Ik ben Gabriëlle Jansen. Geboren op 4 oktober (dierendag!) 1962. Ik woon in Zuidhorn, een prachtig mooi dorp niet ver van de stad Groningen. Ik woon samen met mijn huisdieren. Ik ben gezegend met een creatieve geest. Ik teken, maak collages en schrijf. Ben gek op lezen. Vervelen komt niet voor in mijn woordenboek. Ik ben positief ingesteld en dat is een sterk stuk gereedschap in dit leven. Ik ben dol op kleur, mijn huis is een groot kleurenpalet. Mijn lievelingsdieren zijn herten, reeën, paarden, katten, honden en vogels. Eigenlijk zijn alle dieren mijn lievelingen. Je leert me beter kennen als je mij op deze website gaat volgen.

Staat van dienst

  • Twee keer per jaar gastlessen aan de Noorderpoort College in Groningen. Bij de BBL-opleidingen. Afdeling Zorg en Welzijn.
  • CMO STAMM (2017) Groningen. Gastspreker
  • Team NOVO (2017) Hoogezand. Gastles
  • STENDEN Hogeschool (2018) Leeuwarden. Gastles
  • Interne opleiding bij Stichting NO KIDDING. (14-4-2018)
  • Wijkagenten, netwerkteam 18+, en medewerkers Buurt en Jongerenwerk in Zuidhorn. Gastles. (11-9-2018)
  • Team Therapieland in Amsterdam Noord. Gastles. (24-9-2018)

Gepland:

  • Sunday Assembly in Apeldoorn. Gastspreker. (25-11-2018)

Media:

  • RTV NOORD. (13-11-2017)
  • Straatmagazine voor Noord-Nederland DE RIEPE. (januari 2018)
  • Kwartaalblad VIZIER van ADF stichting (Lente 2018)
  • Dagblad Van Het Noorden. (16-1-2018)
  • www.welkominzuidhorn.nl
  • Project VEREEUWIGD. www.levenxl.nu
  • Overlevers van fotograaf Arie Bruinsma. www.gezondheidsco.nl
  • To Be van fotograaf Patricia van de Camp. www.vandecamp-heesterbeek.nl
  • Naar aanleiding van de RTV NOORD uitzending heb ik meegewerkt aan een profielwerkstuk van twee meisjes aan de Eems Delta College in Appingedam. Profielwerkstuk over PTSS en de Complex variant.

Karel op Noord

In deze radio-uitzending een kort interview met Gabrielle over haar missie (CPTSS op de kaart zetten in Nederland).


Mooie teksten, gedichten en poëzie

Af en toe kom ik mooie teksten tegen die ik jullie niet wil onthouden.

Fotograaf: Cor Blom

De boekenkast

CPTSS is als een boekenkast, hij valt om en dan moet je elk boek lezen om de boeken weer in de kast te krijgen. Dat is een zware, moeilijke en pijnlijke klus. Soms, tijdens het opruimen dondert er weer een boek uit de kast, door een of andere trigger. En moet je weer opnieuw beginnen met ordenen. Soms wordt je er moedeloos van.

Het reekalf

Er zullen maar weinig mensen zijn die niet vertederd zullen raken bij het zien van een reekalfje. Alleen mensen die niets met dieren en de natuur hebben zullen het koud laten. Sommige dieren roepen bij mensen angst op zoals bijvoorbeeld spinnen, slangen en muizen. Maar zou er iemand bestaan die bang wordt van een reekalfje? Niets is zo zuiver als een pasgeboren reekalfje. Maar ook ontzettend kwetsbaar voor de gevaren van buitenaf. Het grootste gevaar is de mens. Eigenlijk moet het reekalfje beschermd worden tegen mensenhanden die het willen aaien. Zodra de geur van de mens op het kalfje terecht komt dan laat de moeder het in de steek. Het weerloze diertje zal een wrede hongerdood sterven. Het reekalfje zal beschermd moeten worden tegen stropers. Een dood reekalfje brengt veel geld op. Het instinct van een ree vertelt haar om te vluchten zodra ze een mens ziet of ruikt. En soms tijdens haar vlucht vindt ze alsnog de dood omdat ze een drukke weg oversteekt. De mens neemt steeds meer ruimte in beslag en de ree moet zich daar maar inschikken.

Bambi en Feline

Wie kent niet de inmiddels klassieke tekenfilm Bambi van Walt Disney? Een jong reebokje dat al vroeg op eigen pootjes moet leren staan omdat zijn moeder door een jager is doodgeschoten. Het verhaal lijkt soms wel op het leven van ons. We moeten soms door diepe dalen om van het leven te mogen genieten. Bambi groeit uiteindelijk op tot een groot en sterk hert met behulp van zijn vriendjes en wijze vader. Bambi ontmoet zijn vriendinnetje Feline en ze leefden nog lang en gelukkig.

De mens is soms een gevaar voor de medemens. Niets is zo zuiver als een pasgeboren baby maar ook zo kwetsbaar. Afhankelijk van de ouders. Zonder eten en drinken gaat ze dood. Zonder liefde en genegenheid kwijnt ze weg. Soms moet een baby beschermd worden tegen mensenhanden die niet strelen maar slaan. Soms moet ze beschermd worden tegen mannen die opgewonden raken van al die puurheid. Ouders zijn er om de baby te beschermen maar wat als de ouders haar pijn doen? Ze kan niet vluchten, is afhankelijk, ze is nog te klein. Ze is bang en kan alleen maar vluchten in huilen. Soms in haar vlucht sterft ze in eenzaamheid. Niemand die iets heeft gemerkt en ze leefde niet lang en gelukkig.Een vrouw loopt over straat. Je moet even omdraaien om naar haar te kijken. Ze is jong, mooi en straalt. Ze is gelukkig en het leven lacht haar toe. Maar ook zij moet worden beschermd tegen de mens, wanneer ze op een dag een man ontmoet die haar leven zal veranderen. Ze loopt over straat en nu is er niemand die omdraait om naar haar te kijken. Ze is nog steeds jong en mooi maar ze straalt niet meer. Ze is niet gelukkig. Ze wil wel huilen maar dat kan ze al heel lang niet meer. Ze heeft zich met haar lot verzoend. Ze leeft met de gedachte dat het zo hoort, dat ze het verdient om elke dag in elkaar geslagen te worden door haar man. Hij houdt immers van haar en zij houdt van hem ondanks alles. Het komt vast wel weer goed. Tot ze op een dag blijft liggen en het licht uit haar ogen is verdwenen. Haar ziel is verdronken door de tranen die ze niet heeft kunnen huilen.
Gabrielle Jansen


Rosen fra fün

Fotograaf: Wim Vosdingh

Mijn hand kinderhand
plukte
mijn ogen kinderogen
keken
Zoals de roos
was ik
eeuwig ongeschonden
nu 
kijk ik
mijn kind kijkt mee
Nu…
opnieuw kijk ik
vanuit eeuwen
Mijn schreeuwen 
zijn opgelost
ik verwonder
en bewonder
mijn eeuwige
onschuld
Alex

Van het project ‘Overlevers’ – verhaal over Gabrielle

Arie Bruinsma – Overlevers

Gabrielle
“Mijn leven is een aaneenschakeling van gebeurtenissen. Ik heb toen ook even gedacht ‘laat maar’ en daar schaam ik me ook niet voor. En toch merk ik na twee of drie dagen dat het overlever instinct weer de bovenhand krijgt. Mijn tijd van zwijgen is voorbij.” Gabrielle vertelt dat ze twee weken geleden is gevallen op een spoorwegovergang terwijl er een trein aankomt. Ze kan niet zelf opstaan en omstanders helpen haar van de spoorweg af.

Gabrielle heeft veel meegemaakt. Genoeg voor een boek. Het is dan ook lastig voor haar om alles te vertellen. Ze is een kind van getraumatiseerde ouders. Haar moeder heeft als kind de oorlog meegemaakt en is als meisje van 18 verkracht door een groep mannen. Haar vader komt uit een gezin waar alcohol en agressie een grote rol speelden. De verhalen worden door haar zus verteld, haar ouders zelf praten er niet over. Haar moeder krijgt een aantal doodgeboren kindjes en als laatste kind was Gabrielle een nakomertje. “Mijn ouders waren totaal verschillend. Mijn vader was heel gevoelig en mijn moeder was een ijskoningin.” Als kind is Gabrielle een lief, bijna engelachtig kind. Een snoes. Ze is gevoelig en ontwikkelt allerlei klachten. Als meisje van 12 krijgt ze anorexia. “Ik was een angstig, bang kind. Mijn vader zei dat hij mij naar het ziekenhuis zou brengen als ik niet weer ging eten. En dat zou niet best zijn, want daar zouden ze allemaal enge dingen doen. Ik werd daar zo bang voor dat ik dan toch maar weer ging eten.” De anorexia is dan wel onder controle maar Gabrielle ontwikkelt allerlei andere stoornissen. “Als je ergens iets onderdrukt komt het ergens anders wel naar boven.”

Op school wordt Gabrielle gepest. “Je bent al gevoelig en angstig. Ik was ook een beetje mollig. Dan pikken ze je er zo uit. Ik was ook nergens thuis. We verhuisden vaak, dan konden we ergens niet blijven en moest ik weer opnieuw beginnen. In totaal ben ik nu 16 keer verhuisd en nooit vrijwillig.” Gabrielle kijkt terug op haar jeugd als een echte overlevingsmodus. Ze heeft weinig fijne herinneringen. “Wat ik mij nog wel herinner is dat ik op mijn 14eeen verzorgpaard had. Ik was helemaal blij met dat paard. Ik ging zo vaak als ik kon. Ik vluchtte naar ‘mijn’ paard. Maar ook daar kleeft veel verdriet aan want ook daar moest ik op een gegeven moment weer afscheid van nemen. Ik probeer hard na te denken, maar ik kijk vooral terug op een jeugd vol verdriet. Mijn ouders zeiden dat ik een verwend, vervelend nest was. De middelbare school was een hel. Ik ben twee keer blijven zitten op de Havo.” Gabrielle gaat niet meer naar school, ze zit thuis, veel op haar kamer. De periode van haar 16etot haar 20eis voor Gabrielle niet meer helder. Ze weet nog wel dat ze verhuisden en dat ze zich ontzettend minderwaardig voelde. Ze komen terecht in een klein landelijk dorpje en ze wordt gezien als een stads juffie. Ze loopt veel met de honden, probeert de volwassenhavo te doen en werkt als fruitplukker, bollenpeller of schilder. “Als ik foto’s van mezelf terug zie denk ik ‘Wauw, wat een mooi meisje.’, maar zo voelde ik dat toen niet. Wel merkte ik dat ik gezien werd door jongens en mannen.” Haar buurjongen wordt verliefd op haar en Gabrielle ook wel op hem. “Dat was de oplossing, trouwen, huis uit en dan word ik gelukkig. Heel erg naïef. Ik weet nog op de trouwdag dat ik ontzettend ongelukkig was. Dat klopte niet, ik moest gelukkig zijn.” Het huwelijk brengt niet wat Gabrielle had gehoopt. Als ze twee jaar getrouwd is doet ze een zelfmoordpoging. Ze spaart medicijnen op en neemt een overdosis. Haar vader ruikt onraad als haar man meldt dat Gabrielle nog slaapt. Hij vindt haar en dat had geen uur later moeten zijn. 

“Zelfs dat werd me niet gegund. Dat denk je dan op zo’n moment. En als je vader dan ook naderhand nog zegt dat hij je nooit had moet vinden helpt dat niet echt.” Gabrielle wordt opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. “Dan kom je in de mallemolen van de psychiatrie” Daar blijft ze drie maanden en daarna komt ze intern in een psychiatrisch verpleeghuis. Daar verblijft ze 13 maanden. “Tijdens de drie maanden dat ik in het ziekenhuis zat is mijn man van mij gescheiden en heb ik hem niet meer gezien.” 

Na 13 maanden moet Gabrielle weer zelfstandig wonen, maar ze kan helemaal niet alleen zijn. Ze heeft een nieuwe relatie met een jongen die zelf ook beschadigd was. “Dat maakt het wel lastiger. Hij was heel lief, we zijn zes jaar samen geweest en later ook gaan samenwonen. Ik had echter zulk extreem gedrag dat het gewoon niet ging. Ik sneed mezelf, ik liep weg, ik was angstig. Mijn emoties gingen als een idioot op en neer. Wanhoop, schreeuwen, krijsen….” Het gaat steeds slechter met Gabrielle. Ze bezoekt nog wel 1 keer in de 2 weken een psychiater en na twee jaar samenwonen zegt ze tegen deze psychiater dat er iets moet gebeuren. “Ik sneed mezelf steeds meer en de gedachte om mezelf van kant te maken werd steeds groter. Ik had goede hulp nodig.” De psychiater meldt haar aan bij Duin en Bosch, een psychiatrisch ziekenhuis. 

Gabrielle verblijft daar drie jaar. “Dat was de hel en de hemel tegelijk. Heel tegenstrijdig. Ik heb er heel veel aan gehad, ik heb daar veel zorg en liefde gekregen. Een stuk erkenning voor mijn problemen. Aan de andere kant was ik daar de eerste patiënt die aan automutilatie deed en kreeg daardoor speciale zorg. De andere patiënten zagen dat en gingen zich ook verminken om dezelfde ‘privileges’ te krijgen. En er is natuurlijk ook veel leed. Mensen die zelfmoord plegen of een poging doen. Mensen waar je toch een band mee hebt. Soms moet je tegen je wil in separé. Allemaal dingen waar je niet met plezier op terug kijkt.” Er is één verpleegkundige die haar extra begeleid. Die als het ware aan haar toegewezen is. Ze wordt verliefd en krijgt de indruk dat het wederzijds is. Hij gaat met haar wandelen en knuffelt veel. “Op een dag neemt hij mij apart en vertelt me botweg dat hij zijn handen van me aftrekt. Hij had beloofd mij nooit in de steek te laten.” Weer een dreun voor Gabrielle, weer wordt ze in de steek gelaten. De rode draad in haar leven. Er is te veel om op te noemen. “Toen ik 14 was ben ik verkracht door een hoefsmid en ook later ben ik nog twee keer aangerand.” Gabrielle vertelt over de hoefsmid die haar als 14 jarige verleidde, over een man die haar aanspreekt als ze met haar hondje wandelt en sex wil, als ze wordt aangerand in de fruitkwekerij, over de boer die haar vertelt dat hij met haar wil neuken. Over haar zwager die haar begrijpt en haar zelfs zo goed begrijpt dat hij wel meer wil dan alleen maar praten. ”Ik werd alleen maar banger en banger.”

Gabrielle krijgt medicatie voor haar problematiek en die slaan aan. Ze gaat nog wel van relatie naar relatie. Op de dag van haar vrijlating belt ze haar vriend die haar zal ophalen. Die vertelt haar dat het uit is. Gabrielle stort in en kan weer terug naar de inrichting. Uiteindelijk gaat ze zich wat beter voelen en komt na drie jaar Duin en Bosch bij vrienden wonen. 

Gabrielle gaat van kamer naar kamer en van vriend naar vriend. Ze krijgt woonbegeleiding van GGZ. Ze adviseren haar om na te denken over begeleid wonen, maar dan moet ze haar dieren achterlaten. Dat kan en wil Gabrielle niet en dus probeert ze het toch alleen. Ze komt een man tegen die pornoverslaafd blijkt te zijn. Dat wordt m ook niet. De volgende man blijkt een pathologische leugenaar te zijn die nog twee andere relaties heeft en ook nog eens agressief is. 

“Toen was ik er klaar mee, geen relaties meer. Dan word ik maar lesbisch of zo. Ik was er klaar mee. Als ik terug kijk heb ik, op de eerste relatie met mijn buurjongen na, geen relatie gehad met een ‘normale’ man. Die jongen heb ik een trauma bezorgd, maar alle andere mannen hadden problemen. Blijkbaar trek je dat toch op één of andere manier aan. Mijn huidige man heb ik negen jaar geleden leren kennen. Ik denk dat hij ook voor mij gevallen is. Ik durf te zeggen dat ik best lief ben. Zoals ik als klein meisje was, zo ben ik ook. Ik ben lief, warm en zorgzaam. Dat zien die mannen denk ik ook.” Gabrielle loopt in het park in Groningen en ontmoet daar een man die zijn hond uitlaat. Die vraagt of zij zijn filmmaatje wil worden. “Dat vond ik best, maar alleen film, geen relatie of andere dingen.” Toch word hij verliefd en wil een relatie met Gabrielle. “Toen heb ik hem toch uit de doeken gedaan wat ik heb meegemaakt en dat ik niet verliefd op hem was.” Maar het ondenkbare gebeurt toch en de liefde is wederzijds. 

Door alle trauma’s is de relatie echter niet volledig in balans. Door alles wat Gabrielle heeft meegemaakt is intimiteit een probleem. Ze gaan in therapie, maar de therapeut geeft na twee sessies aan dat dit boven haar kunnen gaat en adviseert Gabrielle naar het traumacentrum te gaan. “Dat heb ik gedaan en het is erg zwaar. Ik ga daar twee dagen per week heen en daar is de diagnose bijgesteld. De eerste diagnose die mij gesteld is, was borderline. In het traumacentrum wordt de diagnose CPTSS gesteld. Complex Post Traumatische Stress Syndroom“. Twee diagnoses met symptomen die veel op elkaar lijken, maar een totaal verschillende behandeling vergen. 

Gabrielle vertelt hoe een masseur haar lichamelijke klachten en blokkades aanpakte. “Hij was heel inlevend en soms praatten we alleen maar, kwamen we niet eens aan behandelen toe. Hij was gespecialiseerd in mensen met trauma’s die als gevolg daarvan ook lichamelijke klachten hadden. Ik was veel afgevallen en mijn lichaam had wel een paar klachten.” Ook hier gaat mis. De masseur gaat over grenzen en Gabrielle dissocieert. “Mensen kunnen twee kanten opschieten bij een heftige gebeurtenis. Dat kan zich uiten in paniek, dat je gaat vluchten of vechten. Maar wat ook kan is, is het tegenovergestelde, dat je juist passief wordt. Dat is heb je niet in de hand. Toen hij mij verkrachtte deed ik niets. Pas de volgende dag schrok ik wakker en raakte ik in paniek.” De politie wordt ingeschakeld en neemt de zaak erg serieus. Uiteindelijk is er niet voldoende bewijs en de man in kwestie blijft ontkennen. “Ik hoor hem nog zeggen in de rechtszaal; daar wil je toch niet dood overheen?”. Ook hoger beroep levert geen veroordeling op. Gabrielle vertelt haar verhaal aan de pers en het artikel wordt geplaatst. “Wel anoniem, maar ik heb nog wel een kopie van het artikel bij hem in de bus gedaan.”

Een poosje geleden heeft Gabrielle haar man aangegeven te willen scheiden. Haar man kan het niet opbrengen. “Ik voel me opnieuw in de steek gelaten. Dat roept gevoelens op uit het verleden en het is erg lastig, maar ik ben wel vastbesloten om hier mee leren om te gaan. We leven in het hier en nu en ik weet dat ik de kracht heb om hier mee om te gaan. Ook voor mij zijn er nog mooie, gelukkige jaren in het verschiet. Misschien pas als ik 80 ben, maar toch. 

Haar littekens verdwijnen niet meer, ze snijdt en brandt zichzelf al twee jaar niet meer. “Dat ga ik ook niet meer doen, daarvoor heb ik in die periode al genoeg weer meegemaakt.” Ze is sterk, haar tatoeages belichamen de zaken die belangrijk voor haar zijn; haar liefde voor dieren en bloemen. Haar geloof in dat er meer is tussen hemel en aarde en meer is dan dit leven is een houvast. Er is een doel, ook voor haar. De pijn die ze moest verdragen moet toch ergens goed voor zijn. Ondanks dat ze veel teleurgesteld is, blijft ze vertrouwen houden in mensen. “Anders raak je alles kwijt.”