Ik ben Gabriëlle Jansen. Geboren op 4 oktober (dierendag!) 1962. Ik woon in Zuidhorn, een prachtig mooi dorp niet ver van de stad Groningen. Ik woon samen met mijn huisdieren. Ik ben gezegend met een creatieve geest. Ik teken, maak collages en schrijf. Ben gek op lezen. Vervelen komt niet voor in mijn woordenboek. Ik ben positief ingesteld en dat is een sterk stuk gereedschap in dit leven. Ik ben dol op kleur, mijn huis is een groot kleurenpalet. Mijn lievelingsdieren zijn herten, reeën, paarden, katten, honden en vogels. Eigenlijk zijn alle dieren mijn lievelingen. Je leert me beter kennen als je mij op deze website gaat volgen.

Staat van dienst

  • Twee keer per jaar gastlessen aan de Noorderpoort College in Groningen. Bij de BBL-opleidingen. Afdeling Zorg en Welzijn.
  • CMO STAMM (2017) Groningen. Gastspreker
  • Team NOVO (2017) Hoogezand. Gastles
  • STENDEN Hogeschool (2018) Leeuwarden. Gastles
  • Interne opleiding bij Stichting NO KIDDING. (14-4-2018)
  • Sunday Assembly in Apeldoorn. Gastspreker. (25-11-2018)
  • Wijkagenten, netwerkteam 18+, en medewerkers Buurt en Jongerenwerk in Zuidhorn. Gastles. (11-9-2018)
  • Team Therapieland in Amsterdam Noord. Gastles. (24-9-2018)
  • Op 3 april 2019 gastles op MBO Landstede in Zwolle. Niveau 3 en 4.

Media:

  • RTV NOORD. (13-11-2017)
  • Straatmagazine voor Noord-Nederland DE RIEPE. (januari 2018)
  • Kwartaalblad VIZIER van ADF stichting (Lente 2018)
  • Dagblad Van Het Noorden. (16-1-2018)
  • www.welkominzuidhorn.nl
  • Project VEREEUWIGD. www.levenxl.nu
  • Overlevers van fotograaf Arie Bruinsma. www.gezondheidsco.nl
  • To Be van fotograaf Patricia van de Camp. www.vandecamp-heesterbeek.nl
  • Naar aanleiding van de RTV NOORD uitzending heb ik meegewerkt aan een profielwerkstuk van twee meisjes aan de Eems Delta College in Appingedam. Profielwerkstuk over PTSS en de Complex variant.

Karel op Noord

In deze radio-uitzending een kort interview met Gabrielle over haar missie (CPTSS op de kaart zetten in Nederland).


Mooie teksten, gedichten en poëzie

Af en toe kom ik mooie teksten tegen die ik jullie niet wil onthouden.

Fotograaf: Cor Blom

De boekenkast

CPTSS is als een boekenkast, hij valt om en dan moet je elk boek lezen om de boeken weer in de kast te krijgen. Dat is een zware, moeilijke en pijnlijke klus. Soms, tijdens het opruimen dondert er weer een boek uit de kast, door een of andere trigger. En moet je weer opnieuw beginnen met ordenen. Soms wordt je er moedeloos van.

Het reekalf

Er zullen maar weinig mensen zijn die niet vertederd zullen raken bij het zien van een reekalfje. Alleen mensen die niets met dieren en de natuur hebben zullen het koud laten. Sommige dieren roepen bij mensen angst op zoals bijvoorbeeld spinnen, slangen en muizen. Maar zou er iemand bestaan die bang wordt van een reekalfje? Niets is zo zuiver als een pasgeboren reekalfje. Maar ook ontzettend kwetsbaar voor de gevaren van buitenaf. Het grootste gevaar is de mens. Eigenlijk moet het reekalfje beschermd worden tegen mensenhanden die het willen aaien. Zodra de geur van de mens op het kalfje terecht komt dan laat de moeder het in de steek. Het weerloze diertje zal een wrede hongerdood sterven. Het reekalfje zal beschermd moeten worden tegen stropers. Een dood reekalfje brengt veel geld op. Het instinct van een ree vertelt haar om te vluchten zodra ze een mens ziet of ruikt. En soms tijdens haar vlucht vindt ze alsnog de dood omdat ze een drukke weg oversteekt. De mens neemt steeds meer ruimte in beslag en de ree moet zich daar maar inschikken.

Bambi en Feline

Wie kent niet de inmiddels klassieke tekenfilm Bambi van Walt Disney? Een jong reebokje dat al vroeg op eigen pootjes moet leren staan omdat zijn moeder door een jager is doodgeschoten. Het verhaal lijkt soms wel op het leven van ons. We moeten soms door diepe dalen om van het leven te mogen genieten. Bambi groeit uiteindelijk op tot een groot en sterk hert met behulp van zijn vriendjes en wijze vader. Bambi ontmoet zijn vriendinnetje Feline en ze leefden nog lang en gelukkig.

De mens is soms een gevaar voor de medemens. Niets is zo zuiver als een pasgeboren baby maar ook zo kwetsbaar. Afhankelijk van de ouders. Zonder eten en drinken gaat ze dood. Zonder liefde en genegenheid kwijnt ze weg. Soms moet een baby beschermd worden tegen mensenhanden die niet strelen maar slaan. Soms moet ze beschermd worden tegen mannen die opgewonden raken van al die puurheid. Ouders zijn er om de baby te beschermen maar wat als de ouders haar pijn doen? Ze kan niet vluchten, is afhankelijk, ze is nog te klein. Ze is bang en kan alleen maar vluchten in huilen. Soms in haar vlucht sterft ze in eenzaamheid. Niemand die iets heeft gemerkt en ze leefde niet lang en gelukkig.Een vrouw loopt over straat. Je moet even omdraaien om naar haar te kijken. Ze is jong, mooi en straalt. Ze is gelukkig en het leven lacht haar toe. Maar ook zij moet worden beschermd tegen de mens, wanneer ze op een dag een man ontmoet die haar leven zal veranderen. Ze loopt over straat en nu is er niemand die omdraait om naar haar te kijken. Ze is nog steeds jong en mooi maar ze straalt niet meer. Ze is niet gelukkig. Ze wil wel huilen maar dat kan ze al heel lang niet meer. Ze heeft zich met haar lot verzoend. Ze leeft met de gedachte dat het zo hoort, dat ze het verdient om elke dag in elkaar geslagen te worden door haar man. Hij houdt immers van haar en zij houdt van hem ondanks alles. Het komt vast wel weer goed. Tot ze op een dag blijft liggen en het licht uit haar ogen is verdwenen. Haar ziel is verdronken door de tranen die ze niet heeft kunnen huilen.
Gabrielle Jansen


Rosen fra fün

Fotograaf: Wim Vosdingh

Mijn hand kinderhand
plukte
mijn ogen kinderogen
keken
Zoals de roos
was ik
eeuwig ongeschonden
nu 
kijk ik
mijn kind kijkt mee
Nu…
opnieuw kijk ik
vanuit eeuwen
Mijn schreeuwen 
zijn opgelost
ik verwonder
en bewonder
mijn eeuwige
onschuld
Alex

Van het project ‘Overlevers’ – verhaal over Gabrielle

Arie Bruinsma – Overlevers

Gabriëlle
“Mijn leven is een aaneenschakeling van gebeurtenissen. En toch merk ik dat steeds weer mijn overleversinstinct de bovenhand krijgt. Mijn tijd van zwijgen is voorbij.” Gabrielle vertelt dat ze twee weken geleden is gevallen op een spoorwegovergang. Net op dat moment komt er een trein aankomt. Ze kan niet zelf opstaan en omstanders helpen haar van de spoorweg af. “Ook toen heb ik even gedacht: ‘laat maar’ en daar schaam ik me niet voor.”

Ze heeft veel meegemaakt. Genoeg om een boek over te schrijven. Het is dan ook lastig voor haar om alles te vertellen. Ze is een kind van getraumatiseerde ouders. Haar moeder heeft als kind de oorlog meegemaakt en is als meisje van 18 verkracht door een groep mannen. Haar vader komt uit een gezin waar alcohol en agressie een grote rol speelden. Ze kent de verhalen van haar zus; haar ouders praten er niet over. Haar moeder krijgt een aantal doodgeboren kinderen en Gabriëlle is het laatste kind; een nakomertje. “Mijn ouders waren totaal verschillend. Mijn vader was heel gevoelig, mijn moeder een ijskoningin.” Als kind is Gabriëlle een lief, bijna engelachtig kind. Ze is gevoelig en ontwikkelt allerlei klachten. Als meisje van 12 krijgt ze anorexia. “Ik was een angstig, bang kind. Mijn vader zei dat hij mij naar het ziekenhuis zou brengen als ik niet weer ging eten. En dat zou niet best zijn, want daar zouden ze allemaal enge dingen doen. Ik werd daar zo bang voor dat ik dan toch maar weer ging eten.” De anorexia lijkt dan genezen maar Gabriëlle ontwikkelt allerlei andere stoornissen.  

Op school wordt Gabriëlle gepest. “Ik was al gevoelig en angstig. En ook een beetje mollig. Dan pikken ze je er zo uit. Ik voelde me ook nergens thuis. We verhuisden ook vaak, dan konden we ergens niet blijven. En dan moest ik weer opnieuw beginnen. In totaal ben ik 16 keer verhuisd en nooit vrijwillig.” Gabriëlle kijkt terug op haar jeugd als een tijd van overleven. Ze heeft weinig fijne herinneringen. “Wat ik mij nog wel herinner is dat ik op mijn 14eeen verzorgpaard had. Ik was er zo wijs mee. Ik ging zo vaak als ik kon. Ik vluchtte naar ‘mijn’ paard. Maar toen ik op een gegeven moment afscheid moest nemen, was ik opnieuw erg verdrietig. Ik probeer hard na te denken, maar ik kijk vooral terug op een jeugd vol verdriet.”

De middelbare school was voor Gabriëlle een hel. Ze blijft tot twee keer toe zitten op de Havo. Ze gaat niet meer naar school en zit thuis, vooral op haar kamer. Van de tijd tussen haar 16e en 20eweet Gabriëlle niet veel meer. Ze verhuisden. Ze kwamen terecht in een klein landelijk dorpje en ze werd daar gezien als een stadsjuffie. Ze loopt veel met de honden, probeert de havo voor volwassenen te doen en werkt als fruitplukker, bollenpeller of schilder. “Als ik foto’s van mezelf terugzie denk ik: ‘wauw, wat een mooi meisje’. Maar zo voelde ik dat toen helemaal niet. Wel merkte ik dat ik gezien werd door jongens en mannen.” Gabriëlle en haar buurjongen worden verliefd op elkaar. “Dat was de oplossing; trouwen en uit huis. Dan zou ik gelukkig worden. Dat was wel heel naïef. Ik weet nog dat ik me op onze trouwdag ontzettend ongelukkig voelde. Dat klopte niet; ik moest toch gelukkig zijn?” Het huwelijk brengt Gabriëlle niet waar ze op had gehoopt. Als ze twee jaar getrouwd is doet ze een poging tot zelfdoding. Ze spaart medicijnen op en neemt een overdosis. De dag is al begonnen als haar man tegen haar vader zegt dat ze nog slaapt. Haar vader vertrouwt het niet en vindt haar, net op tijd. 

“Zelfs dat werd me niet gegund, dat dacht ik op dat moment. Zeker toen mijn vader naderhand zei dat hij me nooit had moet vinden.” Gabriëlle wordt opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. Ze komt in de, zo noemt ze het, mallemolen van de psychiatrie. Daar blijft ze drie maanden en daarna verblijft ze 13 maanden in een therapeutische gemeenschap. “Tijdens de drie maanden dat ik in het ziekenhuis zat is mijn man van mij gescheiden.” 

Gabriëlle moet uiteindelijk weer zelfstandig wonen, maar ze kan helemaal niet alleen zijn. Ze heeft een nieuwe relatie met een jongen die zelf ook beschadigd is. “Dat maakt het wel lastiger. Hij was heel lief. We zijn zes jaar samen geweest en hebben zelfs samengewoond. Ik vertoonde echter zulk extreem gedrag dat het gewoon niet ging. Ik sneed mezelf, liep weg, was angstig. Mijn emoties gingen als een idioot op en neer.” Het gaat steeds slechter met Gabriëlle. Om de twee weken ziet ze de psychiater. Na twee jaar zegt ze tegen hem dat er iets moet gebeuren. “Ik sneed mezelf steeds meer en de gedachte om mezelf van kant te maken werd steeds groter. Ik had goede hulp nodig.” De psychiater meldt haar bij Duin en Bosch, een psychiatrisch ziekenhuis. 

Daar verblijft Gabriëlle drie jaar. “Dat was de hel en de hemel in één; Heel tegenstrijdig. Ik heb daar veel zorg en liefde gekregen. Erkenning voor mijn problemen. Maar ik was daar ook de eerste patiënt die aan automutilatie deed en kreeg daardoor speciale zorg. De andere patiënten zagen dat en gingen zichzelf ook verminken om dezelfde ‘privileges’ te krijgen. En in zo’n instelling is natuurlijk ook veel leed. Mensen die zelfdoding plegen of een poging doen. Mensen waar ik toch een band mee had. Soms moest ik tegen mijn wil in de separeer. Allemaal dingen waar ik niet met plezier op terug kijk.” Er is één verpleger die haar extra begeleidt, die als het ware aan haar toegewezen is. Ze wordt verliefd op hem en krijgt de indruk dat het wederzijds is. Hij gaat met haar wandelen en knuffelt veel. “Op een dag neemt hij mij apart en vertelt me botweg dat hij zijn handen van me aftrekt. Hij had beloofd mij nooit in de steek te laten.” 

Weer wordt ze in de steek gelaten. Het lijkt de rode draad in haar leven. Gabriëlle vertelt over de hoefsmid die haar als 14-jarige seksueel misbruikt. Over een man die haar aanspreekt als ze met haar hondje wandelt en seks wil. Dat ze wordt aangerand in de fruitkwekerij. Over de boer die haar zegt dat hij met haar wil neuken. Over haar zwager die haar zo goed begrijpt dat hij wel meer wil dan alleen maar praten. ”Ik werd alleen maar banger en banger.”

Gabriëlle krijgt medicatie voor haar problematiek en die slaat aan. Ze gaat van relatie naar relatie. Op de dag van haar vrijlating belt ze haar vriend die haar zal ophalen. Die vertelt haar dat hij bij haar weg gaat. Gabriëlle stort in en gaat terug naar de inrichting. Uiteindelijk voelt ze zich wat beter en gaat na drie jaar Duin en Bosch eerst bij vrienden wonen. 

Uiteindelijk gaat ze van kamer naar kamer en van vriend naar vriend. Ze krijgt geestelijke ondersteuning van de GGZ. Ze adviseren haar om begeleid te wonen, maar dan moet ze haar dieren achterlaten. Dat kan en wil Gabriëlle niet en dus probeert ze het toch alleen. Ze ontmoet een man die aan porno verslaafd blijkt te zijn. Dat wordt ‘m niet. De volgende man blijkt een pathologische leugenaar te zijn, die nog twee andere relaties heeft en ook nog eens agressief is. 

“Toen was ik er klaar mee; geen relaties meer. Dan maar lesbisch of zo. Als ik terug kijk heb ik, op mijn huwelijk na, geen relatie meer gehad met een ‘normale’ man. Mijn ex-man heb ik een trauma bezorgd, maar alle andere mannen hadden zelf problemen. Blijkbaar trek ik dat toch aan. Mijn huidige man heb ik negen jaar geleden leren kennen.” In een park in Groningen ontmoet ze een man die zijn hond uitlaat. Die vraagt of zij zijn filmmaatje wil worden. “Dat vond ik best, maar alleen film; geen relatie of andere dingen.” Toch wordt hij verliefd en wil een relatie met Gabriëlle. “Toen heb ik hem toch uit de doeken gedaan wat ik heb meegemaakt en dat ik niet verliefd op hem was.” Maar het ondenkbare gebeurt toch en de liefde is wederzijds. Ik denk dat hij ook voor mij gevallen is. Ik durf te zeggen dat ik best lief ben. Zoals ik als klein meisje was, zo ben ik nog. Lief, warm en zorgzaam.”

Gabriëlle gaat naar een masseur die haar lichamelijke klachten en blokkades aanpakt. “Hij was heel inlevend.  Soms praatten we alleen maar, kwamen we niet eens aan behandelen toe. Hij was gespecialiseerd in mensen met trauma’s.” Ook hier gaat het mis. De masseur gaat over grenzen en Gabriëlle dissocieert. “Mensen kunnen twee kanten opschieten bij een heftige gebeurtenis. Dat kan zich uiten in paniek; dat je gaat vluchten of vechten. Maar soms gebeurt het tegenovergestelde. Dan word je juist passief. Dat heb je niet in de hand. Toen hij mij verkrachtte deed ik niets. Pas de volgende dag schrok ik wakker en raakte ik in paniek.” De politie wordt ingeschakeld en neemt de zaak erg serieus. Uiteindelijk is er niet voldoende technisch bewijs en de man in kwestie blijft ontkennen. “Ik las in het politierapport; daar wil je toch dóód niet eens overheen?” De zaak wordt geseponeerd. Gabriëlle vertelt haar verhaal aan de pers en het artikel wordt geplaatst. “Wel anoniem, maar ik heb wel een kopie van het artikel bij hem in de bus gedaan.”

Door alle trauma’s is de relatie hard werken. Door alles wat Gabriëlle heeft meegemaakt is intimiteit een probleem. Ze gaat in therapie maar na twee sessies verwijst de therapeut Gabriëlle naar het traumacentrum. “Daar ben ik nog steeds in behandeling. Het is erg zwaar. Ik ga daar twee dagen per week heen. Mijn diagnose is bijgesteld. Mijn eerste diagnose was borderline. In het traumacentrum werd de diagnose CPTSS gesteld; Complex Post Traumatische Stress Syndroom.“ Twee diagnoses met symptomen die veel op elkaar lijken, maar een totaal verschillende behandeling vragen. 

Drie weken geleden heeft haar man aangegeven te willen scheiden. Hij kan het niet langer opbrengen. “Ik voel me opnieuw in de steek gelaten. Het roept gevoelens op uit het verleden en dat is erg lastig. Toch ben ik vastbesloten om ook hier mee te leren om gaan. Ik weet dat ik de kracht heb. Ook voor mij liggen er toch ergens mooie, gelukkige jaren in het verschiet?” 

Ze snijdt en brandt zichzelf al twee jaar niet meer. “Dat ga ik ook niet meer doen, daarvoor heb ik in die periode al genoeg weer meegemaakt.” Haar littekens verdwijnen niet meer. Ze is sterk. Haar tatoeages belichamen de zaken die belangrijk voor haar zijn; haar liefde voor dieren en bloemen. Ze houdt zich vast aan haar geloof dat er meer is tussen hemel en aarde, dat er meer is dan dit leven. “Mijn geloof in God is erg belangrijk voor me.” Er is een doel, ook voor haar. De pijn die ze moest verdragen moet toch ergens goed voor zijn geweest?


Ontwerp: Karen van der Horst

Ik ben heel blij want ik heb inmiddels flyers tot mijn beschikking. Heb ze al uitgedeeld tijdens mijn gastlessen en men vind ze prachtig! Ik ben er heel blij mee en ik vind ze zelf ook heel mooi! Mijn dank gaat uit naar Karen van der Horst, zij heeft dit samen met mij mogelijk gemaakt.


Reactie op het artikel in 1Vandaag “Tweede Kamer wil bewustwordingscampagne PTSS…”

Artikel: Tweede Kamer wil bewustwordingscampagne PTSS vanwege defensiefotograaf Dave – Maarten Middelkoop (04-07-2019 – 1Vandaag)

Dave
Blog van Dave

Wat ben ik blij om mee te maken dat de laatste tijd in de media vrij veel aandacht wordt besteed aan PTSS. De aandacht die vooral gericht wordt op militairen met PTSS. PTSS een mentale ziekte waar nog veel taboe op ligt, zeker bij ‘stoere”beroepen waar je vooral ‘stoer’ in moet blijven. Het televisie programma van RTL4 Beau en de veteranen, dat onlangs is uitgezonden, geeft een kijkje in de wereld van oud-militairen die PTSS hebben opgelopen in hun missie. Ik vond het een integer gemaakte serie. Ik herkende er veel in terug van mezelf ook al ben ik geen oud-militair. Niet beroepsmatig tenminste maar ik beschouw mezelf wel als een soldaat. Een soldaat met de Complexe vorm van PTSS. Verder op in dit betoog zal ik dit uitleggen.

Ik vind het jammer dat ik in dit tv programma niet CPTSS heb horen voorbij komen. Of ik moet niet goed hebben geluisterd. Maar dan nog is er in ieder geval niet lang bij stil gestaan. De Complexe variant van PTSS verdient net zoveel aandacht en dat is juist waar ik me sterk voor maak. Dat is mijn missie! Ik weet dat er al militairen zijn die lijden aan deze vorm van PTSS. Ik heb betrouwbare bronnen die me dat vertellen. In de wandelgangen noemt men het niet Complexe PTSS maar Chronische PTSS. Psychiater Elbert Jaap uit Sneek vertelde aan mij dat Complexe PTSS altijd chronisch is. Dus zeg ik: als je te horen krijgt dat je chronische PTSS hebt dan heb je dus Complexe PTSS. Toch? Ik heb contact met een oud-militair die in zijn medisch dossier Chronische PTSS heeft staan. Ontzettend veel hulpinstanties heeft afgelopen maar uiteindelijk te horen heeft gekregen dat ze niet veel voor hem kunnen doen. Het is te Complex om nog te behandelen! Hij moet ermee leren omgaan en heeft nu een speciaal opgeleide begeleidingshond voor CPTSS.

Ik herhaal nog een keer dat ik het toejuich dat er nu aandacht is voor PTSS, met name bij militairen. Maar mijn missie om aandacht te genereren voor CPTSS, verdient net zoveel aandacht, is mijn mening. Ik moet erg knokken om media aandacht en soms ben ik de wanhoop nabij hoeveel deuren er gesloten blijven. Terwijl ik toch echt wel iets te vertellen heb en ik zaken ter berde breng die andere mensen niet durven te zeggen omdat ze dat gewoonweg niet kunnen door het hebben van CPTSS. Maar de soldaat in mij houdt vol en geeft niet op!
Dan kom ik terug op het woord soldaat en waarom ik mezelf zo noem. Militairen die uitgezonden worden in oorlogsgebieden , zitten letterlijk in een oorlog. Iedereen kan zich daar wel iets bij voorstellen omdat we regelmatig beelden voorbij zien komen op sociale media. Bloederige beelden zijn ons niet meer vreemd. Daarom hebben we veel respect voor militairen die dit werk doen. En ook (hopelijk) begrip kunnen opbrengen als ze hier mentaal ziek van worden ( PTSS) Maar wat voor een militair heel erg lastig is, is om zich over te geven aan deze mentale ziekte. Militair worden is een keuze. Je leert je emoties uit te schakelen wanneer nodig, want anders kan je niet als militair werken. Als je wordt uitgezonden dan ben je ( althans dat neem ik aan) goed getraind, zowel fysiek als mentaal. Toch kan het gebeuren dat als je in die missie zit, er verschrikkelijke gebeurtenissen zijn waar je geen invloed op hebt, en waaruit je niet hebt kunnen ontsnappen. Dat doet iets met je als mens, want een militair is ook een mens. Je kunt hier dus PTSS door oplopen. Maar dat wil niet zeggen dat dit ook gelijk duidelijk is. Klachten van PTSS kunnen pas later naar boven komen. En voor je klachten uitkomen kan lastig zijn. Omdat je mentaal getraind bent om sterk te zijn en te blijven, zal je er niet zo snel voor kiezen om je kwetsbaar op te stellen. Misschien ervaart men dat als
gezichtsverlies. Eens een militair altijd een militair. Schaamte dus en wie weet wat er nog meer redenen kunnen zijn.

We verwachten dat de omgeving met begrip op je reageert. Maar dat is helaas ook niet altijd het geval. Defensie is volgens mij niet een gemakkelijke werkgever. Militairen met PTSS zijn lang verzwegen binnen defensie. Ik denk dat er in die wereld een soort van macho cultuur heerst . De gezegde : een man mag niet huilen, is misschien goed van toepassing. Voor de duidelijkheid, ik beweer niet dat het zo is, ik denk dat het zo is.
Ik ben ook een soldaat. Niet een bewuste keus. Het is me overkomen. Ik leefde in ‘oorlogsgebied’ waar ik niet uit heb kunnen vluchten. Als kind ben je afhankelijk van de mensen om je heen. En je hebt compassie voor de daders omdat je ook van ze houdt . De oorlog waarin ik zat speelde zich voornamelijk af in huis maar ook daarbuiten. Voor mij was het nergens veilig. Opgroeien in angst heeft me tot een soldaat gemaakt. Je wilt overleven en vindt overlevingsstrategieën. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat je mentaal en fysiek noodgedwongen wordt getraind. Alleen is het niet een vrije keuze. Het is geen beroep wat je hebt gekozen. Deze soldaat wilde geen gezichtsverlies. Had last van schaamte. Moest sterk blijven. Een soldaat die vrede in haar vaandel draagt en daar ook naar streeft maar het niet voor elkaar krijgt . Want de oorlog is te krachtig, er is teveel kwaad waar ze tegen moet vechten.
Toch overleef ik de oorlog maar de oorlog blijft in mij. De traumatische ervaringen zitten diep weggedoken in mijn geest en lichaam. Ik heb PTSS maar niemand die het ziet, niemand die mij helpt. Jaren verstrijken, de oorlog in mij blijft en ik kan niet vluchten. De enige optie die nog voor me overblijft is mezelf vernietigen want dan heb ik ook de oorlog stil gelegd. Na vier pogingen is het me nog steeds niet gelukt. Maar dan heb ik geluk. Ik word plotseling gezien en ik word geholpen. Maar de gevolgen zullen altijd merkbaar en zichtbaar blijven. Ik lijd aan Complexe PTSS en voor mij betekent dat er altijd een oorlog in mij zal zijn. Een oorlog met een voorlopig vredesakkoord.
Door Gabrielle

Reactie van Chantal op betoog: “Het oorlogsgebied klopt zeker. Het altijd aanwezige gevoel van onveiligheid. Het overkomt niet alleen militairen, maar ook gewone mensen. Dat er aandacht voor is is zeker goed! Maar vergeet de gewone mensen ook niet. Toch vind ik het erg dapper dat ook militairen hun verhaal delen, ondanks de machocultuur. Ze blijven immers ook maar mensen. Gewoon mensen met gevoel.”


Gabrielle over haar missie DECREASED INNOCENCE

Fotograaf: Caroline Penris

Dit project wat ik mijn missie noem betekent heel veel voor mij. Ik ben de bedenker en vanuit mijn creatieve geest, een talent dat ik als een cadeautje beschouw, ontwikkelt zich beetje bij beetje een prachtig project. Nu zou je kunnen zeggen dat het woord ‘prachtig’ niet een goede keus is voor zo’n zwaar onderwerp als CPTSS. Want daar gaat onder andere het project over: Complex Post Traumatische Stress Stoornis. Daarover straks meer. Ik gebruik het woord prachtig in al haar volheid omdat ik vanuit iets wat heel moeilijk te dragen is, leren leven met CPTSS, een project kan maken waarin ik laat zien aan mensen hoe dat is. Ik maak van iets naars toch iets positiefs. En dat vind ik prachtig!!!

CPTSS is familie van PTSS en dat is bij de meeste mensen meer bekend. Het komt de laatste tijd ook meer in het nieuws. PTSS komt voor bij agenten die door hun werk veel meemaken. Komt voor bij militairen die uitgezonden zijn geweest in oorlogsgebieden. Zij hebben traumatische dingen gezien en kunnen daar mentaal ziek van worden. Een behandeling is ook noodzakelijk want PTSS gaat niet vanzelf over. Het kan je zelf ook overkomen als je bijvoorbeeld slachtoffer bent geworden van een misdrijf zoals een verkrachting of een overval.

Het is niet zo simpel om in het kort uitleg te geven over wat CPTSS nu precies is. Ik kan het alleen uitleggen vanuit mijn eigen ervaringen en wat ik her en der heb gehoord. Er is veel discussie gaande in de psychiatrie wat CPTSS nu precies is. De C zou ook kunnen staan voor chronisch. En een belangrijk gegeven is dat CPTSS nog niet in de DSM5 beschreven staat. Dat is het diagnostisch en statisch handboek van psychische aandoeningen. Sommige hulpverleners willen het daarom ook niet in hun mond nemen en weigeren het te vermelden in het dossier van de cliënt. En dat heeft weer gevolgen voor de cliënt en een eventuele goede behandeling die bij de cliënt past.

Ik lijd dus aan CPTSS. Vier jaar geleden ongeveer heb ik de diagnose gekregen bij de intake in het traumacentrum te Beilen. Ik had er nog nooit van gehoord en was verbaasd. Ik wist niet beter dan dat ik leed aan de Borderline stoornis. Maar na de uitleg van de psychiater vielen voor mij alle puzzelstukjes op zijn plek. Ik moest ervan huilen. Het voelde als een opluchting. Ik heb me ook zeker herkend in de Borderline problematiek. De kenmerken van beide stoornissen komen haast met elkaar overeen. De vraag komt dan al snel bij me op: wat is nu het verschil tussen beide stoornissen? Daar kom ik elders op terug, niet in dit verslag.

Doordat CPTSS ten prooi is gevallen aan de discussie binnen de psychiatrie, val ik als cliënt tussen wal en schip als het gaat om de behandeling ervan. Ik kan een boek schrijven over mijn ervaringen in de hulpverlening. Er is veel mis daar! Ik ben daarom extra blij met mijn missie. Want ik verwerk mijn opgelopen trauma’s door hiermee bezig te zijn. Juist doordat CPTSS nog vrij onbekend is en ik het vermoeden heb dat er meer mensen lijden aan deze stoornis maar het zelf niet weten, wil ik deze stoornis op de kaart zetten in Nederland. En dat wil ik op een manier doen dat het bij de mensen naar binnen komt en daar ook even blijft. Ik denk dat een fotodocumentaire de geschikte manier is.

Beelden kunnen meer vertellen wat duizenden woorden niet kunnen. Ongeveer twee jaar geleden ben ik begonnen met de fotodocumentaire. Het complete draaiboek lag in een dag klaar en ik had een fotograaf gevonden die eraan mee wilde werken. Nou ja… eigenlijk had de fotograaf mij gevonden. Helaas is het slecht afgelopen tussen mij en de fotograaf. Hij had andere bedoelingen, het project was zijn dekmantel. Een tijd lang zag ik mijn missie niet meer zitten. Ik was zodanig gevloerd dat ik niets meer kon. 

Maar ik ben een overlever en ben weer opgestaan. Veel littekens rijker maar ik ga er toch weer voor. Nu zelf op zoek naar een geschikte fotograaf en dat viel niet mee. Mijn voorkeur ging nu uit naar een vrouw. Omdat volhouden loont heb ik er eentje gevonden. Maar ook dit liep niet goed af. De exacte redenen van haar vertrek is mij niet duidelijk want we zijn niet met elkaar in gesprek geweest daarover. Ik had dat graag gewild maar er zijn er wel twee voor nodig. Persoonlijk denk ik dat ze het te zwaar vond. Je moet ook sterk in je schoenen staan om deze documentaire te kunnen doen. Totaal 28 thema’s die op de foto gezet gaan worden en de meeste van deze thema’s zijn niet lieflijk. Zoals zelfdoding, depressie, automutilatie, pesten en anorexia. 

Niets van deze thema’s zijn verzonnen. Alles heeft in mijn leven plaats gevonden. Alleen de manier waarop het wordt uitgebeeld is wel vanuit onze creatieve vrijheid. Het einddoel is een expositie en een fotoboek. Kom je de expositie bezoeken dan stap je als het ware in mijn verleden en mag je ervaren wat CPTSS met mij doet. Misschien in combinatie met muziek. De toeschouwer mag een ervaring opdoen die hem of haar misschien nog even bezig houdt na het verlaten van de expositie. Het boek zal voor een groot deel bestaan uit foto’s maar wel in combinatie met verhalen van mensen. Elk thema mag verwoord worden door iemand anders. Ook ervaringen van andere mensen die lijden aan CPTSS. Ook graag een deskundige het woord geven wat haar of zijn kijk is op CPTSS. De andere kant wil ik ook belichten. Hoe is het voor anderen om iemand te kennen die lijdt aan deze stoornis? Ik wil hulpverleners, vrienden en familie aan het woord laten. Om het allemaal iets te verlichten wil ik het illustreren met kunst en poëzie. Uiteraard wel verbonden aan de thema’s. Vele jaren terug dacht ik er al aan om iets met mijn ervaringen in het leven, en als cliënt binnen de psychiatrie te doen. Ondanks dat ik dagboeken vol heb geschreven was een boek schrijven nog niet de manier. 

CPTSS. Leren omgaan met heftige emoties die al zolang in heel mijn wezen zitten opgeslagen. Kind van getraumatiseerde ouders. Ik ben een KOPP-kind. (Kind Ouders Psychische Problemen). Gelukkig is er vandaag de dag aandacht voor zulke kinderen. Ook voor KVO-kinderen (Kind Verslaving Ouders) Want ook al lijkt een kind ogenschijnlijk geen last te hebben van de problematiek van de ouders, niets is minder waar. Uit onderzoek blijkt dat KOPP en KVO-kinderen later vaak zichzelf tegenkomen en dat kan zich uiten in ernstige problematiek. In mijn geval heb ik er CPTSS aan overgehouden. In mijn jeugd was er amper aandacht voor psychische problematiek. In ieder geval niet zoals vandaag de dag. En het kan altijd nog beter. Dat is ook een onderdeel van mijn missie. 

Ik nam de ellende mee van mijn ouders die zo hun eigen overlevingsstrategieën hadden ontwikkeld. En daar was geen ruimte genoeg om mij als kind de veiligheid te bieden die ik zo nodig had. Een HSP- kind (High Sensitive Person) die ook nog zelf ten prooi viel aan diverse trauma’s. Zoals mishandeling en seksueel misbruik.

Elke dag word ik nog geconfronteerd met heftige emoties die aan het verleden zitten vastgeplakt. Als kind PTSS opgelopen en geen behandeling gekregen waardoor ik nu de C van Complex ervoor heb gekregen. Het maakt het complex om deze trauma’s nog te behandelen. Voor een deel omdat ik ze heb verdrongen maar ze zitten nog wel in mijn onderbewustzijn en in mijn lichaam. De klachten zijn ook nog aanwezig (geestelijk en lichamelijk). Omdat ik hiermee ben opgegroeid is alles verweven geraakt in mijn persoonlijkheid. De klachten die ik ervan heb zijn onder andere ERS, dat is emotionele regulatiestoornis. Mijn emoties zijn of heel erg aanwezig waardoor ze met mij aan de haal gaan, of ze zijn helemaal weg waardoor je een tijd last hebt van complete leegte. Slaapproblemen, veel slapen of juist heel weinig slapen. Depressieve klachten. Negatieve gedachten, inclusief negatief zelfbeeld (ik mag er niet zijn). Suïcide gedachten. De dood reist af en toe met me mee maar ik zie het nu meer als een lastige reisgenoot die geen gevaar meer voor mij is. De neiging tot zelfbeschadiging om de heftige emoties niet te voelen, ik verplaats de pijn naar mijn lichaam om er op die manier aan te ontsnappen. Als de leegte te lang duurt, jezelf pijn doen om weer iets te voelen. Nachtmerries. Neigingen om mezelf te isoleren van de wereld. Veel problemen in de relatiesfeer, zowel liefdesrelaties als in vriendschappen. Veel lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn en ernstige buikpijnen (koliek aanvallen). Last van dissociatie (mijn geest gaat even op reis) en last van fragmentatie (vier getraumatiseerde kinddelen van verschillende leeftijden, die regelmatig naar boven komen en mij het heel moeilijk maken) Of er ooit een dag komt dat ik er geen last mee van zal hebben? Geen idee. Een behandelaar heeft ooit tegen mij gezegd dat wat ik heb meegemaakt te veel is om ervan af te komen. Wat ik wel weet is dat ik een vechter ben en er alles aan zal doen om het beter voor mezelf te maken in dit leven. Soms lijkt het erop dat ik de strijd verlies maar elke keer vind ik de kracht om weer op te staan. En dat al meer dan 50 jaar lang. 

Ik wil deze kracht ook gaan inzetten om andere mensen te helpen. Dat wil ik gaan doen door voorlichting te gaan geven op scholen. De Noorderpoort College in Groningen geeft mij die kans. Ik mag daar een vier keer per jaar voor de klas staan. Degene die mij heeft binnengelaten bij de Noorderpoort is Bernard IJsendijk. Oudere studenten die de opleiding Zorg en Welzijn volgen mag ik vertellen over CPTSS. Dat is een groot succes en ik hoop dat meer scholen zullen volgen. (Zie ook mijn staat van dienst hierboven). Want het is zinvol om te vertellen over CPTSS. Omdat je CPTSS kunt voorkomen in de meeste gevallen. Deze uitspraak is een aanname van mij en niet gebaseerd op wetenschappelijke feiten.

Onder de jeugd van vandaag heerst veel problematiek. Er zijn al jongeren die lijden aan PTSS. Op mijn website volg ik een jonge vrouw met PTSS. (zie: Chantal volgen). PTSS moet behandeld worden. Er moet alles aan gedaan worden zodat deze jongeren op latere leeftijd niet de C ervoor krijgen. Want dan zijn ze dubbel slachtoffer. Er is veel stil leed onder jongeren. Te vaak uit zich dat in suïcide. Gelukkig zijn er al campagnes die aandacht besteden aan deze problematiek. Laten we met elkaar beter gaan letten op de jongeren. Tonen ze afwijkend gedrag? En zo ja wat zijn de redenen daarvoor? Zelfbeschadiging komt ook steeds meer voor. In jezelf snijden of branden. Maar het kan ook zijn dat je de haren uit je hoofd trekt. Of dat je onder de blauwe plekken zit omdat je je lichaam moedwillig tegen iets stoot. Of uitzonderlijk veel alcohol drinken, drugs gebruiken. Niet meer eten. Of juist heel veel eten. Of is diegene heel erg stil en maakt bijna geen contact met anderen. Of is diegene juist extreem aanwezig en eist alle aandacht op, vaak negatieve aandacht. Lichamelijk of verbaal agressief. Het is een moeilijke doelgroep. Pubertijd maakt ook veel los, het is een tijd die voor de puber niet gemakkelijk is. Ook niet voor de omgeving. 

Wat zouden we meer kunnen doen behalve campagnes? Dat is best lastig om te bedenken. Het is ook een moeilijke doelgroep om te bereiken. Maar moeilijkheden daarin zit een uitdaging. Ik ben bereid deze uitdaging aan te gaan. Het leven was en is voor mij nog steeds een uitdaging en ook deze ga ik aan en geef ik niet op. 

Hoe kunnen we kinderen en jongvolwassen stimuleren om te gaan praten met wat ze dwarst zitten. Is het angst of schaamte dat ze niet durven te praten? Laten we dat eens gaan bespreken dan. Waarom is er die angst? Waarom is er de schaamte? Als we dat duidelijk hebben is er een hindernis genomen. We kunnen dit misschien opheffen, de schaamte en de angst, om zelf openheid van zaken te geven. Wij als KOPP-vrienden, ons open te stellen voor een klas. (wie wij zijn wordt duidelijk verderop in dit verhaal). Met liefde en respect iets van ons zelf blootgeven. Kwetsbaar durven te zijn. Taboeonderwerpen zoals depressie en suïcide durven te bespreken. Zware kost met een sausje humor te serveren. Durven ons innerlijke kind te laten zien die nog steeds in ons zit. En dan eens kijken of dit gaat werken? Zou zomaar kunnen. Kinderen zijn graag actief. Te lang luisteren is vaak moeilijk. Hoe zorg je ervoor dat je de aandacht vasthoudt? Ik denk door iets te bedenken waar ze actief mee bezig kunnen. Gevarieerdheid in de gastles brengen. De kinderen actief meenemen in de gastles die we geven. En het allerbelangrijkste is dat wij deze kinderen voor vol blijven aanzien. Ik zie ze als gelijkwaardig. Ik ben niet beter omdat ik ouder ben. Heb alleen meer levenservaring opgedaan en die levenservaring wil ik delen om ze te helpen. Ik geef ze die mogelijkheid. Het is verder aan hen of ze die mogelijkheid willen grijpen. Ze duidelijk maken dat je altijd een keus hebt in het leven ook al lijkt dat vaak onmogelijk. En dat er altijd hoop is ook al lijkt het hopeloos. En daar zijn wij beiden een goed voorbeeld van. 

De herstart van de fotodocumentaire Decreased Innocence is nu een feit. Samen met fotograaf Wim Vosdingh ga ik aan de slag. Hij werkt belangeloos hieraan mee Inmiddels zijn er meerdere fotografen die aan dit project willen meewerken. Onderaan dit betoog zet ik ze op een rijtje. Omdat dit project het allerbeste verdient kost het veel tijd en aandacht. Voordat de expositie en het boek klaar zijn…dat zal nog wel een jaar of wat duren. 

Decreased Innocence (afgenomen onschuld)… het stil zwijgen van geestelijk leed mag doorbroken worden. Weg met vooroordelen. Laten we met elkaar in gesprek gaan en vooral blijven. Met hulpverleners, de toekomstige hulpverleners maar ook juist de mensen die dat niet zijn. Ik hoop dat Decreased Innocence een begin mag zijn. 

Inmiddels heb ik deze webstie: www.decreased-innocence.nl

Een persoonlijke website over CPTSS. Waarin ik informatie geef over CPTSS. Dat is wel een dingetje want er is nog niet heel veel over te vinden. Ik ben op zoek naar deskundigen die mij er meer over kunnen vertellen. Ook bezig andere mensen met CPTSS te zoeken om hun ervaringen met mij te willen delen, en deze vervolgens te plaatsen op de website. (inmiddels staan er al een paar levensverhalen op). Verder ga ik bloggen. Het digitale dagboek. En tot slot aandacht voor de fotodocumentaire. 
Gastlessen geven in mijn eentje voor ouderen dat gaat me best goed af. Ik ben alle heftigheid in mijn leven gewend. Ik moet wel rekening houden dat de mensen die mij aanhoren niet zoveel heftigheid gewend zijn. Ik probeer het dus gedoseerd te brengen en dat hakt er al in. In elke gastles is er wel iemand in tranen. Dat is goed want ik kom binnen met wat ik te vertellen heb. In iemands hoofd zitten is niet voldoende. Het hart mag geraakt worden. Want vanuit het geraakte hart gebeuren weer dingen die noodzakelijk zijn om anderen te helpen. Hoofd en hart die samenwerken is de beste combinatie. 

Ik wil jongeren ook graag raken maar ik snap heel goed dat dit met veel meer beleid zal moeten omdat het een kwetsbare doelgroep is. Daarom wil ik dit niet in mijn eentje gaan doen. Al lang had ik in mijn hoofd om dit samen te doen met een psycholoog. Maar waar vind je iemand die dat met mij mee wilt doen? Ach… ik dacht bij mezelf: dat komt vanzelf op mijn pad. En ik heb een rotsvast vertrouwen in mijn missie en dat alles wel in orde komt, mist ik maar geduld heb.

En… mijn vertrouwen (en geduld) worden beloond. Ik heb iemand gevonden die met mij wil gaan samenwerken. We kwamen elkaar tegen bij een bijeenkomst waar ik optrad als ervaringsdeskundige. Sypke Visser (zie: Deskundigen vertellen). Zelfstandig psychotherapeut. Ook een KOPP-kind. We begrijpen elkander en kunnen elkaar aanvullen waar nodig is. Sypke zijn belangstelling gaat vooral uit naar traumaverwerking. We staan nog aan het begin van ons gezamenlijke pad. Er zijn nog veel gesprekken nodig om elkaar beter te leren kennen. Ideeën uitwisselen en omzetten in plannen. We hebben er zin in. En een naam hebben we al, dankzij Sypke. KOPP-vrienden. Want dat is onze basis. Het moeilijke verleden als kind van ouders met psychische problemen. Maar ook dat wij op een vriendelijke en open manier mensen willen benaderen, willen helpen en vooral stimuleren om van de problemen die je in de weg staan, ze te zien als een uitdaging om ze op te lossen, en ze eventueel te bestrijden met de mogelijkheden die er zijn. Want er is altijd hoop ook al lijkt het hopeloos.

Omdat de fotodocumentaire een lange tijd gaat duren voor het resultaat zichtbaar is en ik een goed beeld wil weergeven van CPTSS, heb ik besloten om filmpjes te gaan maken , waarin ik laat zien hoe het is voor mij om met CPTSS te moeten leven. De strijd die ik voer, het gevecht om te overleven speelt zich bijna altijd af achter gesloten deuren. De momenten waarop ik het zwaar heb ga ik filmen. Ik stel mij dus erg kwetsbaar op. Daar kies ik bewust voor. Niet iedereen zal het hier mee eens zijn maar het is hoe ik het wil doen. De momenten kunnen zijn dat ik verdrietig ben. Of dat ik dissocieer. Maar ook boosheid en angst. Ik plaats deze filmpjes op YouTube onder de titel: LEVEN MET CPTSS

Een tijdje terug kwam ik iemand tegen en die vroeg aan mij: Ben jij die vrouw van de YOUTUBE filmpjes over CPTSS? Ik antwoordde: ja dat ben ik. De vrouw in kwestie zei dat ze er veel in herkende. Ik was erg blij om dit te horen. Een goede stimulans om hiermee door te gaan. 

De fotografen die meedoen aan mijn project zijn onder andere:

Met andere fotografen ben ik nog in gesprek. Kortom, nog heel veel werk te verzetten. Maar ik geloof in mijn missie. Met geduld en wilskracht zal ik bereiken wat ik wil bereiken. Aandacht genereren voor CPTSS.

Gabrielle Jansen