Verschillende deskundigen vertellen over trauma en CPTSS. Maar ook andere zaken zoals bijvoorbeeld narcisme komen aan bod. Want CPTSS is een breed gebied waarin gebeurtenissen vaak met elkaar verweven zijn.


Elbert Jaap Schipper

Voor mijn eigen traumabehandeling (www.cirkelnoord.nl) kreeg ik een gesprek met psychiater Elbert Jaap Schipper uit Sneek. Hij is werkzaam bij KIEN (www.kien.nu). Daar krijg je specialistische GGZ hulp voor mensen in Sneek en omgeving. Hun kernwoorden zijn: effectief en transparant. Het gesprek met Elbert Jaap was prettig. Omdat ik er toch was, vroeg ik hem of hij mee wilde werken aan mijn missie. Ik zat namelijk met een aantal vragen die ik graag beantwoord wilde hebben. Elbert Jaap wilde dat wel en zei: stuur je vragen maar door per mail en ik zal ze beantwoorden. Ook kreeg ik toestemming deze vragen met antwoorden te plaatsen op mijn website. Wat een heerlijk nieuws. Hieronder lezen jullie het resultaat. 

Vraag 1: Je vertelde aan mij dat er eigenlijk geen verschil bestaat tussen een Borderline Persoonlijkheids Stoornis en CPTSS. Niet iedereen werkzaam binnen de psychiatrie zullen het daarmee eens zijn. Wil je mij uitleggen waarom er volgens jou geen verschil in zit? En waarom zijn de meningen daarover zo verdeeld? 
“Als je kijkt naar het ontstaan van de Borderline stoornis en van CPTSS, dan is er wezenlijk geen verschil. Het begint bij de traumatische ervaringen in de vroege jeugd. De meningen zijn verdeeld doordat in de DSM. ( Het diagnostisch en statisch handboek van psychiatrische aandoeningen) de psychiatrische classificatie methode, stoornissen verdeeld worden op basis van symptomen. Bij een Borderline Stoornis staan de problemen in de emotieregulatie en de interactie met anderen meer op de voorgrond. Bij de PTSS de intrusies ( is een plotseling en vaak herhaald en opkomende dwanggedachte, die meestal als opdringerig en storend wordt ervaren, en die gericht is op iets dat men ongewenst vindt. Vaak schaamt men zich voor zulke gedachten) en herbelevingen. En bij DIS ( Dissociatieve Indentiteits Stoornis) de dissociatieve klachten. Ook voor de andere cluster B persoonlijkheidsstoornissen, en ook voor die uit cluster C, geldt dat er vrijwel altijd traumatische ervaringen vroeg in het leven aan vooraf zijn gegaan.”

Vraag 2: Klopt mijn aanname dat er nog steeds veel discussie gaande is binnen het psychische veld over CPTSS? En als dit klopt waarom kan men het dan niet eens worden met elkaar? Waar zitten de knelpunten? 
“Ja , daar is nog altijd discussie over. De knelpunten zitten in de afgrenzing van de verschillende stoornissen in de DSM. Daarin is gekozen voor losse stoornissen (PTSS met bijvoorbeeld de depressie en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis) in plaats van 1 diagnose CPTSS. Die keuzes zijn vanuit wetenschappelijk onderzoek gemaakt, maar er spelen ook altijd machtsposities mee, politiek en lobbyisme (politieke cultuur van verwerpelijke beïnvloeding van lobby’s).”

Vraag 3: Is CPTSS nu wel of niet opgenomen in de DSM 5? Zo niet, geldt dat alleen voor Nederland of in heel de wereld? 
“CPTSS is niet opgenomen in de DSM 5. En de DSM wordt vrijwel overal als standaard gehanteerd.”

Vraag 4: In jouw woorden beschreven: Waarom wordt het Complex genoemd. Kun je zeggen dat de C ook voor Chronisch kan staan, of juist allebei? 
“Complexe PTSS is altijd chronisch, langdurig. Het wordt zo genoemd omdat er symptomen bij naar voren komen die niet bij de beperktere diagnose PTSS horen. Je kent ze vast: depressieve klachten, zelfbeeldproblemen, dissociatieve klachten onder andere.” 

Vraag 5: CPTSS wordt altijd gelinkt aan vroegtijdig kinderlijk trauma. Maar kun je ook als volwassen persoon CPTSS ontwikkelen? En wanneer is dat mogelijk? Kan iedereen CPTSS ontwikkelen? 
“CPTSS ontwikkelen als volwassen, dat is zeldzaam. Maar het kan wel. Als er herhaald en ernstig trauma is. Meestal is er dan wel een kwetsbaarheid aanwezig, meestal door nare ervaringen in de jeugd.” 

Vraag 6: Kun je volledig genezen/herstellen van CPTSS? 
“De vraag is dan: wat is volledig genezen? Je kunt zover komen dat je niet meer voldoet aan de criteria voor een stoornis, in dit geval CPTSS. Dat kan zeker met de huidige verwerkingstherapieën. Je kan een leven met weinig angst en veel plezier bereiken. Natuurlijk zal je wel bepaalde sporen houden van wat je hebt meegemaakt.”

Vraag 7: Ben jij van mening dat CPTSS binnen de reguliere zorg niet de nodige aandacht krijgt die het wel zou moeten hebben? Dat men binnen de reguliere zorg vaak niet goed weet hoe ze mensen met CPTSS moeten behandelen?
“Er is voldoende kennis en ervaring om mensen met CPTSS goed te behandelen. Niet alle GGZ aanbieders zijn er even goed in. Maar er zijn in het hele land therapeuten te vinden die het kunnen. De behandelcapaciteit op dit gebied is helaas wel te klein.” 

Vraag 8: Ben je het met me eens dat er geen specifieke standaard behandeling bestaat voor het behandelen van CPTSS? Dat men meer moet kijken naar de persoon achter CPTSS? 
“Dat geldt voor alle aandoeningen. De GGZ heeft zich in mijn optiek mee laten slepen door de wensen van de financiers en beleidsmakers, met het opzetten van zorgprogramma’s. De kern van de behandeling van CPTSS is verwerkingstherapie, met de daarvoor effectieve methodes.” 

Vraag 9: Klopt het dat er in sommige gevallen te snel EMDR wordt toegepast op mensen met CPTSS? Kan dit schadelijke gevolgen hebben? En is EMDR functioneel als je geen beelden hebt omdat je de trauma’s hebt verdrongen?
“EMDR is nooit schadelijk, mits toegepast door een deskundige behandelaar. “

Vraag 10: Kan het gebeuren dat verborgen trauma’s nooit naar boven komen en daardoor ook niet behandeld kunnen worden? Zoja, wat zou jij deze mensen dan adviseren? Medicatie? Hulphond of andere dingen? 
“Ja dat kan. En dat hoeft niet erg te zijn, als je een acceptabel niveau van functioneren hebt. In alle fasen van de behandeling en ook daarna zijn buiten de verwerkingstherapie andere inventies meestal nodig. Medicatie kan nuttig zijn ter ondersteuning. Het is niet genezend, eerder remmend in de verwerking. Vele soorten van hulp kunnen bijdragen aan het welzijn en het herstel bij CPTSS, een hulphond inderdaad ook.”

Vraag 11: Vind je het functioneel dat ik druk bezig ben om aandacht te genereren voor CPTSS. Zo ja, waarom vind je dat dan? 
“Ik vind vooral je openhartige methode heel waardevol. Als we het taboe op spreken over traumatische ervaringen kunnen verminderen worden mensen er ook veel minder snel slachtoffer van. Geheimzinnigheid en schaamte zijn risicofactoren voor misbruik en mishandeling.” 

Vraag 12: Als men op tijd symptomen signaleert, met name bij kinderen, kan je dan de C voorkomen bij PTSS?
“Jazeker! In de kindertijd kan je veel herstel realiseren. Kinderen ontwikkelen zich razendsnel en als je in die periode goede therapie en begeleiding geeft, aan het hele systeem, kan je problemen op latere leeftijd voorkomen.”

Vraag 13: Kun je mij behandelmethoden noemen die toegepast worden op CPTSS? 
“Dat zijn er heel veel. Als ik me beperk tot verwerkingstherapie, dan zijn de belangrijkste: EMDR, Imaginaire Exposure en Narratieve Exposure. Op de website van Gabrielle staan deze behandelmethoden beschreven. Kijk op menu: Over CPTSS.”

Vraag 14: Wat kunnen de redenen zijn dat bij sommige mensen met CPTSS geen enkele behandeling aanslaat? 
“Meestal is een cliënt dan nog niet bij een kundige, gespecialiseerde behandelaar geweest. En soms spelen factoren een rol die herstel onaantrekkelijk maken, zoals juridische procedures of de positie die iemand in het systeem heeft gekregen.”


Gabrielle: “In 2017 was ik gastspreker voor CMO STAMM in Groningen. In het publiek zat Sypke Visser. Na afloop raakten we in gesprek en bleek er een klik tussen ons en onze overeenkomstige missie. Dit heeft er toe geleid dat Sypke en ik onze krachten zijn gaan bundelen om een concept te ontwikkelen voor het geven van voorlichting aan jongeren. Wat ons doel daarmee is zullen we later uitgebreid op terugkomen. Ik ervaar Sypke als een warme, inlevende man met veel verstand van zaken en ben dankbaar dat hij zijn medewerking wil verlenen aan deze website.”

Sypke Visser stelt zich voor:

Ik heb een praktijk voor integratieve psychotherapie en arbeidscoaching in Smilde en Groningen. Het is mijn wens om mensen, die last hebben van de gevolgen van traumatisering uit hun vroege kindertijd, te helpen bij het vinden van een emotionele balans. Ik ben hiermee bekend als Kind van een Ouder met Psychische Problemen (zogenoemde afkorting KOPP-kind).

Terugblikkend op mijn levensloop herken ik in mijn manier van omgaan met de problematiek van mijn moeder mijn helpende kant die ik later beroepsmatig ben gaan inzetten naar andere mensen. De blijvende belangstelling om de mens in zijn probleemervaring te begrijpen en begeleiden was en is mijn passie. Gaandeweg heb ik ook de keerzijde ontdekt. Ik droeg ook een gemis met me mee; een aanhoudend onbestemd onprettig gevoel in en over mezelf. Onder de oppervlakte lukte het me niet om mezelf als persoon als positief te zien en ervaren. Ik ontdekte geleidelijk aan dat, vanwege de psychische problemen van mijn moeder, mijn hechtingsrelatie met haar verwarrend was geweest.   In mijn basisgevoel ervoer ik verwarring. Verstandelijk snapte ik wel dat ik wat tekort was gekomen, maar gevoelsmatig merkte ik op de achtergrond altijd een soort leegte, die me beangstigde. Dit werd door bepaalde omstandigheden getriggerd. Bijvoorbeeld wanneer het ging schemeren, dan kreeg ik een angstgevoel. Ik prijs me gelukkig dat ik door training, therapie en opleiding, geleidelijk aan, een houding heb leren aannemen van vriendelijkheid en begrip naar mijn emotionele kwetsbaarheden.
Ik voel me daar nu, over het algemeen, mee in balans.

Dit emotionele evenwicht gun ik iedereen die te maken heeft met vroegkinderlijke traumatisering. Veel mensen merken wel dat er iets niet goed voelt in hun leven, maar weten niet waar dit vandaan komt. Er sluimert iets, maar ze komen er niet achter wat het is. Het is vergelijkbaar met ‘honger hebben’. Wanneer je zin in eten hebt, dan eet je wat en dan is het klaar. Maar als je emotionele honger hebt, dan heb je een tekort, wat niet (zomaar) opgevuld kan worden. Je moet erachter komen waar dit vandaan komt. Als er niet in wordt voorzien, dan blijft het hongergevoel bestaan. Het kan helpen om jezelf vragen te stellen als: ‘waar heb ik echt behoefte aan?’ of ‘wat zegt mijn gevoel?’ 

Het is mijn doel mensen te helpen herstellen van de opgelopen tekorten aan (liefdevolle) aandacht. Ik ga graag met je in gesprek om je van dienst te zijn bij het leren (h)erkennen wanneer je reacties vertoont die met je verleden hebben te maken. Ik heb zelf ondervonden hoe helend het is om ‘oude’ en pijnlijke gevoelens in het bewustzijn toe te laten en rustig en veilig te verwerken. De ruimte die daardoor ontstaat is te verwoorden als ‘van pijn naar kracht’ en ‘van overleven naar leven’ gaan.

Via Gabrielle ben ik in contact gekomen met het Centrum Late Effecten Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering (CELEVT). Bij de hieraan verbonden Trauma Academie volg ik momenteel de 1-jarige nascholing voor academisch -en HBO opgeleide behandelaren.De opleiding richt zich op screening, behandeling en begeleiding van volwassenen met een voorgeschiedenis van Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering en symptomen en klachten van Complexe Post Traumatische Stress Stoornis (CPTSS), Dissociatieve Stoornissen en Hechtings-problematiek met aanverwante co­morbiditeit. 

CELEVT biedt een Register voor professionals gespecialiseerd in VCT (Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering) en ontwikkeld regionaal kleinschalige specialistische behandelcentra voor VCT. Het is mijn ambitie dit te helpen vormgeven in Noord-Nederland.

 ‘Ben jij bekend met structureel gemis in je vroege kindertijd (tot je achtste)? Of ben je een kind van een ouder met psychische problematiek? Gun jezelf dan een toekomst waarin je niet langer slachtoffer van je eigen herinneringen en reacties bent, maar leer regie over je eigen leven te krijgen. ‘

KOPP-KIND:

Wanneer je bent opgegroeid met een vader of moeder met een psychische stoornis, een depressie of verslaving, misschien wel beiden, dan heb je waarschijnlijk nooit echt ‘kind’ kunnen zijn. Dat ben je een KOPP-kind. (Kind van Ouders met Psychische Problemen). De sociaal emotionele verwaarlozing uit je jeugd kan, zelfs nu je volwassen bent, een behoorlijke impact hebben op je leven van nu en je zelfbeeld. Door te leren die pijn een plek te geven en te verwerken kun je weer vrijer leven.

Als je als kind in zo’n gezin opgroeit dan leer je hiermee om te gaan en vind je manieren om staande te blijven. Je ontwikkelt overlevingsstrategieën. Maar in je groei naar het volwassen leven ontstaan er vaak de nodige scheurtjes en loop je tegen allerlei dingen aan. Je emotionele verwaarloosde deel komt naar de oppervlakte en kan gepaard gaan met allerlei symptomen, zoals angstig worden, je leeg en koud voelen.

De opgelopen tekorten aan (liefdevolle) aandacht kunnen op diverse manieren merkbaar worden.  Bijvoorbeeld dat je het moeilijk vindt om emoties te uiten. Of je bent onzeker, vindt het eng om dingen te zeggen, durft niet boos te worden of je wordt juist heel snel boos. Je kunt zelfs last krijgen van het vertonen van extreem gedrag in vrij normale situaties, bijvoorbeeld wanneer je stress ervaart in je relatie, je werk of tijdens je studie. Of je vindt het moeilijk om relaties aan te gaan en durft je niet te hechten. Elke keer weer loop je daar tegenaan en dat is moeilijk. Of je voelt je niet de moeite waard. Je ontleent je gevoel van eigenwaarde mogelijk aan zorgen voor anderen. In een later stadium van je leven ervaar je het als een ‘bestaansleegte’, een gevoel van leegte en identiteitsverlies. Kortom je bent aan het overleven.  

Dergelijke emotionele ladingen kunnen je onbewust aan je traumatische gebeurtenissen uit je verleden herinneren. Als ze worden aangeraakt (getriggerd) laten ze je jou eigen verleden herbeleven omdat die emotionele pijn nog steeds in je binnenste zit. Doordat jij als kind niet hebt geleerd om liefde te ontvangen en te geven, maak je nu veel ruzie met je vriend. Omdat je nooit de kans hebt gehad om je grenzen aan te geven loop je nu vast in je werk. Je hebt (heimelijk) altijd het gevoel gehad dat je niet goed genoeg was. De faalangst die je daardoor ontwikkeld hebt, heeft je belet een goede opleiding te volgen. Zodra je stress ervaart, schiet je weer in die ’overlevingsstand’, die je jezelf hebt aangeleerd. Om als kind staande te kunnen blijven. Maar uiteindelijk zorgt het nu alleen maar voor meer stress. 

OUDERS & KOPP-KINDEREN:

Naar schatting zijn er in Nederland zo’n 400.000 ouders met psychische problemen. De kinderen hiervan groeien op als zogenoemd KOPP-kind. Voor een deel van deze kinderen betekent dit een heel zware jeugd. Ook in de toekomst zullen zij de psychische gevolgen hiervan blijven ondervinden. Het kan je hele leven blijven achtervolgen.

Ouders van KOPP-kinderen hebben meer moeite met het opvoeden. Hun eigen psychische problemen staan hen hierbij in de weg, waardoor ze minder medeleven kunnen tonen, fysiek minder in staat zijn om voor ze te zorgen en structuur aan hun kinderen te bieden. Het draait binnen het gezin vaak om de ouder(s), terwijl het andersom moet zijn.   Voor een kind voelt het soms alsof hij voor ouder moet spelen, terwijl dit onnatuurlijk gedrag is. Het kind krijgt problemen voor zijn kiezen waar je als kind niet mee geconfronteerd zou moeten worden. Het is dan lastig om kind te zijn. 

KOPP-kinderen lopen meer kans dat ze getraumatiseerd raken. Hun ouder(s) zijn emotioneel minder beschikbaar en voorspelbaar. Vaak al vanaf hun babytijd ervaren ze het hechten als onveilig en verwarrend. Hierdoor ervaren ze hun eigen grenzen minder of zelfs helemaal niet. Wanneer jij je eigen grens aangeeft, kan je ouder dan ook nog eens afwezig of boos reageren. Als een kind zich in zijn vertrouwde omgeving onveilig voelt, is hij van binnen emotioneel verward. Bij geweldsmisbruik valt dit gevoel van veiligheid helemaal weg. Het meemaken van misbruik is een zeer traumatische ervaring en zorgt voor een hoop (vaak blijvende) psychische gevolgen. Tijdens de jeugd, maar ook in het volwassen leven kunnen de gevolgen (vanbinnen voortdurend) merkbaar zijn. Hierbij kun je denken aan: angsten, paniekaanvallen; depressiviteit; slapeloosheid, nachtmerries, concentratieproblemen; emoties niet onder controle hebben; schaamte en schuldgevoelens; chronische stress en of vermoeidheidsklachten. 

Het aangaan en vasthouden van een intieme relatie, voor mensen die als kind zijn opgegroeid in een leefsituatie die structureel te weinig emotionele steun en voorspelbaarheid bood, is extra moeilijk. Hun vertrouwen in de ander is dikwijls beschaamd, waardoor een chronisch gevoel van onveiligheid in hun binnenste aanwezig is. Los van hun wil reageert hun lichaam nog steeds alert, net als vroeger. Dit is lastig en verwarrend in relaties en leidt dikwijls tot problemen in het contact. 

Wanneer je als ouder(s) te maken hebt met psychische problematiek bij jezelf dan kan het extra zwaar zijn om je kind(eren) te bieden wat ze nodig hebben. Gevoelens van schuld en schaamte spelen mee maar ook angst dat je kind(eren) uit huis geplaatst zullen worden. Hierdoor ben je minder snel geneigd om hulp te gaan zoeken. Sommige ouders weigeren daarom hulp. Hierdoor wordt er niets aan de situatie veranderd, terwijl er wel behoefte aan is. Het is heel belangrijk om voorzichtig met de ouders in gesprek te gaan op een invoelende manier, zonder te oordelen, als er een vermoeden bestaat dat de ouders psychische problemen hebben waar het kind de dupe van is. Signalen die hierop kunnen wijzen, zijn soms heel subtiel, doordat een kind zich gedraagt als een ouder of geen vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis wil nemen. Soms zijn de signalen nog duidelijker en zie je dat kinderen overal alleen naar toe gaan, waar anderen hun ouders mee hebben, of er bijvoorbeeld altijd onverzorgd uit zien.
Als jij je hierin herkent, kan het helpend zijn om hier over te (leren) praten.