensverhaal van een vrouw met CPTSS

Ik ben geboren in een gezin waar al kinderen waren, ongewenst werd mij verteld.  Op kleuterleeftijd werd ik voor het eerst verkracht door iemand uit de buurt. Daar heb ik mijn eerste stemmen aan overgehouden. Er werd geen aangifte tegen gedaan en vanaf dat moment was ik ‘volwassen’ en kreeg ik volwassen taken in huis. Zoals schoonmaken en later ook koken. Een tijd later (al heb ik geen besef van tijd) kwam mijn vader in de nacht bij mij en raakte mij aan op een manier die niet goed was. En de volgende dag kreeg ik slaag omdat ik iets had gedaan wat niet mocht. Ik snapte er niets van, was nog zo klein. Op mijn 11jaar kreeg ik voor het eerst fysio omdat mijn motoriek achterbleef en ik super onhandig was. Ondertussen kwam mijn vader steeds vaker langs. Vanaf mijn 12e jaar kwam ook mijn broer langs. Door hem werd ik dagelijks verkracht, soms wel 2x. De eerste keer dat hij kwam heeft hij me bijna gewurgd. Ik moest letterlijk vechten voor mijn leven. Op een geven moment ben ik weggelopen.

Als je denkt dat je veilig bent in een tehuis… vergeet het maar. Ook in het tehuis ben ik 3x verkracht door een groepsgenoot. Vandaar uit moest ik naar het RIAGG. Daar had ik een mannelijke begeleider die zijn handen ook niet thuis kon houden.  Ik deed verschillende zelfmoordpogingen waarvan drie echt serieuze, met zoveel pillen dat ik in het ziekenhuis moest blijven. Anders had ik het niet overleefd. Ik moest bij het tehuis weg. En kwam in een psychiatrisch kliniek terecht. Daar ben ik twee jaar geweest. Ik ben daarna even terug naar huis geweest omdat ik brand had gehad op de kamer waar ik woonde. Daarna woonde ik bij een vriendin.  In die woonplaats ben ik op straat 3x aangevallen en verkracht. Vandaar uit weer bij anderen mensen gaan wonen.   In die tussen tijd had ik dagbehandeling. Ook liep ik bij de reclassering. Heb mijn huis in de brand gestoken omdat ik na de zoveelste aanranding niet gehoord werd door de hulpverleners. Ik kreeg geen TBS omdat ik al vrijwillig in therapie was. Mijn zaak werd geseponeerd, heb dus erg veel geluk gehad.

Na vier jaar dagbehandeling moest ik daar weg. Uitbehandeld. Het ging daarna weer bergafwaarts. Ik moest weg bij de mensen waar ik woonde en moest binnen drie maanden iets anders hebben. Of ik moest naar een huis waar nog meer mensen op kamers woonden. Door de druk, waar ik niet tegen kan, heb ik opnieuw een zelfmoordpoging gedaan. Kwam toen in een andere kliniek terecht waar ik drie jaar ben geweest. Ook daar moest ik uiteindelijk weer weg. Toen naar een huis met meerdere bewoners, ook daar kon ik niet blijven. Ben op mezelf gaan wonen. Dat doe ik nog steeds al is het met vallen en opstaan.  Twee jaar geleden is mijn hond overleden. Ik had de hond gekocht om op straat te kunnen komen.  Ik mis mijn hond heel erg. Heb veel schulden gemaakt omdat mijn hond zo ziek was. Heb nog steeds geen nieuwe hond gekocht, die andere was mijn alles!

Mijn diagnose is chronisch. Heb nu een goede hulpverlener waar ik letterlijk alles mee kan bespreken. Ik heb borderline, boulimia en CPTSS, inclusieve PTSS bij kinderen van 6 jaar en jonger aan over gehouden. Ik ben al jaren depressief en hoor stemmen. Op dit moment bezig met traumatherapie en ik hoop dat dit wat oplevert.
Anoniem

Het levensverhaal van Chantal S.

“Ik begrijp hier niets van? Jij was altijd zo vrolijk, zo positief over alles en zo een sterke vrouw!!!”
Klopt dat was ik inderdaad.
Mijn jeugd was niet zoals bij de meeste kinderen vol vriendjes en zonder zorgen. Op mijn vierde zijn mijn ouders met een milde vechtscheiding uit elkaar gegaan. Wij hebben toen tijdelijk bij mijn opa en oma gewoond. Al vrij snel ging mijn moeder weer een relatie aan met iemand die best wat jonger dan haar was. In de eerste instantie ging dit prima. We verhuisden een paar keer van huurwoning naar huurwoning tot ze een huis kochten. Later zijn ze getrouwd. Ik was toen een jaar of vijf, zes. Al snel werd er aan mij gevraagd of ik hem papa wilde noemen. Hier had ik erg veel moeite mee want deze man was helemaal niet mijn vader. Om niemand boos te maken deed ik het toch maar. Op een gegeven moment verhuisden we naar een ander dorp waardoor ik dus van school moest veranderen. Vanaf dat moment begon alle ellende. Het gedrag van mijn stiefvader begon te veranderen. En op de basisschool begonnen ze mij te pesten. Dagelijks werd ik uitgescholden, in elkaar geslagen want ik was in hun ogen “anders”. De leraren deden niets. Zodra ik thuis kwam uit school ging het pesten door maar dan door mijn stiefvader. Hij kleineerde mij en pakte mij hard aan, al deed ik niets verkeerd. Als ik rustig zat te kleuren dan was dat in zijn ogen al fout. Hij wilde niet dat ik over mijn vader sprak en ik mocht ook niet elk weekend meer naar hem toe. Mocht zijn naam niet eens meer noemen. Als ik bij mijn vader was geweest dan mocht ik daar niets over vertellen. Kortom, ik mocht niks…niks…niks!

Eenmaal op de middelbare school hoopte ik op een nieuwe start zonder al die pestkoppen van de lagere school. Maar niets was minder waar. Op de middelbare school werd ik nog erger gepest. Mijn spullen werden afgepakt, ik kreeg straf van leraren om dingen die ik niet had gedaan omdat die pestkoppen dat hadden uitgelokt. Ook hier werd ik dagelijks in elkaar geslagen. En tijdens gym, als we gingen zwemmen, vonden ze het leuk om mij kopje onder te duwen, zolang onder water dat ik bijna stikte. Ook toen grepen de leraren niet in. Als ik er thuis iets over vertelde dan kreeg ik te horen dat ik er vast zelf om gevraagd had. Op een gegeven moment had ik het punt bereikt dat ik niet meer wilde leven. Ik hoopte elke avond dat ik de volgende ochtend niet meer wakker zou worden.

Op mijn achttiende jaar zei mijn moeder dat ze ging scheiden. Wij kwamen in een klein appartement te wonen. Mijn moeder was zo aangedaan door de scheiding dat ik haar met alles heb geholpen. Zoals douchen, eten, troosten, mijn broertje bijstaan echt ALLES. Maar al snel ging mijn moeder weer een nieuwe relatie aan met een oude jeugdliefde. Ik kon dit slecht hebben. Ik deed ondertussen een opleiding voor kok en maakte erge lange dagen. Er werd van mij zoveel verwacht dat ik dat niet allemaal kon opbrengen. Ik kon het niet ‘handelen’. Ik heb toen besloten om samen met mijn vriend (nu mijn man) een huisje te zoeken voor onszelf. Wij vonden een klein appartement via de particuliere weg. Ik belde blij mijn moeder op maar bij thuiskomst waren mijn spullen al in een bus geladen. Ready to go. Dit gaf mij zo een steek in de rug, na alles wat ik gedaan had. Het gaf mij het gevoel dat ze zo snel mogelijk van mij af wilden. Bijna twee jaar lang heb ik geen contact met ze gehad.

Rond mijn twintigste levensjaar kreeg ik te maken met de man met de hamer . Een burn out / depressie voor de allereerste keer. Ik zag het leven niet meer zitten. Als ik me slecht voelde ging ik veel eten. Ook dreigde ik meerdere malen van het appartementencomplex af te springen waar we woonden. Ik heb nooit de tijd gekregen om alles een plekje te geven. Om alles wat ik heb meegemaakt te verwerken. Er was mij namelijk altijd geleerd dat ik me niet zo moest aanstellen en vooral door moest gaan. Op een gegeven moment heb ik psychische hulp gezocht en kwam ik twee jaar thuis te zitten. Bijna aan het einde van die twee jaar werd mijn oma ernstig ziek. Niercel kanker en er kon eigenlijk niets meer voor haar worden gedaan. Behalve wat chemo pillen die haar leven nog iets konden rekken. Tot aan haar laatste dag heb ik haar verzorgd, gewassen, aangekleed, gemasseerd als ze pijn had, geholpen met eten en drinken , en op haar laatste dagen haar emmer vast gehouden toen ze alleen nog maar letterlijk kanker spuugde. Tijdens haar overlijden ging er een knopje bij me om, alsof ik ineens wakker werd. Ik pakte het werken weer op en zou er vol voor gaan! Ik had mezelf eindelijk weer terug gevonden.

Na zes jaar werken kwam ik bij een baas terecht die compleet misbruik van mij maakten. Ik werkte extreem veel. Er wed veel beloofd maar niks werd waargemaakt. In de tussen tijd was ik part time alternatief model. Ik heb veel tatoeages en altijd gekke kleuren in mijn haar. Dat was mijn safe space. Mijn bubbel waarin ik me kon terugtrekken. Tot er drie mannelijke fotografen misbruik maakten van de situatie en mij seksueel misbruikten. Ik stopte dit weg, ik stelde me aan vond ik zelf en het was mijn eigen schuld. Mijn zelfbeeld was verwoest. Daarnaast het keiharde werken van minimaal zes dagen in de week, een baas die mij misbruikte en dagelijks uitschold. Zijn restaurant zomaar doorverkocht zonder mij iets te vertellen. Door alle stress en geen controle meer te hebben over mijn eigen leven ontwikkelde ik EMETOFOBIE. Ik kreeg te kampen met een eetstoornis, burn-out, depressie, paniek/angststoornis, zelfbeschadiging en zelfmoordneigingen.

Op een dag heb ik huilend vanaf mijn werk mijn moeder (woonachtig in Duitsland) gebeld dat ik niet meer kon. “Help me”, was het enige wat ik nog uit mijn mega verzwakte lijf wist te persen. Ik was in twee maanden tijd van 68 kg naar 47 kg gegaan. Voor ik het wist was haar man in de auto gesprongen en heeft mijn stiefvader mijn baas gebeld met de mededeling dat ik niet meer zou terugkomen.

Na twee weken bij mijn moeder te hebben gezeten ben ik hulp gaan zoeken. Ik besefte dat ik heel diep zat en hier zelf niet uit kon komen. Nu een jaar later heb ik 1x in de week psychologische begeleiding. Een poging tot aangifte gedaan tegen de drie fotografen die mij seksueel hebben misbruikt. De politie heeft er niets mee gedaan want ik kon het verhaal ook verzonnen hebben. Het was mijn verhaal tegen die van de misbruikers. Tot op de dag van vandaag kamp ik nog steeds met zwaar ondergewicht, een vertekend zelfbeeld, depressie, burn out, zware angst/paniekaanvallen, zelfbeschadiging (automutilatie) en gedachten aan suïcide. Ik slik verschillende soorten medicatie, zit aan flesjes, puddinkjes en astronautenvoer. Mijn psycholoog en psychiater hebben geprobeerd mij binnen te krijgen bij verschillende klinieken, maar ik wordt tot nu toe overal geweigerd omdat mijn hulpvraag te complex is. Ik vecht nu al een dik jaar tegen al deze dingen. Mijn dagen bestaan uit overleven in plaats van leven. Ik teer op mijn laatste beetje hoop. Ik voel hoe zwaar mijn lijf het heeft. Ik weeg nog maar 45 kg. Ben al mijn reserves kwijt en alles wat ik wil is hulp en beter worden.
Ik vraag het nog 1x…..HELP ME!

Levensverhaal van het eendenjongetje (Frans Bos)

Dat jongetje is geboren in het mooie jaar 1962, in de prachtige stad Enschede.  En ik ben dat jongetje, het negende kind binnen het gezin. Na mij is er nog een broertje en zusje gekomen. Helaas is er ook  een kindje gestorven vlak voor zijn eerste levensjaar.  Dit kindje had een mooie naam en toen ik op de wereld kwam heb ik deze naam gekregen. Dat heb ik nooit begrepen. Alsof hij nooit heeft bestaan. Het overleden broertje was ook een individu, ik kan en wil hem niet vervangen. Op deze manier kom ik altijd op de tweede plaats. Ik mocht natuurlijk nooit ver van huis. Ik ontdekte de wereld pas toen ik vier jaar oud was en naar school mocht. Ik herinner me deze dag nog heel goed. Veel huilende kinderen waar ik niets van begreep want school is toch leuk! Dus zei ik tegen mijn moeder dat ze wel naar huis mocht gaan.

Ik ging altijd lopend naar school en ik ontdekte vlakbij ons huis een mooie grote vijver, met heel veel eenden. Dit  is mijn vaste stek geworden. Ik ging de eendjes voeren en vond het fijn om bij ze te zijn. Kon uren kijken naar hun prachtige kleuren, en luisteren naar hun vrolijke gekwetter. De eendjes werden mijn vaste vriendjes en ze vonden het prima. Als ik aan de kant van de vijver ging zitten, dan kwamen de eenden gezellig bij me zitten. Zo heb ik verschillende verstoten kuikens mee naar huis genomen, ze grootgebracht, om ze daarna weer vrij te laten bij de vijver.

We hadden een klein huisje in de Vredestein buurt, De Boswinkel genaamd. Vlakbij was een mooie, grote speeltuin waar ik regelmatig te vinden was. Ons huis had drie slaapkamers. Een grote voor mijn ouders, een grote voor de jongens met drie stapelbedden, en tot slot een slaapkamer voor de meiden met twee stapelbedden. Een zus van ons was al het huis uit, ze zat in een internaat.  Het was altijd gezellig. We speelden vaak “kamperen”.  We hingen dan de dekens bij de bedden langs en dan hadden we een tent. We deden ook wel gevaarlijke spelletjes. Op de bedden staan en naar een ander bed springen. We hebben samen veel gelachen en gehuild van de pijn als het weer eens mis ging.

Op een avond was er een man die van ver weg kwam. Hij had verkering met mijn oudste zus. Maar zij had er geen zin meer in. Mijn vader was altijd heel goed voor anderen en daarom bood hij deze man een slaapplek aan.  Zo laat in de avond nog een verre reis naar huis maken, dat hoefde niet. De man mocht bij de jongens op de kamer slapen.  Er was nog wel een plekje over. Midden in de nacht werd ik plotseling wakker van gegil. Het waren mijn zussen. Een oranje gloed scheen door een raampje boven de slaapkamerdeur. Angstig kroop ik onder de dekens. De vreemde man leek nog te slapen in het bed onder mij. Waar waren mijn broers gebleven? Die bleken allemaal uit bed te zijn gegaan naar mijn vader, die met zijn blote handen het vuur heeft uitgemaakt.  Mijn zusjes hebben enkele brandwonden opgelopen maar verder in orde. Dit had natuurlijk verkeerd kunnen aflopen.

Het vermoeden was dat de vreemde man de brand had aangestoken. Maar hij ontkende dit. Hij mocht de rest van de nacht nog blijven maar moest gelijk in de ochtend zijn biezen pakken. Terwijl ik nog in bed lag, hoorde ik de vreemde man weer terug gaan naar bed. Hij riep mij. Vroeg of ik bij hem wilde liggen. De toon waarop hij dit aan mij vroeg, joeg mij angst aan. Dat was de reden dat ik niet durfde te weigeren. Ik was nog maar vijf jaar oud. De vreemde man vertelde aan mij dat hij erg boos was. Op ons allemaal. Hij zou ons allemaal vermoorden. En vertelde ook nog eens hoe hij dat ging doen. Ik lag stijf in bed van angst en dacht dat hij mij als eerste zou vermoorden. Wat er daarna gebeurde ben ik kwijtgeraakt. Het was ineens ochtend en de politie was bij ons binnen. Ze hebben de vreemde man meegenomen. Die dag waren er veel vreemde mensen bij ons over de vloer om alles uit te zoeken. Ik zie nog steeds het beeld van die verbrande lakens voor mijn ogen. Zowel mijn ouders als de politie hebben mij nooit gevraagd wat er is gebeurd die nacht. En vanaf dat moment heb ik er nooit meer over gesproken. Het was mijn angst en niet die van de anderen.

Toen ik zes jaar oud was, de avond van de jaarwisseling, bracht mijn vader ons naar bed. Dat gebeurde nooit omdat hij altijd aan het werk was of ergens anders verbleef. Dus dit was een heel bijzonder moment. Hij vertelde ons dat hij de volgende morgen naar het ziekenhuis moest voor een kleine ingreep. We kregen een dropje en hij kuste ons welterusten. Ik kreeg een vreemd gevoel en dacht dat ik mijn vader nooit meer terug zou zien. Het was 2 januari toen er een dominee bij ons in de huiskamer stond om te vertellen dat pappa nooit meer zou thuiskomen. Hij was nu in de hemel. Ik herinner me alleen nog dat iedereen hysterisch werd. Ik dacht: “wat is dit toch allemaal?” Ik wist het al van pappa en hij was nu veilig in de hemel bij de Heer. Dat is toch mooi. Tot op de dag van vandaag, en dat is nu vijftig jaar geleden, mis ik mijn vader nog steeds. En als hij er nog was geweest dan was mij een hoop leed bespaard gebleven!! Mijn moeder bleef achter met acht kinderen in huis en dat was erg zwaar voor haar. Dat besef kwam later.

Het leven werd anders na de dood van mijn vader. Mijn moeder raakte overbezorgd. Als ik naar mijn eenden vriendjes ging en ik hoorde een sirene ergens, wat nogal vaak voorkomt in een grote stad, dan rende ik hard naar huis omdat mijn moeder anders dacht dat ik was verdronken, of onder een auto was gekomen.  Ik zonderde mij steeds meer af, was het liefst alleen.  In de periode van mijn zesde levensjaar, begon een van mijn oudere broers mij te claimen. Alsof hij recht op mij had en ik niet meer op mezelf. Ik moest met hem naar bed. Hij zat aan mijn piemeltje te trekken. Dat deed op den duur pijn. Maar ik durfde er niets van te zeggen. Ik moest ook aan zijn piemel trekken. Dit was een verschrikkelijke ervaring voor mij. Hij probeerde zijn piemel ook in mij te stoppen maar ik schreeuwde het uit van de pijn. Gelukkig stopte hij. Een paar keer in de week moest ik bij mijn broer in bed komen om hem af te trekken. Hij raakte mij ook aan. Op mijn achtste jaar werd ik ook seksueel misbruikt door mijn oudere zus die net uit een pleegezin kwam. Grof gezegd lag ik op mijn negende jaar al te neuken. En die verrekte piemel van mij werd gewoon hard. Maar klaarkomen was niet aan mij besteed. Het klinkt misschien vreemd maar als dit zo vaak met je gebeurd dan zal het wel gewoon zijn. Dat dacht ik toen. En het maakte mij ook niet meer uit, mijn lichaam lag daar, er werd van alles mee gedaan. Maar ik zat daar lekker niet, ik zweefde naar mijn eenden vriendjes toe. Zij hielden van mij. Tot op de dag van vandaag heb ik het nooit met hun over gehad wat er gebeurd is. De broer die me misbruikt heeft is toch al dood. En wat mij betreft mag mijn zus snel dood gaan. Ze is mijn zus niet meer.

Op een mooie zomerse dag, het was 1 juli 1972, waren er veel mensen bij ons. Het was 1 dag voor mijn tiende verjaardag. Ik kwam thuis van een heerlijke ochtend fietsen. Ook nog gezellig gekletst met mijn eenden vriendjes. Er stond een grote koffer klaar. Ik dacht nog dat een van mijn broers of zussen naar een internaat zou gaan. Maar de koffer was voor mij bestemd. Ik moest deze keer vertrekken naar een internaat. Ze vertelden dat het voor drie weken was, een soort van vakantie. Oke…drie weken zonder mijn eenden vriendjes ga ik wel redden. Overal zijn eenden te vinden, ik ga ze wel zoeken. Na een lange autorit kwam ik aan bij mensen thuis. Ik mocht gelijk kennis maken met de kinderen van deze mensen. Twee meiden en een vent die stukken ouder dan mij waren.  Ik dacht: “kut, nu ben ik echt de jongste, maar ach het is maar voor drie weken.” Ik sliep die nacht bij die oudere jongen in bed omdat er nog geen bed voor mij beschikbaar was. De volgende dag stond er een cadeautje voor mij klaar. Ik was immers jarig en werd tien jaar. De rest van de dag was er niets te beleven. Het was mijn ergste verjaardag ooit. Geen mama, geen broers en zussen. Geen eenden waar ik bij kon zitten. Wat heb ik een verdriet gehad! Er kwam ook geen bed voor mij en moest ik bij die jongen in bed blijven slapen. Zoals ik al wel had verwacht ging deze jongen ( ik noem hem liever vent)  ook aan mij zitten. Ook nu durfde ik er niet tegenin te gaan. Het gedonder aan mijn lijf ging gewoon door. Prima hoor, daar ligt mijn lijf weer. Ik zweef weer weg naar mijn eenden vriendjes bij de vijver. En ik was daar heel snel, kan ik je vertellen. Mijn tijdelijke zogenaamde pleegmoeder vond het nodig om mij twee keer in de week te wassen omdat ik dat zelf niet goed kon volgens haar. In mijn blote kont stond ik daar in een teiltje water. En zij mij wassen. Mijn kruis kreeg wel heel veel aandacht, mijn ballen werden goed gewassen, keer op keer. Maar wat maakte mij dat nog uit. Mijn lichaam was al lang niet meer van mij.

Toen waren de drie weken voorbij en ik pakte mijn koffer. In de veronderstelling dat ik weer lekker naar huis mocht. Er gebeurde van alles maar naar huis terug zat daar niet bij. Ik vroeg wanneer ik naar huis terug mocht. Ik moest immers weer naar school en naar mijn eenden vriendjes. Het enige wat eraan mij is verteld dat ik nog even moest blijven. Ik moest hier naar school omdat dit beter voor me zou zijn. Ik kon even niets meer zeggen en dacht bij mezelf: “Dit kan niet waar zijn toch, wat moet ik in deze verschrikkelijke buurt?  Wat moet ik in dit kleine kutdorp met die achterlijke lui?” Ik was boos, radeloos en begreep niet waarom dit zo moest gebeuren. Er werd aan mij uitgelegd dat mijn moeder niet meer voor mij kon zorgen, dat ze niet meer van mij hield. Dat mijn broers en zussen ook niets meer met mij te maken wilden hebben. Je hebt geen keus. Je moet hier blijven. Ik was nog maar tien jaar oud en nu al door iedereen verlaten. Wat is dit? Hoe kan God mij dit aandoen? Ik ben altijd braaf geweest en altijd netjes naar de kerk gegaan. Altijd mijn gebedje opgezegd. Hoe kan dit? En waarom???? Het misbruik kon me geen donder meer schelen want dat ging in deze familie ook gewoon door. Ook al had ik na een maand eindelijk mijn eigen kamer, die nare klootzak kwam nog steeds drie tot vier keer in de week naar mij toe om met mijn lichaam te spelen. Op een gegeven moment ervaarde ik dit niet meer als vervelend. Ik kreeg nu tenminste wel aandacht van iemand.

Ik heb bijna vier jaar lang niet mijn moeder, broers en zussen mogen zien. Want dan zou ik last krijgen van heimwee, zeiden ze tegen mij. Maar ik heb twee lange jaren verschrikkelijk veel heimwee gehad en ik ging er bijna aan onderdoor. Dat had niemand in de gaten. Mijn leven was kapot. Kapot gemaakt door de zogenaamde kinderbescherming en pleegouders, die het beste met me voor hadden. Ik mocht uiteindelijk wel een brief schrijven. De envelop zouden hun wel dichtdoen, dat mocht ik niet zelf doen. Natuurlijk werd de brief eerst uitvoerig gelezen, gecontroleerd of er geen verkeerde dingen in stonden. Elke avond stond ik te luisteren hoe er over mij werd gepraat want dat deden ze maar al te graag. Hoe stom ik wel niet was, wat ik allemaal verkeerd deed, en hoeveel ik loog. Dit allemaal hield ik vol tot mijn vijftiende jaar. Heb toen die vent uit mijn kamer getrapt. Als hij nog 1 keer aan mij zou zitten dan ging ik er werk van maken. Het was inderdaad voorbij maar het intimideren werd steeds erger.

Tja…. en dan die kinderbescherming. In de vorm van een voogd die 1x keer per jaar langskwam. Ik had deze voogd vertelt over het misbruik en daarop ontstond er een fikse ruzie tussen de voogd en mijn pleegouders. Sindsdien nooit meer iets gehoord van deze voogd en mijn leven werd in dit gezin nu een regelrechte hel. Ik was niet geliefd en zou in de goot terecht komen. Ik stelde niets voor en wie zou mij nu geloven, de leugenaar! Niemand toch zeker. Ik verhardde in die tijd. Vertrouwde niemand meer. Ik haatte iedereen. Ik ging stelen en inbreken om aan geld te komen want ik kreeg van niemand geld. Helaas ben ik nooit opgepakt voor deze misdrijven. Op mijn zestiende ben ik gestopt met praten in dat gezin. Ze werden daar gek van en dat was ook mijn bedoeling. Twee jaar later ging ik naar een ander gezin waar ik heel veel vrijheid kreeg. Die vrijheid kon ik niet hanteren en ben toen aan de drank gegaan. Rond mijn negentiende jaar ging ik op mezelf wonen en dat beviel erg goed .Er waren altijd meiden bij mij en ze vonden het heerlijk om mij om hun heen te hebben. Ik begreep dat nooit zo goed. Tot een vriendin mij dat heeft uitgelegd. Omdat ik te vertrouwen ben, dat ik niet aan de meiden probeer te zitten, dat ik niet pogingen doe om met ze naar bed te gaan .Seks is niet iets nieuws voor mij. De tijd met seks heb ik wel gehad. Geen positieve gevoelens bij seks. Nee hoor. Bah!! Uiteindelijk besefte ik wel dat mij een hele mooie periode is afgenomen waarin iemand zichzelf mag ontdekken en seks hoort daarbij, in welke vorm dan ook.

Tenslotte kreeg ik toch een relatie en ben ook met haar getrouwd. We kregen drie kinderen en uiteraard allemaal dochters. Wat was ik bang als vader dat ik een dader zou worden. Want dat hoor je toch vaak…. slachtoffers worden daders!  Ik durfde mijn kinderen niet te wassen, of de luiers te verschonen. Ik was erg onzeker en bang om iets verkeerds te doen. Weer is er een periode van mij afgepakt waar ik van hoor te genieten. Het ging steeds slechter met mij en raakte depressief. Op mijn dertigste werd het mij allemaal te veel en sloegen de stoppen door. Ik had altijd messen bij me, uit onzekerheid en angst. Ik ging naar die vent die mij had misbruikt en wilde hem vermoorden. Daar aangekomen sloeg ik een ruitje in en vanaf die tijd weet ik alleen maar wat mij is verteld. Ik kon niet in het huis komen en de politie was gebeld. Ik hoorde mensen roepen maar had niet door dat het de politie was. Mijn mes had ik nog vast. De politie schoot op mij en ik raakte mijn mes kwijt. Ik werd door een kogel geraakt in mijn hand. Ik voelde niets en ben uiteindelijk afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar werd ik verzorgd door een broeder en die vroeg alles aan me .Hoe het zover had kunnen komen. Ik had een klik met deze broeder en toen barste het hele verhaal er ineens bij mij uit. Ik kon niet meer stoppen met praten. Deze broeder heeft toen de hulpverlening ingeschakeld. Toen is het hele proces gaan starten. Ik ben verhoord door de politie. De verslagen die er zijn gemaakt heb ik allemaal bewaard en zijn later nog goed van pas gekomen.

Heb eerst ambulante hulp gekregen en later voor langere tijd in de psychiatrie gezeten. Hier ontmoette ik veel lotgenoten en een vriendin die later een einde aan haar leven heeft gemaakt. Er werd tegen haar gezegd dat ze was uitbehandeld, ze konden niets meer voor haar doen. Ik ben die avond nog bij haar geweest om afscheid te nemen. Ik begreep haar keuze heel goed.  De volgende dag was ze dus echt dood. Na haar crematie heb ik zoveel verdriet gehad en ben ik tot besef gekomen dat zelfmoord geen oplossing is. Dat je er heel veel mensen pijn mee kan doen. Ik heb met veel lotgenoten gepraat en sommigen heb ik op andere gedachten kunnen brengen. Ik heb 22 jaar lang bij de hulpverlening gelopen. Met wisselende opnames, soms ook in de isoleercel. Ik beschadigde mezelf en dat voelde heerlijk. Pijn aan de buitenkant en niet meer van binnen. Als ik maar bloed zag en de pijn aan de buitenkant, dat voelde goed. Mijn voorlaatste behandeling was een ambulante behandeling die zestien weken duurden. Hier heb ik erg veel aan gehad en kon het ook lang volhouden.  Een behandeling waar ik wat aan heb gehad is: RATIONEEL-EMOTIEVE THERAPIE .  (Rationeel – emotieve  gedragstherapie). Het is een vorm van psychotherapie waarbij zowel het verstand als het gevoel een belangrijke rol spelen. Het is een vorm van cognitieve gedragstherapie. De grondlegger van de therapie is Albert Ellis. Vooral deze therapie heeft me doen beseffen dat ik bepaal wat er gebeurd in mijn leven. Niemand en dan ook echt niemand anders. Ik laat de duivels uit mijn verleden niet mijn leven in het hier en nu bepalen. Dat doe ik zelf.

Hierna werd het een aantal jaren rustig en kon ik het leven weer aan. Tot ik ging scheiden. Ik kwam erachter dat de vrouw, waar ik overigens veel mooie herinneringen aan heb, niet mijn echte liefde was. Ook weer vanuit mijn verleden dat ik een vrouw gekozen zonder er echt van te houden. Ik kocht een bedrijf met een zakenpartner. Dit liep ook fout. Deze partner lichtte de boel op en ik wilde daar niet mee samenwerken. Ik wilde het voor de rechter hebben, wat ook is gebeurd. Deze rechtszaak heeft negen jaar geduurd. Deze zaak werd extra complex omdat deze partner me ook een kunstje wilde flikken. Ik werd op een gegeven moment in mijn auto klem gereden. Ik stapte uit en liep naar de achterste wagen toe om te vragen wat hiervan de bedoeling was. Op dat moment voelde ik iets tegen mijn rug bonken. Ik zag bloed, overal bloed, mijn bloed. Ik was van achteren neergestoken en werd gestoken in mijn hals. Ik heb er een bijna doodervaring aan overgehouden. Nee, ik heb geen engelen, trompetgeschal of prachtig licht gezien. Maar ervaarde wel een heerlijke rust, een rust die ik nooit meer heb mogen ervaren. Na een aantal zware operaties ben ik ook hiervan genezen. Heb nog wel dagelijks lichamelijke hinder van deze aanslag maar laat het niet mijn leven beïnvloeden. Vanaf die tijd ben ik heel bewust gaan leven en geniet ik van het leven. Ik besef mij nu na al deze gebeurtenissen, dat ik sterker ben geworden. Ik ben geworden zoals het is voorbestemd. Ik geloof in het lot en uiteindelijk heeft het er toe geleid dat ik intussen met heel veel mensen en lotgenoten heb gepraat. Ze er doorheen heb gesleept. Zonder deze ervaringen, wat uiteraard niemand hoort mee te maken, had ik dit niet kunnen doen. Ik ben nu met mijn eerste liefde getrouwd en leef gelukkig met haar samen. Is mijn leven nu een rechte lijn? Zeker niet en dat zal het ook nooit worden.

Ik ben dankbaar dat ik leef en dat ik zoveel mooie mensen ontmoet. Lang heb ik iedereen gehaat en gewantrouwd. Maar ik leef nu anders. Ik vertrouw nu iedereen. Ik hou van bijna iedereen en dat maakt mij een gelukkig mens. Ik ga regelmatig op mijn bek maar toch leeft het voor mij een stuk gelukkiger dan daarvoor.

Dit is een korte samenvatting van mijn leven. Ik kan nog niet alles opschrijven wat mij is overkomen want dan zou ik een boek moeten gaan schrijven. Dat is een grote wens van mij. Maar misschien is het nog beter dat ik een goede schrijver (ster) tegenkom die mijn verhaal op wilt schrijven. Met als doel een boek. Ook dit zal op mijn pad komen.
Frans Bos