Behandelmethoden die kunnen worden toegepast op CPTSS. Het behandelen van CPTSS is vaak een grote en lange zoektocht. Belangrijkste is wel dat je iemand vindt waar jij je veilig bij voelt. Samen gaan kijken welke behandeling voor jou zou kunnen werken. Dat is voor iedereen weer verschillend. De behandelmethoden die hier worden beschreven is het werk van Steef van Hoeijen. Beheerder van PTSS/PTSD openbare lotgenoten groep.

  • EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing)
  • Exposure Therapie (imaginaire en narratieve exposure)
  • De Matrixmethode
  • Cognitieve gedragstherapie (CGT)
  • Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS (BEPP)
  • Traumagerichte psychotherapie
  • Equitherapie
  • Hypnotherapie
  • Regressie- of regressie gerelateerde therapie
  • Mindfulness

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing)

EMDR, is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring, zoals een ongeval, seksueel geweld of een geweldsincident. Volgens de bedenker van de EMDR, Francine Shapiro, kan een traumatische ervaring zo een enorme indruk achterlaten dat sommige mensen de traumatische ervaring niet (goed) verwerken. Hierdoor kan je last krijgen van PTSS klachten. Het doel van EMDR therapie is het goed verwerken van de traumatische ervaring. Ook richt EMDR zich op het afnemen van de PTSS klachten en een goede manier om met de traumatische herinnering om te gaan. 

Bij EMDR worden de nare gevoelens gescheiden van de gebeurtenis. Daarna wordt er een neutraal of positief gevoel aan de gebeurtenis ‘geplakt’. Tijdens de EMDR sessie beweegt de therapeut met zijn vingers van links naar rechts. Deze vingers moet je met je ogen volgen. 
EMDR is een effectieve PTSS behandeling die gemiddeld minder lang duurt dan CGT. 

Een klein stukje ontstaansgeschiedenis. EMDR begon meer dan 25 jaar geleden als een omstreden therapie. Shapiro werd destijds erg bekritiseerd door sceptici. 
De critici namen het Shapiro kwalijk dat zij met een schamel experiment in de hand haar therapie ging promoten als een revolutionaire doorbraak. Ze sprak over een ‘100% successcore’ en verschafte zich een behoorlijk inkomen met haar EMDR Instituut. De bewijzen van effectiviteit van EMDR waren hoofdzakelijk gebaseerd op case-stories, anekdotes en persoonlijke ervaringen. 
Er waren verscheidene psychologen die gecontroleerde studies uitvoerden, maar dat leverde aanvankelijk weinig op. Desondanks werd EMDR voor steeds meer psychiatrische stoornissen aanbevolen. 
Tegenvallende experimentele resultaten werden toegeschreven aan allerlei onderzoeksgebreken: de patiënten waren te zwaar getraumatiseerd, ze kregen te weinig sessies of de therapeuten hielden zich niet strikt aan de regels van het EMDR-protocol. Het therapeutisch effect van EMDR kon blijkbaar niet zo gemakkelijk worden aangetoond als Shapiro aanvankelijk suggereerde. Zelf heeft ze nooit opnieuw een onderzoek uitgevoerd.

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van EMDR. Uit de resultaten blijkt dat cliënten goed op EMDR reageren. EMDR is een kortdurende therapievorm. Als het gaat om een trauma na een éénmalige ingrijpende gebeurtenis, dan zijn mensen vaak al na enkele zittingen in staat om hun dagelijkse bezigheden weer op te pakken. Bij mensen die langdurig trauma hebben meegemaakt en bij complexere problematiek duurt de behandeling langer of werkt helemaal niet.

Wanneer er sprake is van PTSS dan is, volgens de richtlijnen, EMDR, de eerst aangewezen behandelingsmethode. Ook omdat het korter duurt dan bijvoorbeeld Cognitieve gedragstherapie, die ik later zal bespreken. Welk effect EMDR precies op de hersenen heeft, is (nog) niet bekend. Wel weten we dat de behandeling effectief is en in de meeste gevallen leidt tot verbetering.

EMDR werkt als volgt. In het begin van de EMDR-therapie zal er uitgebreid aandacht worden besteed aan de oorzaak en achtergrond van de klachten. Daarnaast wordt er een taxatie (overzicht) gemaakt van een aantal individuele kenmerken, waaronder de persoonlijke draagkracht en de last die men van de klachten ondervindt. Hieruit zal blijken of een gerichte traumabehandeling op dat moment nodig is, en of daarvoor EMDR kan worden gebruikt. EMDR kan soms snel werken. Daarnaast is het vaak ook een intensieve therapie. Daarom zal de therapeut niet alleen vertellen wat hij gaat doen en waarom, maar ook uitgebreid bespreken hoe de cliënt zijn emoties zo goed mogelijk de baas kan blijven. De therapeut zal vragen aan de gebeurtenis terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces opgestart. De therapeut zal vragen de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met een afleidende stimulus. In veel gevallen is dat de hand van de therapeut of door geluiden die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden . Er wordt gewerkt met ‘sets’ (series) stimuli. Na elke set wordt er even rust genomen. De therapeut zal de cliënt vragen wat er in gedachten naar boven komt. De EMDR-procedure brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook gevoelens en lichamelijke sensaties. Gaat het goed, dan verandert er wat. De cliënt wordt na elke set gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe set volgt. 

De sets zullen er langzamerhand toe leiden dat de herinnering haar kracht en emotionele lading verliest. Het wordt dus steeds gemakkelijker aan de oorspronkelijke gebeurtenis terug te denken. In veel gevallen veranderen ook de herinneringsbeelden zelf en worden ze bijvoorbeeld waziger of minder. Maar het kan ook zijn dat minder onprettige aspecten van dezelfde situatie naar voren komen. Er kunnen ook minder bedreigende nieuwe gedachten of inzichten ontstaan. De schokkende ervaring krijgt steeds meer een plekje in de levensgeschiedenis van de persoon.

De werkzaamheid van EMDR zit in het opnieuw betekenis geven aan de schokkende gebeurtenis door het manipuleren van werkgeheugen in de hersenen.

Na afloop van een EMDR-sessie kunnen de effecten nog even doorwerken en dat is goed. Toch kan dit in sommige gevallen de cliënt het idee geven even de regie kwijt te zijn, bijvoorbeeld als er nieuwe beelden of gevoelens naar boven komen. Vaak is het dan een geruststelling om te weten dat dit in de regel niet langer dan drie dagen aanhoudt. Daarna is er als het ware een nieuw evenwicht ontstaan. 

Er is steeds meer bewijs dat emotioneel beladen herinneringen en beelden ook een belangrijke rol spelen bij andere klachten zoals chronische pijn, depressie, eetstoornissen, verslavingen en psychose. Om deze reden wordt EMDR bij deze problemen en stoornissen steeds vaker toegepast, meestal als onderdeel van een breder behandelplan.

Ook hier moet je zelf aanvoelen of de therapeut capabel is? 
Al kan ik je daar wel wat hints in geven:

  • Je moet de therapeut absoluut vertrouwen. Juist vertrouwen is bij EMDR onontbeerlijk belangrijk.
  • Er moet een goede voorbereiding zijn met gesprekken. Een therapeut die gelijk of na 2 bezoekjes al direct met haar of zijn vingers gaat zwaaien? Wegwezen daar. Volstrekt onbetrouwbaar.
  • Een therapeut moet altijd van tevoren met je kijken naar en praten over een veilige plek. Duidelijkheid is sowieso iets waar je recht op hebt als cliënt.

Ook hier geldt weer wondermiddelen bestaan niet. Niets is perfect. Wat voor de een goed werkt, hoeft voor de ander helemaal niet te werken. Maar dat geldt uiteindelijk voor alle behandelmethodes. Dus ook hier geldt weer… oordeel zelf wat u ervan vindt!

3MDR (Multi-modular Motion-assisted Memory Desensitization and Reconsolidation)
De behandeling combineert virtual reality beelden en technieken van EMDR met lopen op een loopband. Daarbij wordt tijdens de behandeling gewerkt met (veelal eigen) foto’s en muziek.

Bij Stichting Centrum ’45 (behandelcentrum voor psychische oorlogsslachtoffers), in samenwerking met Top Referent Trauma centrum van de GGZ Drenthe promoveert psycholoog Marieke van Gelderen op deze methode om patiënten met PTSS te behandelen, vooralsnog alleen met militaire veteranen. Centrum 45 wordt nog apart behandeld.


Exposure Therapie (imaginaire en narratieve exposure)

Bij deze therapie gaat een persoon onder begeleiding van een therapeut terug naar de herinneringen van de traumatische gebeurtenis. De herinnering wordt in gedachte zo levendig mogelijk teruggehaald. Het is bij exposure therapie de bedoeling dat de persoon het trauma nauwkeurig beschrijft, ook wel imaginaire exposure genoemd, ook is het mogelijk dat de therapeut het u op laat schrijven. Aan de hand van dit verhaal stelt de therapeut u in eerste instantie herhaaldelijk en langdurig bloot aan deze herinneringen. In de meeste gevallen maakt de therapeut van iedere bijeenkomst een geluidsopname die u dagelijks moet beluisteren. Door de confrontatie aan te gaan met het trauma in plaats van deze te vermijden, worden de emoties afgezwakt en de ervaring kan verwerkt worden.

De persoon praat in de tegenwoordige tijd en zit met de ogen gesloten. De therapeut moedigt aan om te letten op informatie over wat men voelt, hoort, ziet en ruikt. Het is belangrijk om juist de naarste momenten van de traumatische gebeurtenis aan bod te laten komen. Het doorwerken van deze momenten helpt om herbelevingen als flashbacks en nachtmerries te laten verminderen.

Soms wordt gekozen voor een directe confrontatie (exposure in vivo). Denk aan bijvoorbeeld de directe confrontatie met de plaats waar de nare gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

Deze exposure in vivo behandelaanpak wordt vaak gecombineerd met cognitieve gedragstherapie.
Deze zal ik later bespreken. Vaak herinnert men zich nieuwe informatie tijdens imaginaire exposure. Daardoor kan men anders tegen de traumatische gebeurtenis aankijken. Ook helpt het om de nare flashbacks context te geven: in plaats van een soort foto van het naarste moment, wordt de herinnering een verhaal met een begin en een eind. Tijdens de imaginaire exposure merkt men ook dat het weliswaar naar is om terug te denken, maar dat er niets gevaarlijks gebeurt. Men wordt bijvoorbeeld niet gek door terug te denken aan die heel nare momenten.

Narratieve Exposure Therapie (afgekort NET) is een vorm van therapie die oorspronkelijk ontwikkeld werd voor de behandeling van PTSS als gevolg van langdurige en/of meervoudige traumatisering bij vluchtelingen.

Er wordt bij NET altijd gestart met het leggen van een levenslijn met stenen (moeilijke herinneringen) en bloemen (goede herinneringen). In de volgende sessies wordt er gebruik gemaakt van ‘exposure’, net als bij Imaginaire Exposure. Het betekent dat een persoon, in de veiligheid van de therapieruimte, weer in gedachten teruggaat naar de traumatische gebeurtenissen (de stenen) uit het verleden om ze zo te verwerken. Het verschil met Imaginaire Exposure is echter dat er in NET ook wordt gesproken over prettige en mooie gebeurtenissen (de bloemen) in de levensgeschiedenis.
De duur van NET hangt af van het aantal nare gebeurtenissen dat u heeft meegemaakt, maar bedraagt niet meer dan 16 tot 20 sessies.

Iemand met een sociale fobie doet vaak zijn uiterste best om de angst voor anderen verborgen te houden. Iemand met een paniekstoornis probeert situaties waar hij in paniek kan raken te voorkomen. In de praktijk blijkt dat vermijding op de korte termijn wel minder angst geeft, maar op de lange termijn het angstprobleem in stand houdt. Door de angst steeds uit de weg te gaan, ervaar je nooit wat er echt zou zijn gebeurd in zo’n situatie. Door vermijding kan jouw leefwereld bovendien steeds kleiner worden. 

 ‘Exposure’ is een ander woord voor blootstelling. Bij de meeste angststoornissen is exposure-therapie de meest effectieve therapievorm. Via exposure leer je stap voor stap de confrontatie met de angst aan te gaan. Dit is vaak best spannend, maar op de lange termijn neemt je angstprobleem af. Je leert dat je het aankan. Het doel van deze therapie is dus niet dat de gevoelens van angst of spanning verdwijnen, maar dat ze jou niet meer onnodig belemmeren in jouw leven.

Regelmatige en langdurige blootstelling aan pijnlijke herinneringen leidt geleidelijk tot minder angst en tot bijstelling van onjuiste, ongelukkig makende gedachten over de schokkende gebeurtenis(sen). Hiervoor gebruikt men soms de term ‘uitdoving’ van de traumareacties. De behandeling wordt beëindigd wanneer dat punt bereikt is.


De Matrixmethode

De Matrixmethode is een coachings-techniekontwikkeld door Ingrid Stoop in 1991. Het is bedoeld om een oplossing te bieden voor de volgende mentale belemmeringen: leerproblemen, een vol hoofd, angsten (zowel gebeurtenissen in de toekomst als in het verleden), emoties en psychosomatische klachten. 

De zelfredzaamheid van de persoon wordt ingezet met als doelstelling de eigen beleving te laten neutraliseren en te vervangen. De MatriXcoach stelt open vragen, de cliënt heeft optimale focus en concentratie. De begeleider hoeft niets van je te weten, je hoeft je trauma’s dus niet her te beleven. De kracht wordt uit de negatieve beleving, uit het zien, horen, voelen en denken gehaald, door de cliënt zelf. Zonder hulpmiddelen.
Het doel is om de problemen zelf aan te pakken en op te lossen door gebruik te maken van eigen kracht. Dit gebeurt onder leiding van een Matrixcoach.

De getuigenissen van mensen zijn zeer positief. Mensen worden afgeholpen van dyslexie, adhd, faalangst en fobieën. Dus als je het zo leest dan werkt het overal voor. Zowel voor volwassenen als ook voor kinderen.
In hoeverre het gebruik van de methode werkelijk zo succesvol is moet natuurlijk vooral in de (ped)agogische (behandel)praktijk blijken.

De specialiteiten van Ingrid Stoop zijn de volgende: Beelddenken, byronkatie, innerlijk kind, NLP en visualisatie. Ze heeft diploma’s voor ByronKatie, NLP master en trainer, Neurosemantic coach en Orthomoleculaire Geneeskunde. Haar werkveld betreft het bedrijfsleven, de overheid, onderwijs, management enz. Dit betekent dat haar onderwijs in iedere tak van onderwijs kan worden teruggevonden. Zowel op scholen als bij cursussen binnen het bedrijfsleven. 

Het inmiddels in het Engels en Frans vertaalde boek dat Stoop schreef verscheen tevens als luisterboek (door haarzelf voorgelezen). In het voorwoord wordt het boek aangeprezen als ‘een eenvoudige, snelle en effectieve manier van probleemoplossing voor jong en oud’. 
Volgens de theorie van het beelddenkenziet een beelddenker meerdere beelden per seconde. Dit kan echter niet alleen door het bewuste maar gebeurt ook door het onderbewuste. 
Byronkatieis een New Age therapie om vrede in jezelf te vinden.
Innerlijk kindis gebaseerd op het denken dat een stukje van je kind zijn in je blijft. Door omstandigheden en situaties uit onze kinderjaren blijft er een stukje beschadiging achter. Hierdoor leven we als volwassenen in twee werelden. Een deel van de pijn en gebrokenheid die we als kind hebben ontwikkeld zit nog in ons en moet geheeld worden.
NLP (Neurolinguistisch programmeren) is een andere aanpak om gebeurtenissen die je overkomen, op een positievere manier te ervaren. NLP gaat er van uit dat ons brein werkt op basis van de zintuigen (horen, zien, voelen, geur en smaak). De binnenkomende informatie wordt gefilterd op basis van begrip, herinneringen, stijlen van waarneming, etc. Dit leidt tot een interne voorstelling van de gebeurtenis met een bijbehorende stemming, wat weer leidt tot gedrag. 

Vooral in de christelijke hoek zet men zich nogal af tegen haar specialiteiten. Zij zien grote gevaren in het deprogrammeren van de hersenen, maar dat zien ze ook in Emdr, wat ik een volgende keer zal bespreken. Zij zien de Matrixmethode niet als een wetenschappelijke methode, maar als een spirituele. Neutrale onderzoeksresultaten kan je wel vinden op internet, maar dan wel op de website van het matrixmethodeinstituut.
Toch komen er uit deze richting ook geluiden dat het werkt.

De methode, oorspronkelijk uit het Oosten afkomstige (gelinkt aan Hindoeïsme las ik op een Christelijke site), bestaat al 20 jaar, maar is nog niet overal bekend. Maar eng is het niet, want dan zou Emdr ook eng zijn. Of iedere coach capabel is? Dat ligt aan het vakmanschap van de coach, kwestie van natrekken en goed googelen dus. Als er niets over te vinden is, zou ik twijfelen.

Naar mijn persoonlijke mening: Als het de wereld een beetje beter kan maken door mensen zichzelf te leren helpen bij bovengenoemde problemen kan het geen kwaad…
Maar aangezien ik van vrij denken hou… oordeel zelf wat u ervan vindt!

Recensie van de Stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht(opgericht door en voor ouders en streeft na dat er in de regio Utrecht goed havo/vwo-onderwijs komt met voldoende extra ondersteuning voor alle kinderen met autisme en cognitief talent die dat nodig hebben) 

Ik snap wat de MatriXmethode beoogt, maar ik begrijp nog niet waarom het werkt (en dus twijfel ik ook nog steeds of het wel werkt). Er zijn ongetwijfeld personen voor wie de MatriXmethode positieve effecten heeft, maar werkt het voor alle personen bij alle soorten problemen? (Volgens Marjon Kuipers is het vooral geschikt als iemand zijn hoofd wil opruimen of van een enkelvoudige angst af wil komen.) En hoe goed zijn de gecertificeerde MatriXcoaches? (Op deze vraag kreeg ik het volgende antwoord van Felice Flameling: ze zijn zo goed als ze al zijn in hun vakgebied.) 
Ik heb van dichtbij meegemaakt wat therapie inhoudt: maandenlang alle emotie-oproepende gebeurtenissen noteren, inclusief de gedachten die daardoor opgeroepen werden, en proberen helpende gedachten erbij te verzinnen. Het werkt, maar het is wel heel stressvol voor degene die de hulp ontvangt omdat alle negatieve emoties telkens weer opgerakeld worden. Als MatriXcoaching doet wat het belooft, lijkt het me een goed alternatief: kortdurend, je hoeft je problemen niet toe te lichten, en toch ben je snel van je problemen af. Te mooi om waar te zijn? Of de moeite van het proberen waard? Ik ben er nog niet uit… 

Cognitieve gedragstherapie (CGT) 

Cognitieve gedragstherapie (CGT, Engelse afkorting CPT) gaat er van uit dat problemen beïnvloed en in stand gehouden worden door iemands gedachten (cognities) en gedrag. Door het onderzoeken en veranderen van dat gedrag en die gedachten nemen de psychische klachten af. 
Denken, voelen en doen hebben meer met elkaar te maken dan je denkt. Cognitieve gedragstherapie gaat er van uit dat de manier waarop je denkt invloed heeft op wat je voelt en wat je durft te doen. 

Een voorbeeld: twee mensen gaan naar een verjaardag van een collega. De ene persoon denkt “ik ken daar niemand”. De andere persoon denkt: “leuk, nieuwe mensen ontmoeten”. De eerste persoon zal zich gespannen zijn, de tweede persoon zal enthousiast zijn. Precies dezelfde situatie kan bij verschillende mensen verschillende gedachten oproepen. Deze gedachten hebben invloed op hoe mensen zich voelen en hoe zij zich gedragen.

Cognitieve gedragstherapie is gedegen onderzocht en blijkt zeer effectief te zijn bij depressie, angst- en paniekklachten.Vaak is deze vorm van therapie effectiever gebleken dan medicijnen, vooral op de langere termijn.
Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van 1. gedragstherapie en 2. cognitieve therapie. 

1. Gedragstherapie
Gedragstherapie richt zich vooral op het veranderen van het gedrag. Hoe een mens handelt bepaalt namelijk in belangrijke mate hoe de persoon zich voelt. Als iemand geneigd is om uit angst bepaalde situaties uit de weg te gaan, dan zal spanning vaak in eerste instantie weliswaar afnemen, maar op de lange termijn juist eerder verergeren dan verminderen. In een gedragstherapeutische behandeling brengt de cliënt met de behandelaar eerst het problematische gedrag en de omstandigheden waarin dat voorkomt in kaart. Vervolgens helpt de therapeut de cliënt om  beter passende gedragspatronen aan te leren voor die omstandigheden. Zowel het inventariseren (in beeld brengen) van het gedrag waarvan de cliënt last heeft als het bedenken en voorbereiden van oefeningen met nieuw, beter passend gedrag gebeurt samen met de behandelaar. 

2. Cognitieve therapie
Cognitieve therapie gaat in op iemands gedachten en de emoties die door die gedachten beïnvloed worden. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven steeds vanuit een negatief standpunt bekijkt wordt en blijft gemakkelijker angstig, somber of geïrriteerd. In cognitieve therapie onderzoekt de cliënt samen met de behandelaar of die wijze van denken wel helemaal klopt met de werkelijkheid. Wanneer blijkt dat iemand geneigd is om te negatief over allerlei zaken te oordelen wordt uitgezocht welke manier van denken passender is. 

Het is een actieve manier van behandelen; van de cliënt wordt een actieve bijdrage verwacht; in de therapiesessies wordt gewerkt met vragenlijsten en oefeningen. Daarnaast spreekt de behandelaar met de cliënt huiswerkopdrachten af om zelf buiten de sessies aan de problemen te werken. De toekomst is hierbij belangrijker dan het verleden.

Jouw gedachten, gevoelens en gedrag staan centraal. Door deze methode krijg je meer grip op jouw eigen manier van denken. Dit kan je helpen bij de negatieve en niet realistische manier van denken. Je leert als het ware je gedachten, gevoelens en gedrag positief te beïnvloeden door realistischer denken. Dit helpt je om minder somber of angstig te zijn en daardoor kan je actiever in het leven komen te staan. 

De cognitieve gedragstherapie wordt vaak gecombineerd met de exposure in vivo behandelaanpak. Dan wordt gekeken naar de manier van denken en het gedrag van de persoon met PTSS. Welke gedachten en gevoelens spelen een rol? Door het gedrag en de gevoelens onder de loep te nemen, kunnen ze ook vervangen worden door andere, meer helpende gedachten. Hierdoor verminderen de klachten.Het wil ook hier weer niet zeggen dat alle cliënten baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. De effecten verschillen per persoon.


Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS (BEPP)

De Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS (BEPP) is een aangetoond, effectieve behandeling voor PTSS, die aansluit bij het natuurlijke emotionele verwerkingsproces van ingrijpende gebeurtenissen. BEPP helpt pijnlijke gevoelens en gedachten toe te laten, te verwerken en weer grip te krijgen op het leven. Bij de BEPP wordt desgewenst de partner betrokken bij de behandeling. 

De therapie bestaat uit 16 sessies, waarin eerst uitleg over de klachten en de relatie met het trauma gegeven wordt. Middels imaginaire exposure wordt terug gegaan naar de traumatische ervaring om verdriet en boosheid toe te laten. Door te schrijven van bijvoorbeeld een boze brief en/of afscheidsbrief aan overleden mensen komen belangrijke gevoelens voor de verwerking aan bod. Als dan de klachten aanzienlijk verminderd zijn, wordt de aandacht gericht op de impact van het trauma op iemands leven en op wat men er van kan leren. De behandeling wordt afgesloten met een afscheidsritueel. BEPP is een intensieve maar meestal succesvolle behandeling, die helpt om het trauma te verwerken en om het leven op een nieuwe manier te aanvaarden. 

In de wetenschappelijke literatuur komen cognitieve gedragstherapie en EMDR naar voren als voorkeur in de behandeling van PTSS. BEPP wordt in deze geschaard onder cognitieve gedragstherapie. BEPP omvat echter meer dan trauma-gerichte cognitieve gedragstherapie. 
In BEPP zijn namelijk de werkzame elementen uit verschillende psychotherapievormen samen gebracht, zoals cognitieve gedragstherapie, hypnotherapie, psychodynamische psychotherapie en directieve therapie. Daarom is de naam eclectische psychotherapie gekozen. Tot voor kort was deze therapie bekend als KEP, maar om beter aan te sluiten bij de Engelse naam (Brief Eclectic Psychotherapy for PTSD) is gekozen om de Nederlandse naam aan te passen 

In BEPP wordt gewerkt aan de overmatige angst, het gevoel van controleverlies en het verlies van veiligheid die mensen met PTSS ervaren. BEPP omvat 16 wekelijkse sessies die 45 minuten tot een uur duren. Iedere sessie is omschreven en heeft een specifiek doel: 

Sessie 1: informatie over PTSS en uitleg over de behandeling 
Sessie 2 t/m 6: imaginaire exposure aan de herinneringen van de traumatische gebeurtenis(sen), schrijfopdracht 
Sessie 7: evaluatie van bereikte resultaat 
Sessie 8 t/m 15: betekenisgeving, hoe heeft de ervaring van de traumatische gebeurtenis het zelfbeeld en de kijk op de wereld veranderd 
Sessie 16: afscheid 

Bij een acute psychotische stoornis of een ernstige dissociatieve stoornis kan BEPP niet worden toegepast. Het herstel na BEPP en EMDR is gelijk. EMDR wordt meer gezien voor snel herstel en BEPP voor stabieler. 
Bij BEPP waren de frontale hersenen (het denken) minder geremd en er was een positieve stijging van het anti-stress hormoon Cortisol waargenomen. 

De behandelmethode heeft een hoog percentage bewezen werking (96% op 566 testpersonen) , als restverschijnsel werd in 60% van de onderzochte cliënten een beperkte mate van concentratieproblemen genoemd.


Traumagerichte psychotherapie

Alle eerder besproken behandelmethoden noemt men traumagerichte psychotherapieën. 
Volgens de richtlijnen van de ISTSS (International Society for Traumatic Stress Studies) zijn momenteel cognitieve gedragstherapie, imaginaire exposure en EMDR eerste keus bij de behandeling van PTSS. Maar ook narratieve exposure therapie (NET) en de in Nederland ontwikkelde Korte Eclectische Psychotherapie hebben een grotere invloed op het verminderen van symptomen van PTSS dan medicatie alleen. 

Bij een traumagerichte psychotherapie kennen de behandelingen allen dezelfde werkwijze: 
De cliënt praat samen met een psychotherapeut over de traumatische ervaring. Dat gebeurt in een behandelkamer, dus een veilige omgeving die geen vervelende herinneringen oproept of versterkt. De cliënt bepaalt zelf hoeveel hij/zij in een gesprek over de traumatische ervaring kwijt wilt. De cliënt is de baas over de situatie en dat draagt bij aan de verwerking ervan. De cliënt leert daarbij geleidelijk te ontspannen en te ervaren dat hij/zij de angstige situatie toch veilig doorstaat. Door de gesprekken over de traumatische ervaring slijt het gevoel wat die ervaring nog oproept. Deze hele vervelende ervaring krijgt langzamerhand een eigen plekje in uw geheugen en leven. 

Die gesprekken kunnen individueel of in een groep plaatsvinden. In sommige gevallen wordt ook de partner bij de gesprekken betrokken. De behandelaar (therapeut) kan en zal daar meer over vertellen. 
In sommige gevallen wordt gevraagd te werken met schrijfopdrachten. Die kunnen soms via e-health (online via internet) aangeboden en gemaakt worden. De therapeut zal de cliënt daar meer over vertellen als het past in diens behandeling. 

Dergelijke behandelmethoden zijn bekend onder vele verschillende namen, zoals de eerder genoemde EMDR en de EXPOSURE THERAPIE (en varianten daarvan zoals in vivo exposure, imaginaire exposure, directe therapeutische exposure, virtuele realiteit exposure, narratieve exposure, flooding, systematische desensitisatie, Rescripting en ‘je verhaal doen’). 

Omdat je deze behandelmethoden best ergens tegen zou kunnen komen, zal ik ze hier even toelichten. 

Virtuele realiteit-therapie: 
Een variant van exposure therapie die gebruikmaakt van geavanceerde grafische voorstellingen, geluidseffecten en computertechnologie om de cliënt onder te dompelen in een realistische, visueel rijke ‘virtuele omgeving’. Zo krijgt bij 3MDR, een model voor militaire veteranen de cliënt speciale apparatuur op het hoofd om te kijken naar ‘een virtuele gevechtshelikopter die over een virtueel oorlogsgebied vliegt. Als de cliënt beweegt, lijkt de scène mee te bewegen; dit gebeurt door sensoren die zijn lichaamsbewegingen volgen. De therapie is ook met succes toegepast bij slachtoffers van de ramp met het World Trade Centre en van de oorlog in Irak. Dit soort technologie-intensieve behandelmodellen, waaronder ook onlinezorg zoals E-health valt en andere benaderingen die gebruik maken van internet, neemt in de toekomst waarschijnlijk toe in aantal. 

Systematische desensitisatie: 
Het systematisch ongevoelig maken. Door de cliënt telkens weer bloot te stellen aan zijn angst terwijl men hem een aan angst tegengestelde emotie zoals ontspanning laat ervaren, tracht men de cliënt anders met zijn angst te leren omgaan. Werkt niet bij een teveel aan trauma’s. 

Flooding: 
Bij flooding wordt de cliënt geconfronteerd met de meest stressvolle herinneringen aan het trauma en hij moet deze zien te verdragen totdat de belastende emotie uitdooft. In plaats van geleidelijk of gedoseerd blootgesteld te worden aan de traumatische herinnering wordt de cliënt ermee ‘overspoeld’ (‘flooded’) om zo snel therapeutisch effect te bereiken. Flooding vertoont overeenkomsten met exposure-therapie maar met dit verschil dat de therapeut de cliënt een gedetailleerde beschrijving geeft van een traumatische episode (gebaseerd op informatie die hij voorafgaand aan de flooding-sessie heeft verzameld) in plaats van dat de cliënt het verhaal vertelt. 

Imaginaire Rescripting: 
Tijdens de behandeling Imaginaire Rescripting wordt steeds een klein deel van een herinnering aan een traumatische ervaring opgeroepen. 
Binnen deze techniek wordt de herinnering samen met de therapeut als het ware herschreven. De cliënt beeldt zich in hoe hij/zij zou willen dat de gebeurtenis afloopt en hij/zij verbeeldt zich ook dat hij/zij dit uitvoert. Hierbij maakt de cliënt contact met de eigen behoeften, maar leert ook om het gedrag te verbinden aan het gevoel. Men leert bijvoorbeeld om gevoelens van machteloosheid of boosheid als het ware handen en voeten te geven en hiermee om te gaan. 

Drama rescripting: 
Binnen deze techniek kan ervoor worden gekozen om de rescripting (zie hierboven) echt uit te beelden, in plaats van het alleen te verbeelden in het hoofd. Dit wordt drama rescripting genoemd. Drama rescripting vindt plaats in een kleine gymzaal. 
Sommige mensen kunnen baat hebben bij een vorm van cognitieve gedragstherapie die gericht is op het grip krijgen op je gevoelens: 
veel GGZ-instellingen en psychologenpraktijken bieden een emotieregulatietraining (ERT), rationeel emotieve therapie (RET) of agressieregulatietraining (ART), (ook bruikbaar voor wie zich juist terugtrekt, in plaats van agressief gedrag vertoont), allemaal cognitieve gedragstherapieën. 

Emotie Regulatie Training (ERT):
ERT is een groepstraining voor het herkennen van stemmingswisselingen en impulsief gedrag. Door beter om te leren gaan met emoties, kunnen mensen zich in elkaar herkennen en vinden hierdoor steun bij elkaar. 
Men leert door het verwerven van kennis en het aanleren van vaardigheden emoties en gedrag beter onder controle te krijgen en daardoor minder last te hebben van bijvoorbeeld; woede-uitbarstingen, stemmingswisselingen en grillig en onvoorspelbaar gedrag. 
Er wordt veel aandacht besteed aan verschillende ontspanningstechnieken en afleidingstechnieken. De training vindt plaats op een polikliniek van Kinnik. 

Rationeel-Emotieve Therapie (RET):
Bij Rationeel-Emotieve Therapie (RET) ligt de nadruk op je gedachten en overtuigingen. Het uitgangspunt bij deze therapievorm is dat niet een gebeurtenis zelf, maar de interpretatie (eigen oordeel) van de gebeurtenis oorzaak is van psychische problemen. 
Bij RET-therapie zal de therapeut je helpen bij het opsporen van negatieve, niet logische gedachten. Door te leren om deze te vervangen door logische gedachten, is het mogelijk om een meer ware kijk op jezelf en de omgeving te krijgen. 

Aggression Replacement Training (ART) is een cognitieve gedragstherapeutische training die deelnemers op een andere manier leert te reageren dan met agressief gedrag in gevallen waarin ze boos worden. Het gaat om een verbeterde zelfcontrole in situaties die boosheid oproepen, met sociaal geaccepteerd gedrag in plaats van agressief gedrag. Ook wel De Goldstein Methode genoemd. 

Groeps(psycho)therapieën: 
Het is de bedoeling dat inzicht gevende groepspsychotherapie mensen helpt in een veranderingsproces te komen dat leidt tot het opheffen en/of verminderen van klachten. 
Je moet bereid en in staat zijn om met andere mensen over je problemen te praten. Vooral de wisselwerking tussen de deelnemers onderling is belangrijk (steun, herkenning, een spiegel voorgehouden krijgen). 
Bovendien loop je in de groep veelal tegen dezelfde dingen aan als in de buitenwereld waardoor eventuele problemen direct zichtbaar en bewerkbaar worden. De groep vormt daarbij een veilige plek om je bewust te worden van eigen emoties, behoeften, gedachten, drijfveren, conflicten en gedrag, en om te experimenteren met nieuw gedrag. 
Soms is het feit dat je deel uitmaakt van een groep en ‘erbij hoort’ een ervaring die men voor het eerst meemaakt. Dat kan al ‘genezend’ zijn.


Equitherapie

Equitherapie betekent iemand “beter te maken” met behulp of ondersteuning van een paard. In het oude Griekenland was paardrijden een bekende behandeling voor mensen die af wilden van hun fysieke of mentale ziektes. Het was echter pas in 1900 dat therapeutisch paardrijden voor het eerst werd ingezet in Canada en de Verenigde Staten.

Vandaag de dag zijn er in Nederland verschillende praktiserende therapeuten die kunnen helpen met emotionele groei door middel van equitherapie. Je kan ze vinden via ‘De Nederlandse Stichting Helpen met Paarden’.
Equitherapie is een vorm van sociale, fysieke en emotionele therapie. Door het contact en de bewegingen tussen mens en het paard kunnen er therapeutische effecten bereikt worden.

De grote voordelen van paardentherapie (equitherapie)
Equitherapie helpt bij het opbouwen en verbeteren van vertrouwen, zelfbewustzijn, motorische vaardigheden, cognitieve functies en emotioneel welzijn. Programma’s met paarden kunnen de revalidatie versnellen en de kwaliteit van leven verbeteren van mensen met mentale, fysieke en zintuigelijke handicaps.
In de Equitherapie staat altijd de relatie tussen de deelnemer en het paard centraal. Psychologische onderzoeken tonen aan dat mensen het makkelijker vinden om een vertrouwensband met paarden op te bouwen vanwege de grootte en warmte van het dier. Paarden hebben een kalmerend effect en zijn gewend aan menselijk contact. Wanneer je in nauw contact staat met het warme lichaam van een paard geeft dit een troostende ervaring voor beide partijen, waardoor de spiervezels ontspannen en de bloedsomloop gestimuleerd wordt.

Tijdens het rijden op een paard veroorzaken de bewegingen van het dier ritmische trillingen in de bekkengordel, benen en ruggengraat van de ruiter. Afhankelijk van de snelheid van het paard kan de ruiter een patroon ontdekken in de beweging en het momentum. Dit gevoel staat bekend als een ‘driedimensionaal bewegingspatroon’ en het veroorzaakt het gevoel van een voorwaartse beweging en krachtig momentum (periode waarin stijgende en dalende bewegingen duidelijk worden waargenomen). Vanuit een fysiek perspectief kan equitherapie je spierspanning, motorische handigheid, lichaamskracht, balans en algehele coördinatie verbeteren. Equitherapie biedt ook allerlei psychologische voordelen aan mensen met een beperking.
Een paar van de populairste equitherapieprogramma’s zijn:

  • Paardrijles: dit is een van de meest gebruikte equitherapieprogramma’s en wordt regelmatig gebruikt om de basis te leggen voor diepere interacties tussen een deelnemer en het paard. Dit proces van een relatie opbouwen kan ook doorlopen worden met paardentrainers, hippische therapeuten en de familieleden van de deelnemer. Als deze mensen niet worden betrokken, wordt dit programma sociale equitherapie genoemd;
  • Aangepast paardrijden: dit therapieprogramma functioneert ook als een vorm van aangepaste sport. Aangepast paardrijden is geschikt voor zowel plezier- als professionele ruiters. Om de ruiter te helpen bij het bestijgen en afstijgen van het paard, wordt voorafgaand aan de rijsessies een aangepast zadelontwerp aangemeten bij het paard. Als vorm van equitherapie, kan aangepast paardrijden een diepere fysieke en mentale stimulatie bieden dan paardrijlessen;
  • Hippotherapie: dit equitherapieprogramma stimuleert motorische en zintuigelijke prikkels van beweging en is ontworpen voor mensen met fysieke handicaps. De herhaalde beweging wordt gecreëerd door de gang van het paard en het effect daarvan op het bekken van de deelnemer;
  • Therapeutische voltige: dit programma combineert paardrijden met geavanceerde fysieke en gymnastische therapie. Voltigeren van een paard, zoiets als acrobatiek op een bewegend paard, zorgt voor een gevoel van prestatie en verbetert de coördinatie, balans en kracht van de deelnemer.

Equitherapie is niet meer weg te denken, het biedt vele fysieke en psychologische voordelen en deze zijn goed onderzocht. Het is inmiddels ook al voor veel cliënten zeer effectief gebleken.
Equitherapie valt onder de groep van activiteiten met dieren genoemd: Animal Mediated Activities, Therapy and Interventions (AMAT). Daarbij vervult het dier een belangrijke functie in het proces en wordt erop gelet, dat het dier daarbij niet misbruikt of tot een voorwerp gedegradeerd wordt. AMAT-activiteiten hanteren bovendien een ethische code in de omgang met het therapiedier en de cliënt.

Therapie met het paard kan wonderbaarlijke effecten hebben, maar moet wel deskundig worden toegepast. Equitherapeuten hebben daarom een grote verantwoording tegenover hun cliënten en hun therapiepaarden. Ze moeten daarom ook deskundig opgeleid zijn. 
Het paard werkt voor de therapeut als het ware als een vergrootglas. Maar het is meer dan dat alleen. Een goed opgeleid therapiepaard kan de rol van co therapeut op zich nemen.
Paarden beschikken daartoe van nature over belangrijke eigenschappen: 

  • Je wordt door het paard geaccepteerd zoals je bent. Door ook oefeningen op het paard te doen ervaar je het ‘gedragen’ worden. Door de beweging van het paard in 3 verschillende gangen (stap, draf en galop) kom je letterlijk in (een driedimensionale) beweging, dit heeft een specifieke werking op het menselijk lichaam en geest.
  • In een kudde communiceren paarden vaak via kleine bewegingsimpulsen. Doordat ze uiterst kleine lichaamssignalen kunnen waarnemen, zijn ze in staat bij de mens tot onder de oppervlakte door te dringen. Hij is in zijn communicatie eerlijk, sociaal en begrijpt geen dubbele boodschappen.
  • Het paard accepteert iedereen zoals die is, motiveert tot contact maar stelt ook duidelijke grezen.
  • Op veel mensen oefent het paard een grote aantrekkingskracht uit, waardoor zij in het contact met het paard makkelijk hun grenzen kunnen verleggen.
  • Paarden zijn kuddedieren en sociaal erg vaardig. Hun gedrag is in oorsprong gericht op relatie en op harmonie.
  • Het paard reageert op emoties en gemoedsbewegingen van de cliënt, die de therapeut soms niet kan zien. 
  • Paarden kunnen ook tot op zekere hoogte bepaalde emoties bij mensen meebeleven. De co therapeut maakt zo niet alleen aan de therapeut duidelijk dat er zich iets
  • afspeelt in de cliënt, hij laat het de cliënt zelf ook in een bewegingsdialoog ervaren.

Er is tijdens de sessies een duidelijke rol voor het paard. Hij heeft een opleiding gehad tot therapiepaard en er worden duidelijke eisen gesteld, op psychologisch – en ethisch vlak, aan de omgang met het paard. Het paard reageert op hetgeen er in je omgaat of op wat er met je gebeurt. Hij werkt als het ware ook als een spiegel.
De cliënt bepaalt tijdens de therapie het tempo en de diepgang van de therapie.
Bij Equitherapie is er sprake van een proces waarin tegemoetgekomen wordt aan de behoeften van de cliënt. Vaardigheden worden verder ontwikkeld en er wordt gebruik gemaakt van de talenten die de cliënt al bezit.

Equitherapie kan zowel gebruikt worden als een opzichzelfstaande therapie als ondersteunend. Meer info op www.equitherapie.orgen https://www.zeeuwsegronden.nl/behandelen/equitherapie/


Hypnotherapie

Een hypnotherapeut maakt gebruik van hypnose en kan u helpen via bijvoorbeeld een regressietherapie. Door middel van non-verbale communicatie brengt de hypnotherapeut de patiënt in een lichte trance, terwijl deze de controle over zichzelf kan behouden.

Hypnotherapie speelt in op een meer gemakkelijke toegang tot het onderbewustzijn. In het dagelijkse leven kunnen we ons onderbewustzijn haast niet benaderen, als gevolg van ons aanwezige bewustzijn. Het bewustzijn voorkomt dat we het onderbewustzijn benaderen, terwijl we door het contact daarmee de kans krijgen om onbewuste gevoelens en mogelijkheden aan te spreken. Gevoelens en mogelijkheden waar op basis daarvan een genezing in gang gezet kan worden.

Hypnotherapeuten stellen dat iedereen geschikt is voor hypnose, een patiënt hoeft daarvoor geen bijzondere eigenschappen te bevatten. Het levert doorgaans echter geen goede resultaten bij psychotische en ernstig depressieve patiënten, zij zijn hiervoor onvoldoende vatbaar. Nederland is in ontwikkeling ver vooruit. 

De hypnotherapeut maakt zoveel mogelijk gebruik van op bewijs gebaseerde therapievormen, waarvan de werking in wetenschappelijk onderzoek is aangetoond. De hypnotherapeut zorgt voor een lichte vorm van hypnose, op basis waarvan het mogelijk is om de behandeling te starten. U behoudt zelf de controle over wat u doet, er is geen sprake van de klassieke hypnose zoals we die kennen uit films en shows. In plaats daarvan leert u op een heel andere manier naar uzelf te luisteren, om dichterbij uw onbewuste gevoelens en overtuigingen te komen.

Hypnotherapie kan uitkomst bieden bij een aantal verschillende klachten, die geheel of gedeeltelijk zullen afnemen. Ieder mens is echter uniek en heeft een eigen hulpvraag, de hypnotherapeut zal daarom in iedere unieke situatie nagaan wat er speelt en welke mogelijkheden er bestaan. Het is lastig om te stellen dat het hypnotherapie is dat bepaalde klachten opheft, feit is wel dat het een waardevolle bijdrage levert en de lichte vorm van hypnose ervoor zorgt dat u dichterbij uw eigen gevoelens en ideeën kunt komen.

De genoemde klachten waarbij hypnotherapie een positieve rol kan spelen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling hiervan. Bovendien werken hypnotherapeuten graag samen met artsen en andere ‘reguliere’ genezers. Dit doen zij om informatie over de behandelingen uit te wisselen en het mogelijk te maken een patiënt te verwijzen indien hypnotherapie niet de gewenste resultaten oplevert. Het maakt gebruik van een lichte vorm van hypnose en dient daarom altijd uitgevoerd te worden door een specialist. Hypnotherapie kan ter ondersteuning dienen bij de behandeling door een arts of een medisch specialist.

Benieuwd naar de behandeling door een hypnotherapeut en wat u daarvan kunt verwachten? 
Er zal over het algemeen eerst een intake-gesprek plaatsvinden, zoals dat ook gebruikelijk is bij andere alternatieve geneeswijzen. De hypnotherapeut neemt daarin de tijd en de energie om de patiënt beter te leren kennen en een diagnose te stellen. Aan de hand van de hulpvraag is het mogelijk om de doelstelling te bepalen. De hypnotherapeut zal in een aantal gevallen een behandelovereenkomst opstellen en daarin de voorwaarden schetsen voor de samenwerking. Uit dit document blijken ook de tariefstelling en bijvoorbeeld de doelstelling en een inschatting voor het aantal sessies dat er nodig is.
Patiënten met lichamelijke klachten doen er verstandig aan eerst een arts of een medisch specialist te raadplegen, voordat zij starten met een behandeling. Het is bovendien mogelijk om een hypnotherapeut te laten overleggen met een reguliere arts, om samen af te stemmen of hypnotherapie mogelijk een goede behandeling vormt. Uiteraard gebeurt dit alleen wanneer de cliënt daar zelf mee instemt. De hypnotherapeut is gebonden aan de zwijgplicht, waardoor deze altijd vertrouwelijk om zal gaan met de informatie en ook niet uit zal wijden over de therapie die er plaatsvindt.

De vorm van de behandeling zelf hangt onder andere af van de klachten waar het om gaat. 
Er bestaan binnen hypnotherapie een aantal geschikte trancetechnieken, het gaat dan bijvoorbeeld om regressietherapie, reïncarnatie, NLP, imaginatie, autogene training en zelfhypnose. Het is onder andere mogelijk om de effecten van bijvoorbeeld Cognitieve Gedragstherapie, EMDR of PDS te versterken. Daarnaast is hypnotherapie ook een op zichzelf staande behandeling.
Er gelden in principe twee belangrijke verenigingen op het gebied van hypnotherapie. Het gaat om de Nederlandse Beroepsvereniging van Hypnotherapeuten (NBVH) en de Nederlandse Vereniging voor Hypnose (NVVH). 

Wat is Hypnose?
Een methode die wel gebruikt wordt in de praktijk, vooral in buitenland, maar dat tot op heden nauwelijks goed is onderzocht. Kenmerkend voor hypnose is dat de cliënt in een geestelijke staat van een ander bewustzijn wordt gebracht om hem zo te helpen belastend materiaal te verwerken.

Het enige onderzoek tot op heden naar hypnose als behandeling van PTSS is een studie naar enkelvoudige trauma’s. Dit had een voorzichtig positief resultaat. 
Hypnose is ook onderzocht als behandeling van acute stressstoornis. 
Opmerkelijk is hier overigens de conclusie van een speciale werkgroep van de American Psychological Association: “Hypnose mag niet gebruikt worden om herinneringen aan een trauma terug te halen (d.w.z. om toegang te krijgen tot herinneringen die nog niet bewust zijn).”
In Nederland wordt het bijna niet meer toegepast en spreekt men liever van trance, een lichtere vorm waarbij je zelf de controle behoudt.

Wat is Trance?
Trance is eveneens een geestelijke staat met een veranderd bewustzijn. Door een verhoogde concentratie wordt de cliënt afgesloten van de buitenwereld waardoor deze meer contact krijgt met de binnenwereld. Iedereen kent het gevoel totaal geabsorbeerd te zijn door een interessant boek of een spannende film. Ook bij lange stukken autorijden op een bekende route, raak je soms wel eens even ‘weg’. (Ben ik die afslag nou al gepasseerd of niet?) Bij de trance die wordt opgewekt in regressietherapie beschikt de cliënt over een dubbel bewustzijn. Men hoort alles wat erbuiten gebeurt en men kan op een normale, rationele manier nadenken over alles wat het onderbewustzijn naar boven brengt. En zodra men de ogen opent, verdwijnt de trance weer vanzelf.


Regressie therapie / Regressie gerelateerde therapieën

Regressietherapie kan een zeer efficiënte vorm van therapie zijn. Ze gaat namelijk heel snel naar de kern van een probleem. In de meeste gevallen is geen lange intake nodig zoals in de meer klassieke vormen van psychotherapie. Klassieke vormen van psychotherapie besteden alleen al hieraan vaak vijf sessies of meer om een diagnose te stellen, waarna een behandeling kan volgen die een of meer jaren duurt. Regressietherapie is een zeer snelle therapievorm. Gemiddeld zijn in zes tot tien sessies de meest voor­komende kwalen te behandelen. Maar de hoeveelheid sessies hangt ook wel af van de aard van de klachten en hoe een persoon reageert op deze therapie­vorm.

Regressietherapie gaat naar de oorsprong of de kern van een probleem. Van daaruit wordt het aangepakt. In therapie leren we cliënten hoe ze contact maken met hun eigen kracht. Daardoor kunnen ze hun zelfhelend vermogen activeren. Oud zeer wordt definitief opgeruimd. Als de cliënt bereid is eigen verantwoordelijkheid te nemen en het therapeutisch proces goed en volledig te doorlopen, zijn de effecten blijvend. Daarin verschilt het ook van EMDR dat vooral de symptomen bestrijdt, zoals gevoelens van angst, stress of spanning, maar geen dieper inzicht geeft in de kern van de oorzaken. En daar ligt juist de kracht van regressietherapie. Maar elke therapie is een poging tot. Er is dus geen absolute garantie op succes. Over het algemeen kom je er wel vrij snel achter of regressietherapie voor jou en jouw problematiek effectief is.

De vroegste vormen van regressie­therapie maakten gebruik van hypnose en in het buitenland is dat nog steeds heel gebruikelijk. In Nederland wordt er over het algemeen geen hypnose meer voor gebruikt. Ons land loopt namelijk voorop in dit vak­gebied.

Voor hele specifieke vormen van therapie waar een zeer diepe trance voor nodig is, kan hypnose worden ingezet om de sessietijd te verkorten, dit is echter niet verplicht.

Onder begeleiding van een gekwalificeerde therapeut is regressietherapie niet gevaarlijk.
De sessie kan indruk maken en zal enige tijd vergen om helemaal te bezinken. Daarom is het fijn om te zorgen dat u na een regressiesessie geen afspraken of drukke bezigheden hebt gepland. Gun uzelf rustig de tijd om alles wat naar boven is gekomen volledig te laten indalen en bezinken. Dat werkt het best als u tijd voor uzelf heeft. Veel mensen vinden het prettig om na de sessie voor zichzelf op te schrijven wat ze allemaal hebben ervaren. Dat stimuleert de doorwerking, kan nieuwe inzichten in verbanden opleveren en het versterkt het effect.

In het begin van de therapie kunnen klachten wel eens verergeren. Dat noemt men het homeopathisch effect. In wezen is dat therapeutisch gezien een goed teken omdat er dan iets aan het verschuiven is. Het is ook van tijdelijke aard.

Emotieve therapie
Emotieve Therapie is ontstaan vanuit de regressietherapie en is erop gebaseerd dat mensen een gevoelscentrum in hun buik hebben. Binnen deze therapie wordt ervan uitgegaan dat iedere problematiek in het ‘nu’ benaderbaar is en zonder herbeleving verwerkt kan worden. Emotieve Therapie is een kortdurende therapie van 9 consulten, van twee uur per keer, die over het algemeen in procesvorm wordt uitgevoerd. Het is echter ook mogelijk om probleemgerichte sessies te volgen.
Het doel van Emotieve Therapie is het begeleiden van cliënten bij het verwerken van tot nu toe onverwerkte ervaringen. Hiermee verdwijnen de daarmee verbonden patronen in het heden en wordt het ervaren van een gelukkig en zinvol leven (weer) mogelijk.

In 1998 toont dr. Michael D. Gershon aan dat er zich een autonoom zenuwstelsel in de darmwand bevindt. Binnen de Emotieve Therapie is gebleken dat we dit autonoom zenuwstelsel kunnen benaderen en gebruiken als een gevoelscentrum.

Emotieve Therapie gebruikt technieken om gevolgen van traumatische ervaringen, te neutraliseren in dit gevoelscentrum in de buik. Hierdoor houden beperkingen in gedachtes, gedragingen en gevoelens van onmacht op te bestaan. 

Zowel de onmacht als de gedraging bestaan uit een:
– mentaal deel (M)
– een emotie (E) en
– een lichaamsgevoel (L)
Een zogeheten MEL-punt. 
Deze ladingen zijn verankerd in drie basisemoties: angst, boosheid en verdriet. Tijdens de therapie worden de MEL-punten in het lichaam opgespoord en geneutraliseerd in het gevoelscentrum, waarna de onmacht en de daaraan gekoppelde gedraging in het dagelijks leven ophouden te bestaan.

Twee studenten van de Saxion Hogeschool Psychologie te Enschede hebben in 2012 een wetenschappelijk klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd bij cliënten, over een periode van 10 jaar, uit de praktijk van Ronald Duchateau. De geboden therapie werd door deze cliënten beoordeeld met een gemiddeld rapportcijfer van een 8.

Tijdens de sessies wordt gewerkt met trance. Trance is vorm van hypnose. Hierdoor zijn MEL-punten fysiek te ervaren zonder ze te triggeren, waarbij inzicht verkregen kan worden in de oorsprong en functie ervan. De cliënt weet waar hij is en wat zijn doel is, anderzijds richt hij zich op de ervaringen uit zijn onderbewustzijn. Dit heeft als voordeel dat de cliënt zich kan richten op de ervaring en tegelijkertijd voelt en weet dat de controle bij hem ligt.

De Emotieve Procestherapie bestaat uit 9 consulten:
1.         Probleemgerichte intake
2.         Angst-sessie
3.         Boosheid-sessie
4.         Verdriet-sessie
5.         Liefde-sessie (verbinding met de ander)
6.         Liefde-sessie (verbinding met jezelf)
7.         Blijdschap-sessie (verbinding met het hier en nu)
8.         Kernovertuiging-sessie
9.         Afsluitende sessie

Reïncarnatie therapie
De term regressietherapie wordt meestal gebruikt om aan te geven dat je “terug in de tijd ”  gaat in je huidige leven. Dat is dus vanuit het nu terug naar gisteren, vorig jaar, tien jaar geleden, je pubertijd, je jeugd, je geboorte, de zwangerschap tot de conceptie. Er steeds van uitgaand dat al die informatie in je onderbewustzijn aanwezig is.

Als je je verleden ruimer definieert dan alleen je huidige leven (en dus uitgaat van het idee van reïncarnatie), kom je in het vorige levens gebied. Dit is een meer transpersoonlijk gebied waar ook allerlei zaken vast kunnen zitten die in je nu problemen veroorzaken.

In dit transpersoonlijke gebied therapie doen noemen we reïncarnatietherapie.
Als je procestherapie wilt doen op een probleem in het nu blijkt in de praktijk vaak dat de werkelijke oorzaak ervan niet alleen in je huidige maar ook in vorige levens gevonden kan worden. Het is dan in de loop van de tijd een thematiek geworden die zowel in je huidige (persoonlijk) als in vorige (transpersoonlijk) levens vastgezet is.

Rebirthing
Rebirthing is een methode die in de zeventiger jaren is uitgevonden door Leonard Orr. Technisch gezien is het een ademhalingstechniek die erop gericht is contact te maken met de eigen levensenergie. Deze manier van ademen zorgt ervoor dat je gaat voelen waar in je lichaam je energie goed stroomt. Je gaat ook voelen waar je energie niet goed stroomt of misschien wel helemaal blokkeert. Vaak is dat ook van buiten af aan het lichaam te zien. Als je vervolgens focust op die plekken waar je energie niet goed stroomt, focus je automatisch ook op de ermee samenhangende emoties. Door daar dan mee aan het werk te gaan en de verdrongen delen ervan alsnog te integreren breng je die blokkades weer in stroming.

Sommige mensen denken dat rebirthing er per definitie op gericht is om je geboorte her te beleven. Dat is niet altijd zo. Het kan wel maar in de praktijk is het meestal zo dat die blokkades die het meest urgent zijn zich het eerst aandienen tijdens een rebirth-sessie.

Uit het bovenstaande begrijp je al dat rebirthing je dus in verbinding brengt met je eigen verdrongen delen en heel vaak te maken heeft met gebeurtenissen uit je verleden waar iets nog niet verwerkt of klaar is. Dat is ook de opzet van regressietherapie, vandaar dat deze twee methoden zo goed te combineren zijn. Het belangrijkste verschil is dat je een andere ingang gebruikt om contact te maken met je onderbewustzijn. Rebirthing gebruikt een meer lichamelijke ingang (die speciale manier van ademen) en regressie gebruikt meestal andere trance methoden.

Voice dialogue
Eén van die trance methoden is Voice Dialogue. Dat is een methode om in dialoog te komen met onze innerlijke stemmen. Deze horen toe aan de verschillende delen van onze persoonlijkheid: onze ikken. Zij hebben ieder hun eigen manier van denken, voelen, gedrag en waarneming. Vaak identificeren we ons met één of meerdere deelpersoonlijkheden, waarmee we hebben leren leven, onze zogenaamde “primary selves” terwijl andere delen van ons tevergeefs hun stem proberen te laten horen.
In Voice Dialogue worden de verschillende ”ikken” uitgenodigd vrijuit te spreken en blijken dan vaak heel wat te vertellen te hebben op hun eigen specifieke wijze. Voice Dialogue is in wezen energiewerk. De verschillende ”ikken” zijn in essentie energiepatronen die we in de loop van ons leven hebben opgebouwd, van instinctieve, emotionele, mentale en spirituele aard.

Voornoemde therapieën worden snel bestempeld als zweverig, terwijl er vaak heel goede resultaten mee behaald worden. Vergeet niet dat veel nu bekendere methoden als EMDR, exposure en Cognitieve gedragstherapie ooit ook zweverig werden genoemd.


Mindfulness

Mindfulness zorgt ervoor dat je stopt met piekeren, minder stress ervaart, effectiever werkt en lekkerder in je vel zit. Het wordt al 2.000 jaar toegepast in het boeddhisme. Deze aandachtstraining Vipassana geheten wordt beschouwd als specifiek boeddhistisch en is erop gericht de beoefenaar te brengen tot een ervaring van het bestaan zoals dit werkelijk is.
Hoewel Mindfulness wortels heeft in het boeddhisme hoef je als beoefenaar geen kennis te hebben van het boeddhisme, Zen, Vipassana, yoga of welke oosterse filosofie of meditatietechniek dan ook. 

Het wordt onder andere toegepast in MBSR, een op Mindfulness gebaseerde stressvermindering en MBCT, een op Mindfulness gebaseerde cognitieve therapie. 
Er is geen groot verschil tussen MBSR en MBCT. Het verschil zit niet in de inhoud, maar in de omgeving waarin het wordt toegepast. Essentieel bij beide trainingen is dat de deelnemers aan het programma op een gedisciplineerde wijze thuis de oefeningen uitvoeren die ze tijdens de training aanleren. De bedoeling is om mensen te leren om met milde open aandacht naar de werkelijkheid te kijken.
MBCT wordt in het Nederlands ook wel aandachtgerichte cognitieve therapie genoemd. In MBCT wordt Mindfulness als vaardigheid aangeleerd bij de behandeling van met name chronische en terugkerende depressies, maar ook bij fobieën en chronische pijn. 

In Nederland wordt Mindfulness toegepast in de psychologische zorg aan kankerpatiënten door het Helen Dowling Instituut. Daarnaast vormt Mindfulness een onmisbaar element in de zogenaamde derde generatie gedragstherapie, waaronder de acceptance and commitment therapy (ACT). Binnen deze gedragstherapieën wordt Mindfulness op een minder strikte en meer praktische wijze toegepast dan bij MBCT.

Mindfulness betekent ‘leven met volle aandacht’. De meeste mensen leven constant in hun hoofd – in hun gedachten. Het overgrote gedeelte van deze gedachten gaat over de toekomst: “Ik moet morgen even langs m’n moeder”, “Morgen moet dat rapport af”, “Straks ga ik schoonmaken, en daarna even die telefoontjes plegen”.
Met Mindfulness ga je juist je aandacht richten op het heden. Je laat even alle gedachten voor ‘straks’ of ‘morgen’ varen, en houd je bezig met wat je nu aan het doen bent.

Mindfulness is genieten van het ‘nu’. Stel, je zit in de auto vanuit je werk. Straks moet je nog wat boodschappen doen, eten maken en afwassen. Vanavond moet je niet vergeten die mooie film op te nemen want je wilde nog even langs je vriendin. Dit is de normale manier van denken. 

Maar wat als je met Mindfulness leeft?
Dan luister je naar het gebrom van de auto, de klanken van de radio. Je voelt de warmte van de autokachel langs je gezicht en handen stromen. Je ziet wat er gebeurt op de weg: de andere auto’s, de omgeving, de weg. Je bent je bewust van de hobbels in de weg, de weerstand van het pedaal en ga zo maar door. Je bent je volledig in de beleving van het ‘nu’.

Er worden veel voordelen aan toegeschreven. Mindfulness zorgt voor meer focus en betere prestaties, daardoor werkt het ook tijdbesparend. Het werkt stress verlagend. Het maakt je productiever. Het maakt je gelukkiger, doordat je meer geniet van het leven. Het leert je de kleine dingen te zien en daarvan te genieten en in elke situatie iets ‘moois’ te herkennen.

Mindfulness is een stroming in de psychologie die het Westen inmiddels stormachtig heeft veroverd. Om toe te werken naar Mindfulness doet men onder andere trainingen, meditatie en andere aandachtsoefeningen. Hier geldt oefening baart kunst. Iedereen kan Mindfulness aanleren. Het is wel belangrijk dat je ervoor openstaat. Er kleeft namelijk nog een lastiger aspect aan vast: niet oordelen.

Wanneer je in Mindfulness-stand bent is het belangrijk dat je alles waarneemt zoals het is, en er geen oordeel over probeert te vellen. Ook dit vergt oefening.

Tip: Veel mensen vinden Mindfulness een fijne techniek, maar vergeten in het dagelijks leven dat ze Mindfulness wilden toepassen. Dit kun je oplossen door bijvoorbeeld een Mindfulness-steentje in je broekzak te doen. Telkens als je dit steentje voelt herinner je jezelf eraan dat je wilt genieten van het moment.

Enkele misverstanden komen nog vaak voor. Mindfulness is geen vage dagdromerij naar mijn persoonlijke mening en ervaring.  Een beoefenaar wordt juist door de aandacht te vestigen op zijn eigen lichaam, ademhaling, zintuigen, gedachten en emoties teruggebracht naar de realiteit. Mindfulness is ook geen methode om nooit meer stress of angst te kennen, maar leert dat zulke gevoelens een onvermijdelijk deel van het leven zijn. Wel leert het anders omgaan met aangename en onaangename gebeurtenissen. Tenslotte bestaat de methode niet ‘alleen’ uit ontspanningsoefeningen, maar hanteert deze wel veelvuldig, evenals mantra´s. 

De wetenschap bewijst zwart op wit dat Mindfulness je stressniveau verminderd, je concentratie en empathisch vermogen vergroot, je creativiteit verbetert, je veerkracht versterkt en je negatieve gevoelens als angst en pijn helpt beheersen. Mindfulness helpt je afstand te nemen van de chaos in je bovenkamer en je gedachten te zien als voorbijdrijvende golven in plaats van in steen gehouwen waarheden. 

Is Mindfulness een toverwoord of de ideale therapie?
Mindfulness is in ieder geval in de basis heel toegankelijk om aan te leren.
Ook hier geldt weer, het is persoonlijk. Iedereen is anders. Als je er voor open staat kan het je leven positief veranderen en verrijken. Sta je er niet voor open, of vindt je het zweverige onzin, dan zou ik me de moeite van het proberen besparen.